Bijzondere zaden voor Vrienden 2018

Tijdens het Voorjaarsweekend ‘Tuinplezier!’ op 10 en 11 maart 2018 zal er een kraampje staan van de ‘Vrienden van de Botanische Tuinen Utrecht’. Op vertoon van de Vriendenpas van de Botanische Tuinen Utrecht kunt u drie soorten uitzoeken uit de onderstaande lijst van bijzondere zaden. Van sommige soorten is de hoeveelheid zaad beperkt. Bij alles geldt: zolang de voorraad strekt.

 

Dessertblad, Malva verticillata var. crispa

Een gekkigheidje uit onze ‘mooie moestuin’. Dit kaasjeskruid wordt al duizenden jaren als groente gekweekt, maar is als zoveel oude groenten vergeten geraakt. De naam “dessertblad” dateert uit de tijd dat koks (rond 1900) het groot uitgegroeide, met franjes afgezette blad gebruikten om kleine desserts op te serveren. Het is een leuke eenjarige bladplant voor in de siertuin, die tot 2 meter hoog kan worden. De bloemetjes stellen niets voor, het gaat vooral om het frisgroene, gekroesde blad dat je ook nog eens de hele zomer door kunt plukken en gekookt of als salade eten.

 

Boomspinazie, Chenopodium giganteum

Nog zo’n mooie, maar vergeten groente is de boomspinazie. Als familielid van bietjes, spinazie en een aantal onkruid-meldesoorten hoort hij er helemaal bij in de moestuin. De eenjarige planten groeien eerst redelijk compact, maar in de tweede helft van zomer schieten ze door en kunnen 2 meter hoog worden en ook rijkelijk bloeien. De bloemen zijn ook hier onaanzienlijk; de fluorescerend roze jonge topjes zorgen voor de sierwaarde. Die jonge topjes zijn rauw prima eetbaar en doen het geweldig in een salade. Het oudere blad is wat stugger en kun je beter gebruiken in stoofpotten. Eenmaal geplant, komen de planten eigenlijk elk jaar vanzelf weer op uit zaad.

 

Goudsbloem, Calendula officinalis

De echte, ouderwetse enkelbloemige goudsbloem! Ooit al eens eerder in de Zadendoos geweest, maar nu een mix van geel en oranje. Tegenwoordig zijn er bijna alleen maar dubbele of anders gekleurde vormen te koop, maar wij vinden deze toch nog altijd de mooiste! Wordt ongeveer 50 cm hoog, en helpt alleen volgens de verhalen tegen mieren. De lintbloempjes kunt u in salades verwerken, of drogen en gebruiken als kleurstof in plaats van saffraan. Voor een zonnig plekje op elke grondsoort. Zaait zichzelf bescheiden uit. U kunt ook in september nog ter plaatse zaaien. In een niet te strenge winter overleven de zaailingen en bloeien dan al in april en mei.

 

Geurende teunisbloem, Oenothera odorata

Een van de vele teunisbloemsoorten die al eens eerder in de Zadendoos zat. Groeit goed op een droge, zonnige plek en is het mooist, net als veel andere teunisbloemen, wanneer ze zichzelf heeft uitgezaaid. De planten blijven dan wat steviger. Deze soort is wat slanker en heeft rode stelen met geurende, zachtgele bloemen die naar perzikkleurig verkleuren. Ze gaan laat in de middag open omdat ze door nachtvlinders worden bestoven. Veel leuker dan de gewone teunisbloem! Hoogte ongeveer 80 cm.

 

Salvia forskaohlei

Deze salie komt voor in weiden en naaldbossen van de Balkan tot in de Kaukasus. Het is een forse vaste plant die een flinke pol grof blad maakt. De bloemstengels worden tot een meter hoog en dragen grote blauwe saliebloemen met een witte keel. Bloeit van begin juli tot en met september en zaait zich bescheiden uit. Fantastische plant voor de halfschaduw, op een goed doorlatende voedzame grond.

 

Kaarsanemoon, Anemone cylindrica

Deze plant kregen we ooit binnen van een collegatuin onder de naam Anemonoides altaica, wat een Aziatische herkomst doet vermoeden. Dat zou een synoniem van Anemone altaica moeten zijn, maar dat is een voorjaarsbloeiend wortelstokgewasje. Uiteindelijk bleek deze plant Anemone cylindrica te zijn, afkomstig uit Noord-Amerika. Hoe dan ook, het is een leuke vaste plant die in juni en juli bloeit met groenig witte bloemen. Daarna volgen de witte, katoenachtige bolletjes met zaadpluis. Hoogte tot ongeveer 70 cm, voor zon en half-schaduw.

