Hoe betrek je toekomstige generaties bij het beleid van nu?
Tijdens de coronapandemie rondde bestuurskundige Marij Swinkels haar proefschrift af over leiderschap in langdurige crises. Ze was toen ook zwanger. En zoals elke jonge ouder dacht ze: “In welke wereld laat ik mijn kind opgroeien?” Ze startte haar onderzoek naar hoe we in het openbaar bestuur ruimte kunnen maken voor de lange termijn.

Marij Swinkels studeerde Bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht, en werkt er als wetenschapper bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO). Ze promoveerde op onderzoek naar de rol van leiders en hun beleidsideeën tijdens de Europese schuldencrisis. In haar huidige onderzoek richt ze zich op hoe we langetermijndenken institutioneel, democratisch en maatschappelijk kunnen versterken. Swinkels richtte in 2016 met twee collega’s InclUUsion op. Het project bestaat nog steeds en biedt vluchtelingstudenten en statushouders toegang tot hoger onderwijs.
Swinkels gebruikt een vernieuwende manier van onderzoek doen. Ze werkt met Future Design, een methode waarbij je mensen expliciet vraagt om zich te verplaatsen naar een periode in de toekomst, alsof ze in een tijdmachine stappen. Deze mensen krijgen vragen over hoe we in het heden dingen anders kunnen doen. Swinkels: We zien dan dat er hele andere soorten ideeën naar voren komen. Creatiever. Mensen die meedoen kunnen bijvoorbeeld beter verschillende problemen én oplossingen met elkaar combineren.
Rechtbank van de Toekomst
Samen met theatermakers en een ontwerper ontwikkelde Swinkels ‘De Rechtbank van de Toekomst’. Een onderzoek naar de relatie tussen politiek vertrouwen en de steun voor lange-termijn klimaatbeleid in de vorm van participatie-theater. Hier zie je echt wat een mentale tijdreis doet met mensen,
vertelt Swinkels. In een fictieve rechtszaak klaagt ‘de toekomst’ ‘het verleden’ aan voor ecocide: het moedwillig bijdragen aan de opwarming van de aarde. Het publiek speelt mee en krijgt een rol toebedeeld, bijvoorbeeld als gletsjer, vogel, boom of mens in de toekomst. Ook zijn er deelnemers die het heden vertegenwoordigen: zij kruipen in de huid van de staat, het bedrijfsleven en de burger. Een derde groep speelt de jury. Swinkels: Ze gaan de rechtszaal binnen waar dystopische geluiden klinken en waar ze welkom worden geheten in 2118. De aanklacht wordt voorgelezen en onder begeleiding van advocaten (acteurs) worden de pleidooien voorbereid. Het is heel boeiend om te zien dat mensen die de toekomst spelen écht een gletsjer ‘doorleven’. Na drie rondes van pleidooien trekt de jury zich terug en velt het oordeel. We zien dat de mensen die het heden spelen vooral het huidige verhaal over klimaatverandering reproduceren. Maar degenen die zich in de toekomst hebben verplaatst kunnen wél een nieuw verhaal maken. Zij komen los van het huidige klimaat-narratief. De ‘Rechtbank van de Toekomst’ maakt goed bewust hoe het klimaatdebat vastzit. En laat ook zien: als we niet een ander verhaal weten te maken, dan is dit de consequentie.
Langetermijndenken is een kwaliteit van goed openbaar bestuur
Stel je eens voor…
Wat gaat er mis in – laten we zeggen, 2086 – als dit soort onderzoek niet wordt voortgezet? Swinkels: “Dan zou het zomaar eens kunnen dat we ons vermogen verloren zijn om ons een andere wereld voor te stellen. Als we in kortzichtigheid blijven hangen, met alle gevolgen van dien voor de democratie, dan ben ik bang dat dat consequenties heeft voor de aanpak van de grote langetermijnvraagstukken van onze tijd. Het is inherent aan de menselijke aard om plannen te willen en te kunnen maken voor de toekomst. Alleen lijken we soms vergeten hoe dat moet.” Swinkels vervolgt: “Langetermijndenken is een kwaliteit van goed openbaar bestuur. Als we dat onvoldoende kunnen doen, draagt dat bij aan verdere democratische erosie. Daarom is mijn onderzoek nu relevant.”
