Samenstellen van een sneeuwklokjescollectie

De Botanische Tuinen Universiteit Utrecht is met onderzoekers van het departement Biologie bezig een collectie samen te stellen van sneeuwklokjes. Met deze collectie kunnen aanvullende onderzoeksvragen worden beantwoord. Onderzoeker Martijn van Zanten licht het project in dit artikel toe. 

Al eeuwenlang zijn sneeuwklokjes (Galanthus nivalis) geliefde sierplanten in Nederland en vormen een vroege botanische aankondiging van de naderende lente. Al sinds de late middeleeuwen is de soort bekend in ons land, terwijl het geen inheemse plant is. G. nivalis komt in grote delen van Zuid-, Centraal- en Oost-Europa voor en Galanthus kent een diversiteitshotspot in de Kaukasus.

Enorme populaties

Sneeuwklokje is een typische stintzenplant in Nederland. In parken van kastelen, buitenhuizen en landgoederen zijn inmiddels enorme populaties te vinden, zoals op de landgoederen Amelisweerd en Oostbroek nabij de Botanische Tuinen. Van een aantal van de populaties is bij benadering nog wel te achterhalen hoe lang ze daar minimaal al groeien. Hoogstwaarschijnlijk zijn veel in de periode van de Engelse Landschapsstijl aangeplant.

Een eigen collectie

De Botanische Tuinen is bezig om samen met onderzoekers van het departement Biologie van de Universiteit Utrecht een collectie samen te stellen van sneeuwklokjes (accessies) van verschillende kastelen, buitenhuizen en landgoederen én wilde accessies uit onder meer Tsjechië, België, Frankrijk en de Kaukasus regio. We hebben nu ruim 50 accessies, waarvan 35 afkomstig van buitenplaatsen in Nederland en België. De collectie breidt zich langzaam verder uit. We zijn nog steeds op zoek naar wilde herkomsten uit Frankrijk en verwante soorten uit de Kaukasus regio. We observeren enorm veel variatie in grootte, bloeitijd en zaadvorming tussen de verschillende accessies. Het lijkt erop dat buitenplaatsen veelal een 'eigen populatie' hebben, die bij naburige buitenplaatsen behoorlijk kan verschillen.

Beantwoorden van vragen

Het doel is om deze collectie op termijn te gebruiken voor moleculaire, genetische en fenotypische analyses om diverse vragen te beantwoorden, zoals:

  • Wat is de herkomst van 'onze' sneeuwklokjes?
  • Zijn populaties in de loop der jaren aangepast aan de lokale (groei) omstandigheden in Nederland? Waarom doet het sneeuwklokje het zo goed in ons land en komt dat doordat deze genetisch is aangepast in de loop van de eeuwen? En zo ja, welke genen zijn hierbij betrokken? Wat is de (signatuur) van genomische aanpassing?
  • Welke genen verklaren de enorme variatie in grootte, bloeitijd en zaadvorming tussen de verschillende accessies en kunnen we de functionaliteit van die genen aantonen door deze bijvoorbeeld in de modelplant Arabidopsis thaliana tot expressie te brengen? Deze kennis kan interessant zijn voor plantenveredelaars die efficiënt op gewenste eigenschappen willen selecteren in bolgewassen.
  • Hoe reageert het sneeuwklokje op klimaatverandering? Door gebruik te maken van een experimenteel proefveld waarin we de temperatuur kunstmatig kunnen verhogen willen we achterhalen welke eigenschappen onder invloed staan van temperatuur en welke genen daarbij betrokken zijn.