 

Achillea ageratum

Om een of andere vreemde reden hebben gele planten moeite om hun weg te vinden naar de Nederlandse tuin. Deze Achillea is een ontzettend dankbare soort uit Zuid-Europa met aromatisch blad. Vanwege dat geurende blad werd het vroeger veel als ‘bedstro’ gebruikt; de etherische olie werkt insectwerend. De planten worden ongeveer 40 cm hoog; de warmgele bloemschermpjes verschijnen vanaf juni. Wanneer je na de eerste hoofdbloei de planten afknipt, bloeien ze snel weer en kan de bloei aanhouden tot in september. Een leuke vaste plant voor een zonnige plek op elke doorlatende grond.

 

Canadese kleefklaver, Desmodium canadense

Een volledig onbekende vaste plant die beter verdient. In onze prairie hield hij het 10 jaar prima vol op onze zware grond, waar andere soorten de concurrentie met omringende planten hebben verloren. Een sterke, gemakkelijke plant dus die tot 120 cm hoog wordt. Aan het blad zie je al dat het een vlinderbloemige is: drievoudig blad dat doet denken aan honingklaver. De purperen pluimen verschijnen van juli tot in september. De zaaddozen zijn leuk van vorm. Maar, en zie daar het enige nadeel, de peultjes kleven net als de zaden van kleefkruid hardnekkig aan je kleding. Je ziet meteen wie er door je border heeft gelopen.

 

Waterhennep, Eupatorium perfoliatum

Voor wie eens wat anders wil: deze Eupatorium bloeit wit en wordt niet hoger dan een meter. De losse, witte schermen bloeien van juli tot september en trekken veel vlinders en andere insecten aan. Het ruwe, donkergroene blad omsluit de stengel geheel, die er als het ware doorheen groeit. Vandaar de naam ‘perfoliatum’. Een dankbare vaste plant voor niet te droge grond in zon en halfschaduw.

 

Nieuw-Zeelands vlas, Phormium tenax

Ooit als kuipplant begonnen, staat deze enorme plant al jaren buiten op verschillende plaatsen in de tuin. Alleen tijdens een heel koude week was er veel schade aan de planten, maar zelfs dat hebben ze overleefd. Alleen voor avonturiers die ruimte genoeg hebben: de enorme zwaardvormige bladeren vormen grote pollen van meer dan 2 meter hoog. Deze blijven in een normale winter groen. In de zomer verschijnen lange pluimen met oranje bloemen die vol nectar zitten en die in het land van herkomst worden bestoven door de ‘tui’, een honingvogel. De bloei is bij ons het ene jaar overvloediger dan het andere. Een architectonische, solitaire plant voor mensen met ruimte!

 

Valse salvia, Lepechinia hastata

Een bijzondere plant die nauw verwant is aan Salvia. Afkomstig uit Hawaï, maar is op een beschutte, droge plek nog redelijk winterhard. Het grijzige blad heeft een typische, sterke geur die wat doet denken aan ouderwetse schoensmeer. De enorme bloemtrossen met massa’s auberginekleurige bloemen verschijnen van augustus tot in oktober. Een fijne plant voor de nazomer die tot 120 cm hoog wordt. Wie op safe wil spelen, neemt in september een paar stekken om binnen te overwinteren.

 

Kogelbloem, Cephalanthus occidentalis

Dit struikje komt uit moerassige streken in de VS. De plant wordt niet hoger dan 2 meter, is prima te snoeien en is daarmee een goede struik voor een kleinere tuin. Wat hem nog leuker maakt is de langdurige bloei van juni tot in augustus. De leuke, crèmekleurige ‘kogels’ met bloemetjes zijn een magneet voor vlinders en bijen. Ook na de bloei blijven kogels nog lang als een leuk extraatje aan de struik. Voor elke grondsoort, verdraagt ook natte, zware grond!

 

 

Kweektips

Voor het gemak kweekt u alle soorten als volgt: zaai de zaden in het voorjaar binnen in een potje, dek de zaden af met een heel dun laagje grond en zet het afgedekt met een plastic zakje op een warme plaats. Dun zaaien! Als de kiemplanten hun eerste echte bladpaar hebben gevormd, kunt u de plantjes verspenen of direct oppotten. Houd ze daarna op een zo licht mogelijke, koele plaats in huis. Na half mei buiten uitplanten.

Mochten de zaden van vaste planten niet binnen vier weken kiemen, dan kunt u het potje, afgedekt met een plastic zakje, vier weken in de koelkast plaatsen. Op deze manier bootsen we een koude winterperiode na, wat de kieming kan bevorderen. Daarna kan de pot op een beschaduwd plekje in de tuin worden ingegraven.