Hoop voor het PFAS-probleem?
Je zou er zomaar langslopen, het verpieterde veldje op het Utrecht Science Park. Maar onder het gras en onkruid wordt hard gewerkt aan een mogelijke oplossing voor een van de hardnekkigste milieuproblemen van dit moment: PFAS.
Jarenlang oefende de vrijwillige brandweer van de Universiteit Utrecht op het veldje met vuur en blusschuim. Dat dit blusschuim stijf stond van de PFAS, wist niemand. Na jaren bleek de bodem ernstig vervuild, net zoals die van naar schatting 20.000 andere locaties in Nederland.
Overal en nergens
PFAS is een verzamelnaam van 12.000 verschillende chemische stoffen die al meer dan 50 jaar worden geproduceerd en verwerkt in voedselverpakkingen, antiaanbakpannen en elektronica. Ze maken producten water- en olieafstotend en hittebestendig. Maar diezelfde eigenschappen maken PFAS ook gevaarlijk. De chemicaliën zijn erg sterk. Daarom worden ze ook wel forever chemicals genoemd. Ze hopen zich op in de bodem, in de lucht, in het grondwater en in levende organismen. Inmiddels zitten ze in jouw bloedbaan en zelfs in het ijs op Antarctica.
Wat doen PFAS in de bodem?
Terug naar het veldje. Er werd met de gemeente Utrecht overlegd over een oplossing voor de vervuiling onder de 3.000 vierkante meter gras. De gemeente stelde dat de universiteit er zelf maar onderzoek naar moest doen. En dat gebeurde
, zegt Johan van Leeuwen, coördinator van het PFAS Remediation Living Lab. Dit lab is een samenwerking tussen geologen, hydrogeologen en biologen van de universiteit. Op het veldje op het Science Park leren we het gedrag van PFAS in het milieu beter begrijpen en testen we verschillende manieren om PFAS op te ruimen.
Daarnaast onderzoeken de wetenschappers wat PFAS doen met het bodemleven en met planten. We ontwikkelen rekenmodellen om het gedrag van PFAS in de bodem te voorspellen
, zegt Van Leeuwen.
Dig and dump
Simpelweg de grond afgraven en op een stortplaats dumpen werkt niet, weten Van Leeuwen en zijn collega’s. Daarmee verplaats je eigenlijk het probleem. De chemicaliën spoelen weg en komen via slib of gezuiverd water opnieuw in het milieu terecht. Ook verbranden is een slechte optie: een deel van de giftige stoffen komt dan vrij in de lucht en slaat elders weer neer. Je snapt waarom PFAS zo’n hoofdpijndossier is. We komen er maar slecht vanaf
, zegt Van Leeuwen. Hij pleit voor het staken van de PFAS-productie én voor gerichte sanering van de zwaarst vervuilde locaties.
De grond afgraven en elders dumpen werkt niet, daarmee verplaats je alleen het probleem
Water en zeep
Zeker blusschuim blijft goed ‘plakken’ in onverzadigde bodem, dat is de grond boven de grondwaterspiegel. Spoel je die grond alleen met water, dan blijven met name de langere PFAS-verbindingen, zoals PFOS, gewoon zitten.
Van Leeuwen en zijn collega’s onderzochten een duurzamer alternatief: de bodem spoelen met biologische zeep. Dat bleek opvallend effectief. In de eerste testfase zagen we dat 95% van PFOS zich laat verwijderen
, legt Van Leeuwen uit. Met alleen kraanwater spoelt maar 64% weg.
Van Leeuwen noemt dit proces competitieve desorptie: de zeep concurreert als het ware met de PFAS in de grond, en wint.
Deze studie van Van Leeuwen en zijn collega’s (Hibben et al. (2025), Biosurfactant-induced PFAS Leaching from Aqueous Film-Forming Foam (AFFF) Impacted Soil) is eind 2025 gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Interpore Journal. Zij noemen natuurlijke zepen een veelbelovende, duurzame strategie om PFAS-vervuiling aan te pakken, zoals bij bodemvervuiling met blusschuim. Spoelwater wordt opgevangen om het verplaatsen van de vervuiling tegen te gaan. De zeep die eventueel na het spoelen achterblijft, is wel biologisch afbreekbaar en zal uiteindelijk verdwijnen.
Op zoek naar nieuwe velden
We willen verder testen met verschillende zeepconcentraties in uiteenlopende bodemtypen. Het is onze ambitie om deze techniek op meerdere vervuilde locaties toe te passen. Ons eigen PFAS-veldje op de campus is daarvoor minder geschikt, omdat de ondergrond uit metersdikke, slecht doorlatende klei bestaat
, zegt Van Leeuwen. Een zandbodem vormt een veel groter risico voor vervuiling, omdat PFAS er makkelijk in verspreiden. Zandbodems laten zich door hun lossere structuur ook beter ‘spoelen’ met water en zeep en daarom is het een logische nieuwe stap in ons verdere onderzoek.
Van Leeuwen is dus op zoek naar nieuwe ‘veldjes’.
Spoelen, pompen, vernietigen
Is dit de grote doorbraak die het PFAS-probleem oplost? Van Leeuwen is voorzichtig. Hij en zijn collega’s staan nog maar aan het begin. Want ook als de PFAS uit de bodem zijn gespoeld en het vervuilde water is opgepompt, zit je nog altijd met de verontreiniging. Onze ambitie is ook te onderzoeken wat de meest kansrijke manieren zijn om de PFAS vervolgens te vernietigen.
Onder de pollen van het veldje aan de Munsterlaan meten en analyseren ze ondertussen verder. Door de vervuiling op de campus kunnen we dit soort onderzoek dus dichtbij de universiteit doen: een uniek laboratorium voor de deur. Maar het veldje heeft ook een andere rol. Door de ontdekking van het effect van zeep is het veldje bovendien een aanjager voor vervolgonderzoek
, besluit Van Leeuwen.
Tekst: Carolien Vader
Beeld: Esther Meijer