Van wantrouwen naar hoop
Het experiment dat achter ‘De Rechtbank van de Toekomst’ zat, liet zien dat deelnemers minder vertrouwen kregen in instituties: “De Rechtbank gaat over schuld en speelt in op de emotie angst.” In haar vervolgonderzoek verlegt Swinkels daarom de focus: “Nu is meer onze vraag: hoe zorg je ervoor dat mensen uit het hopeloze en angstige verhaal over klimaat raken en met hoop naar de toekomst kijken? Kun je mensen helpen met het maken van een verhaal dat er andere mogelijkheden zijn? En helpt hen dat om zich op een andere manier te verhouden tot een onderwerp?” Swinkels gaat verder: “Ik zeg niet dat het mijn toekomstbeeld is, maar het succes van Rob Jetten in de afgelopen campagne had wellicht voor een deel te maken met het schetsen van een andere, hoopvolle toekomst. Toekomstdenken heeft mogelijk ook wel een rol gespeeld in zijn campagne.” Voor de nieuwe minister-president heeft Swinkels wel tips: “Vertrouw erop dat kiezers lange termijnkeuzes aankunnen en dat ze die willen accepteren. Durf een alternatief verhaal over de toekomst te vertellen. Maak het openbaar bestuur toekomstvaardig. De vraagstukken van nu hebben consequenties voor ons in 2086: ambtenaren moeten dit spanningsveld kennen en daarop acteren.”
Toekomstdenken institutionaliseren
Swinkels betrekt in haar onderzoek actief de mensen voor wie ze onderzoek doet: Niet achteraf, maar al tijdens het onderzoek.
Ze praat met mensen van politieke partijen, gemeenten, provincies. Zij willen bijvoorbeeld weten hoe je technieken voor toekomstdenken kunt toepassen in beleidsprocessen. Dat gesprek ga ik aan. Wederkerigheid en ophalen is voor mij de ultieme vorm van wetenschapscommunicatie. Een vorm die eigenlijk niemand ziet maar wel gebeurt.
Uit zo’n gesprek ontstond bijvoorbeeld het plan om een training over toekomstdenken te ontwikkelen voor gemeenteraadsleden. Swinkels: Daar kunnen we dan ook meteen weer onderzoek aan koppelen, bijvoorbeeld over hoe gemeenteraadsleden tegen toekomstdenken aankijken.
Ze zegt: Ik wil eigenlijk weten: wat werkt echt? Toekomstdenken institutionaliseren is lastig. Maar ik wil dat de werkvormen die we nu onderzoeken normale praktijken worden in het openbaar bestuur. En ik in 2086 kan zeggen: ‘Kijk, als ambtenaren nu nadenken over waar er een nieuw spoor moet komen, zetten ze niet alleen ingenieurs aan tafel, maar halen ze er ook kunstenaars bij die hen helpen om anders na te denken.
’
Waar je warm van loopt als persoon mag wel degelijk invloed hebben op wat je onderzoekt
Het persoonlijke is ook wetenschap
Tot slot wil Swinkels nog wel iets kwijt: Tussendoor probeer ik ook twee kinderen op te voeden. Dat is belangrijk, want een deel van mijn wetenschappelijke drijfveer komt voort uit persoonlijke fascinatie en interesses. De befaamde feministische leus is: ‘het persoonlijke is ook politiek’. Mijn toevoeging zou zijn: ‘het persoonlijke is ook wetenschap’. In het onderwijs proberen we soms machientjes te maken van wetenschappers. We proberen het persoonlijke van het wetenschappelijke te scheiden. Ik werk 100% vanuit wetenschappelijke standaarden. Maar waar je warm van loopt als persoon mag wel degelijk invloed hebben op wat je onderzoekt. De wanhoop van een gebrekkig toekomstperspectief tijdens covid en het op de wereld zetten van een kind: het was mijn motivatie om dit soort onderzoek te doen. Laten we die drijfveren ook in het onderwijs weer vaker centraal stellen. Mijn wens is dat we écht ruimte maken voor de lange termijn in het openbaar bestuur. Want zonder dat hebben we straks geen toekomst meer.
Agnites Vrolikprijs
Bestuurskundige Marij Swinkels werd genomineerd voor de Agnites Vrolikprijs 2025. Het Utrechts Universiteitsfonds reikt de prijs eens per twee jaar uit aan een talentvolle wetenschapper die met zijn of haar onderzoek een uitzonderlijke bijdrage levert aan een groot maatschappelijk vraagstuk. Swinkels: Ik was enorm verrast, ik wist niet dat ik voorgedragen was voor de prijs. Het voelt als een kroon op mijn werk, ik doe onderzoek waar ik in geloof en dat wordt nu gezien.
Tekst: Floor Peeters