Wie de tuin binnenloopt, ziet direct de Rotstuin. Het hoogste punt ligt circa 12 meter boven het niveau van de Fortgracht. Wat soortenrijkdom en oppervlakte betreft, is het één van de grootste rotstuinen van Europa.

In 1963 werd begonnen met de aanleg van de Rotstuin, boven op de remises van het Fort. Een groot voordeel was natuurlijk dat de remises zelf al voor hoogteverschil zorgden. Toch moest nog 2.100 ton rotsblokken uit de Ardennen aangevoerd worden om de Rotstuin te vervolmaken en 'aan te kleden'. Omdat de stenen soms verzakken of een deel van de Rotstuin opnieuw aangelegd wordt, zijn nog regelmatig extra rotsblokken nodig.

Turfterrassen met Aardorchidee (Pleione spec.)
Opuntia humifusa in de Rotstuin
Chrysanthemum weyrichii in de Rotstuin
Overzicht van de Rotstuin
Het Alpinekasje bij de Rotstuin voor de meest kwestbare planten
Trillium pusillum, een van de 30 soorten Boslelies die op de Turfterrassen te vinden zijn.

Wat is er te zien?

In de Rotstuin zijn verschillende biotopen of milieus te vinden. Links van het pad dat naar het Fort leidt, staan vooral cultuurvarianten, rotsplanten speciaal gekweekt voor hun dubbele bloemen of bijzondere bladkleuren.

Uw weg vervolgend komt u langs de grote rotspartij op de linker remise van het Fort. Hier zijn droge, zonnige hellingen, een vochtige beekoever met onder andere Primula-soorten en een echte bergbeek met waterval. Aan de rechterkant van het pad liggen de Turfterrassen. Hier staan vooral soorten die zich thuis voelen op de zure en vochtige ondergrond van bergbossen. 

Een bijzonder onderdeel van de Rotstuin is het Atlantisch hoogveen, een stukje oer-Nederland. Hier staat zomers de Rietorchis in bloei en vindt u Zonnedauw en Veenpluis.