19 november 2019

Waarom droegen zeventiende-eeuwse Nederlandse wetenschappers Japanse kledij?

Foto: Michael Kooren
Foto: Michael Kooren

In de zeventiende eeuw werd Japanse gewaden de standaard kledij voor professoren en studenten bij het bijwonen van openbare plechtigheden. Wat begon als een modetrend veranderde in een ontzettend populair symbool van intelligentie en sociale status.

Anthonie van Leeuwenhoek (1632-1723). Natuurkundige te Delft, Jan Verkolje (I), 1680 – 1686. Bron: Rijksmuseum Amsterdam
Anthonie van Leeuwenhoek (1632-1723). Natuurkundige te Delft, Jan Verkolje (I), 1680 – 1686. Bron: Rijksmuseum Amsterdam

Zeventiende-eeuwse mode

De tweede helft van de zeventiende eeuw kende een verandering in de mode die eerst geassocieerd werd met welgestelden in het algemeen, maar al snel in beslag genomen werd door geleerden en literatoren: het Japanse gewaad. De periode 1660-1700 werd gekenmerkt door een tendens tot 'laksheid'. Deze smaak, in combinatie met de oplevende handel, bracht een trend met zich mee van het toe-eigenen van wijde kledingstukken uit verre landen. Het Japanse gewaad werd een overheersend item met de klasse van een klassieke toga oproept, maar exotische verheerlijking uitstraalt; een verwijzing naar afzondering, studie en huiselijkheid, maar ook naar openheid, kennis en overheersing van de wereld.

Portret van Pieter Groenendijk, Nicolaes Maes, 1677 - 1685. Bron: Rijksmuseum Amsterdam
Portret van Pieter Groenendijk, Nicolaes Maes, 1677 - 1685. Bron: Rijksmuseum Amsterdam

Een symbool van intellect

Deze trend kwam in de drie decennia na de komst van de eerste Japanse gewaden naar Europa in een stroomversnelling. De gewaden waren samen met andere exotica in VOC-warenhuizen verkrijgbaar. Hoewel deze gewaden een algemeen symbool van rijkdom en kosmopolitisme waren, kregen ze al snel een eruditieve connotatie. Regenten en rijke kooplieden lieten ze afbeelden op hun portretten, zoals te zien in de digitale collectie van het Rijksmuseum.

Manuel Llano

Manuel Llano is onderdeel van de afdeling Geschiedenis en Kunstgeschiedenis en de Utrechtse onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis. Momenteel werkt hij aan zijn promotieonderzoek over de sociale structuur van de academische wereld in de Nederlandse Republiek in de zeventiende eeuw. Zijn bredere interesses zijn onder meer boekgeschiedenis en vroegmodern filosofisch denken. Daarnaast is hij lid van het ERC-project Skillnet.