Studieprogramma

De hele bachelorstudie duurt drie jaar. Elk jaar bestaat uit vier blokken van tien weken. Elk blok wordt afgesloten met een tentamenweek. In je eerste jaar volg je per week gemiddeld 12 uur aan onderwijs. Daarnaast werk je zelfstandig aan opdrachten.

Onder het vakkenoverzicht lees je hoe het studieprogramma precies is opgebouwd.

Jaar 1
Blok 1
Literaire teksten
In deze cursus leer je Nederlandse teksten uit de middeleeuwen, vroegmoderne tijd en moderne tijd te analyseren en interpreteren.
Taal, mens en maatschappij
Eerste kennismaking met de Nederlandse taalkunde. Je leert hoe zinnen zijn opgebouwd, hoe woorden in elkaar zitten, welke klanken het Nederlands heeft en hoe betekenis wordt gevormd.
Blok 2
Tekst en discourse
Je maakt kennis met taal als communicatiemiddel en leert hoe we gesprekken en teksten begrijpen. Je leert over de betekenis van woorden en zinnen en dat deze van verschillende dingen afhankelijk is.
Moderne tijd
Je leest verschillende literaire teksten en leert hoe je deze kunt plaatsen in een bepaalde tijd in de geschiedenis. Iedere week behandel je een andere periode en leer je over andere genres en auteurs.
Blok 3
Instrueren en overtuigen
Je gaat aan de slag met een overheidstekst die als doel heeft het gedrag of de gedachten van mensen te beïnvloeden. Deze verbeter je aan de hand van wetenschappelijke theorieën. Vervolgens onderzoek je het verschil tussen de originele en verbeterde tekst.
Vroegmoderne tijd
Je leest Nederlandse literatuur uit de 16e, 17e en 18e eeuw. Je bestudeert ook de achtergrond van deze werken en de omgeving waarin ze werden geschreven.
Blok 4
Middeleeuwen
Een eerste kennismaking met teksten uit de middeleeuwen. Je leest verschillende middeleeuwse teksten, analyseert de teksten en leert de grammatica van het Middelnederlands kennen. Ook oefen je met het zoeken naar wetenschappelijke teksten.
Taalsysteem en taaldiversiteit
Waarom klopt “...omdat Jan een appel eet” wél en klopt de zin “Jan een appel eet” niet? Je leert alles over zinsopbouw in het Nederlands en dialecten.
Jaar 2
Verplichte vakken
Blok 3: Methods and Statistics 1 (keuzevak)
Je kiest verplicht één van deze vier keuzevakken. In deze cursus leer je de grondbeginselen en methoden van empirisch onderzoek, in het bijzonder het soort onderzoek waarbij gebruikgemaakt wordt van statistische technieken.
Blok 3: Methoden van onderzoek naar interculturele communicatie (keuzevak)
Je kiest verplicht één van deze vier keuzevakken. Onderzoek naar interculturele communicatie kun je op vier manieren doen. In deze cursus leer je welke dit zijn en zet je met een van de vier methodes zelf een onderzoek op.
Blok 3: Literary Toolbox (keuzevak)
Je kiest verplicht één van deze vier keuzevakken. Hoe kun je nieuwe kennis produceren over en door middel van literatuur? Wat voor soort kennis is dit dan? En wat heeft literatuurwetenschap gemeen met andere (mens)wetenschappen? Deze vragen staan centraal in de Literary Toolbox.
Blok 3: Vertalen en vertaalwetenschap (keuzevak)
Je kiest verplicht één van deze vier keuzevakken. In deze cursus komen methoden en technieken van onderzoek naar vertaling aan bod, evenals methoden en technieken van het vertalen zelf. Welke methodes zijn er bijvoorbeeld om de relaties tussen vertaling en origineel te bestuderen? Waaruit bestaat de taak van de vertaler? En hoe maakt een vertaler keuzes in relatie tot de beoogde functie van de tekst in wording?
Verdiepingspakket Nederlands: de taal en het gebruik
Blok 1: Hoe talen verschillen
Je onderzoekt de verschillende structuren van diverse talen. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen bijvoorbeeld het Engels en het Nederlands?
Blok 1: Visies op meertaligheid en geletterdheid
Dit is een verdiepende cursus bij beide verdiepingspakketten. In deze cursus bestudeer je meertaligheid en geletterdheid vanuit meerdere perspectieven. Je werkt toe naar een debat over meertaligheid in het hoger onderwijs en neem je een zelfgekozen maatschappelijk initiatief met betrekking tot meertaligheid en/of geletterdheid onder de loep.
Blok 2: Taal en betekenis
Hoe ontstaan betekenissen in de Nederlandse taal? Je leert meer over semantiek en de formele logica.
Blok 2: Visies op Nederlandse identiteit
Dit is een verdiepende cursus bij beide verdiepingspakketten. Hoe kijken Nederlanders naar zichzelf en hoe keken ze naar zichzelf in het verleden? Aan de hand van tekstuele en visuele representaties van Nederlandse identiteit uit verschillende periodes en culturele domeinen ontdek je welke factoren van invloed zijn op de constructie van een zelfbeeld.
Blok 3: Tekstanalyse en tekstverwerking
In deze cursus bekijken we hoe mensen taal verwerken en begrijpen. Hoe kunnen ze bijvoorbeeld een samenhangende interpretatie maken van wat ze lezen? Daarnaast onderzoeken we hoe taaluitingen één geheel worden, bijvoorbeeld op websites en Facebook, maar ook in instructies en verhalen.
Blok 4: Stilistiek
In deze cursus leer je welke tekstkenmerken zich lenen voor stilistisch onderzoek in het Nederlands, en hoe je relaties kunt leggen tussen stijlkenmerken en determinanten van stijl.
Verdiepingspakket Nederlandse literaturen
Blok 1: Genres: ontwikkelingen in de Nederlandse literaturen
In deze cursus staan genres centraal. Je onderzoekt hoe literaire genres van elkaar verschillen, overeenkomsten vertonen, en welke verwachtingen een genre bij het lezende publiek kan oproepen. Ook onderzoek je hoe genres in onze tijd niet zozeer door auteurs, maar door uitgevers of marketeers worden bedacht.
Blok 1: Visies op meertaligheid en geletterdheid
Dit is een verdiepende cursus bij beide verdiepingspakketten. In deze cursus bestudeer je meertaligheid en geletterdheid vanuit meerdere perspectieven. Je werkt toe naar een debat over meertaligheid in het hoger onderwijs en neem je een zelfgekozen maatschappelijk initiatief met betrekking tot meertaligheid en/of geletterdheid onder de loep.
Blok 2: Nederlands door de eeuwen
Je onderzoekt welke vormen het Nederlands aanneemt in verschillende historische periodes. Je onderzoekt zowel de structuur van de taal als de omstandigheden die taalontwikkeling stimuleerden.
Blok 2: Visies op Nederlandse identiteit
Dit is een verdiepende cursus bij beide verdiepingspakketten. Hoe kijken Nederlanders naar zichzelf en hoe keken ze naar zichzelf in het verleden? Aan de hand van tekstuele en visuele representaties van Nederlandse identiteit uit verschillende periodes en culturele domeinen ontdek je welke factoren van invloed zijn op de constructie van een zelfbeeld.
Blok 3: Aan het werk
Sommige letterkundigen richten zich op de tekst of op de lezer. Anderen zijn geïnteresseerd in de historische context van literatuur, of leveren kritiek op de literaire wereld. Je leert verschillende manieren van letterkundig onderzoek kennen.
Blok 4: De papieren arbeider
In deze cursus bestudeer je hoe "de arbeider" een veelbeschreven onderwerp is geworden in de moderne literatuur. Je onderzoekt verschillende teksten, zowel literaire teksten, maar bijvoorbeeld ook cabaretteksten, die geschreven zijn tussen 1800 en het heden.
Jaar 3
Blok 3
Corpusonderzoek in de Neerlandistiek
Met deze cursus bereid je je voor op het schrijven van je bachelorwerkstuk.
Blok 1-4
Keuzeruimte
Een derde van je programma is keuzeruimte. Deze ruimte vul je met vakken naar jouw eigen interesse. Je kunt bijvoorbeeld een tweede verdiepingspakket volgen, maar ook kiezen voor een pakket met samenhangende vakken van een andere opleiding. Met de invulling van je keuzeruimte kun je zelf bepalen welke richting je op wilt.
Eindwerkstuk
De bachelor rond je af met een eindwerkstuk.

