Collectie Moll
De verzameling van een uithuizige wetenschappelijke omnivoor
Zo’n 1.500 kaarten, atlassen, prenten en tekeningen en ongeveer 1.000 boeken zijn onderdeel van de collectie Moll. Nog maar weinig Nederlanders kennen de Utrechtse hoogleraar Gerrit Moll (1785-1838), die zijn privécollectie kaarten, tekeningen, instrumenten en boeken in 1838 naliet aan de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Het is een mooie afspiegeling van zijn wetenschappelijke inspanningen en uiteenlopende interesses.

De zogeheten ‘ensemblewaarde’ – de wetenschappelijke waarde van de gehele collectie bij elkaar – mag buitengewoon genoemd worden. De Universiteitsbibliotheek Utrecht ontplooit verschillende initiatieven om de onderliggende deelverzamelingen meer voor het voetlicht te brengen. Ze zijn projectmatig gedigitaliseerd en bijvoorbeeld Molls waterstaatkundige kaarten, fortificatiekaarten en astronomische kaarten zijn gegeorefeerd, zodat deze ook digitaal te bekijken zijn en eenvoudig vergeleken kunnen worden met de kaarten van nu. Zo maakt de Universiteitsbibliotheek Utrecht de collectie Moll zo hoogwaardig mogelijk toegankelijk voor onderzoekers, docenten en studenten en natuurlijk voor iedereen met historische belangstelling voor de uiteenlopende wetenschapsgebieden waarin Moll thuis was.

De man achter de verzameling
Moll groeit op in een Amsterdams koopmansgezin. Het lijkt erop dat hij in de voetsporen van zijn vader zal treden. Uit deze tijd stammen ook zijn contacten met zeelieden en zijn belangstelling voor scheepsbouw, navigatie, astronomie en wiskunde. In Amsterdam volgt Moll wiskundeonderwijs bij Keyser en Van Swinden. Een carrière in de handel ambieert hij dan niet langer en in 1806 doet hij in Leiden kandidaatsexamen in de wijsbegeerte. Tussen 1810 en 1812 voltooit hij zijn studie bij de befaamde sterrenkundige Delambre. Direct na zijn studie wordt Moll in 1812 directeur van de Utrechtse sterrenwacht. Enkele maanden later volgt de benoeming als hoogleraar in de wis- en sterrenkunde. Enkele jaren later krijgt Moll ook de taak om de natuurkunde op de Utrechtse kaart te zetten. Al in het cursusjaar 1818-1819 vervult hij de functie van rector-magnificus. Hij blijft tot aan zijn dood in 1838 aan de Universiteit Utrecht verbonden.
Vaak van huis
Gedurende zijn loopbaan vertoeft Moll vaak in het buitenland. Vooral Groot-Brittannië is favoriet en hij ontvangt in Edinburgh en Dublin eredoctoraten. Ook in Utrecht ontvangt hij een eredoctoraat, maar zijn frequente afwezigheid bij zijn alma mater wordt hem door zijn collega’s niet altijd in dank afgenomen.

Veelzijdig en onbekend

Moll doet enkele belangrijke astronomische waarnemingen, zoals de overgang van Mercurius over de zon op 5 mei 1832 en hij publiceert internationaal over de Nederlandse waarnemingen. In zijn verzameling zitten ook prenten van eerdere observaties waaronder die van Mercurius. Op natuurkundig terrein verricht Moll samen met Van Beek in 1823 onderzoek naar de bepaling van de geluidssnelheid. Voor alle experimenten schaft Moll een omvangrijk instrumentarium aan, dat hij soms uit eigen zak betaalt. De rijkssubsidies voor de aanschaf van instrumenten zijn namelijk erg beperkt. Daarbij is Moll ook niet onbemiddeld.
Moll ontpopt zich verder tot een man van de praktijk; hij geniet van de maatschappelijke toepassingen van de natuurkunde. Hij is didactisch begaafd en een goed spreker. Molls praktische kant komt ook tot uiting in zijn werk voor de Nederlandse commissie die onderzoek doet naar rivierafleidingen. Hij stelt het eindrapport op, met aanbevelingen om overstromingen in het rivierengebied voortaan te voorkomen. Deze commissie adviseert over rivierafleidingen – waar vorst Willem I een groot voorstander van is – en deze worden ook grotendeels uitgevoerd.
Moll neemt verder zitting in commissies voor de verbetering van zeekaarten en voor de uniformiteit van maten en gewichten. Ook deze adviezen worden doorgevoerd, zodat er meer standaardisatie komt. Tot slot houdt hij zich nog bezig met zaken als stoomschepen, brandspuiten en duikklokken. Zou Molls veelzijdigheid – een specifieke discipline springt er daardoor immers niet echt uit – debet zijn geweest aan zijn huidige onbekendheid?

Aanleg van een eigen verzameling
De privécollectie van Moll komt geleidelijk tot stand. Zo koopt hij zijn natuurkundige instrumenten vooral in Londen, soms in Parijs en Luik. Het niveau van de instrumentkunde is dáár immers hoger dan in Nederland. Tijdens zijn veelvuldige buitenlandse reizen komt hij ook in het bezit van allerlei kaartmateriaal. Het is echter niet zo dat Moll willekeurig verzamelt. De inhoud van de collectie wordt op een gerichte manier samengesteld. Hij wil er zijn eigen wetenschappelijke en maatschappelijke werkzaamheden mee ondersteunen. Zo zijn er fraaie deelcollecties met waterstaatkundige kaarten, astronomische kaarten en zeekaarten. Daarnaast laat Moll vele instrumenten na, die onder zijn gebracht bij het Utrechtse Universiteitsmuseum. En uniek zijn de aanzienlijke deelverzamelingen met handgetekende scheepvaartkundige modellen, instrumentontwerpen en bouwkundige tekeningen. Op de kaarten uit de collectie Moll zit rechtsboven een geel stickertje. De collectie is namelijk een legaat aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht en bij binnenkomst werden de kaarten in portefeuilles gedaan en genummerd. Op de stickers staan het portefeuillenummer en volgnummer. Daarmee is de collectie Moll heel herkenbaar.
Auteur