Samenhang

Bij Nederlandse taal en cultuur in Utrecht volg je vakken in samenhangende pakketten. Dit zorgt voor een goede opbouw. Omdat je de vakken binnen een pakket steeds met dezelfde studiegenoten volgt, leer je elkaar ook goed kennen.

Verdieping

Vanaf het tweede jaar ga je je verdiepen binnen het vakgebied Nederlandse taal en cultuur. Je kunt kiezen uit drie samenhangende vakkenpakketten. Elk pakket bestaat uit vier vakken. In de vakomschrijvingen van het 2e jaar vind je terug welke vakken bij welk pakket horen.
 

1. Nederlands: de taal en het gebruik

Je krijgt meer inzicht in de relatie tussen de Nederlandse taal (als systeem) en het gebruik van het Nederlands, door het stellen van vragen als:

  • Hoe kunnen talen met elkaar vergeleken worden om verschillen die mensen tussen talen ervaren te karakteriseren en begrijpen?
  • Hoe verbinden Nederlandse lezers zinnen tot teksten en waarom leidt dat wel of niet tot begrip van die teksten?
  • Hoe kan Nederlands taalgebruik – in allerlei contexten, van alledaags tot literair - geanalyseerd worden?

2. Nederlandse literaturen 

Je vergroot je inzicht in Nederlandse literatuur en ook de relatie tussen die literatuur en de historische en moderne context. Vragen die aan de orde komen zijn:

  • Welke ontwikkelingen hebben de Vlaamse en Nederlandse literaturen in de loop der eeuwen bepaald?
  • Welke historische taalfasen waren er voor het ontstaan van het Standaardnederlands, en hoe kan kennis van dat proces de leesvaardigheid in historische Nederlandse teksten vergroten? 
  • Hoe werkt een letterkundig onderzoeker, en wat betekent dat werk voor de Nederlandse samenleving?

3. Diversiteit in de Nederlandse taal en cultuur

Je krijgt meer inzicht in debatten, discussies en instituten waarin Nederlandse taal en literatuur een rol spelen, door het stellen van vragen als:

  • Hoe verloopt tweede-taalverwerving van het Nederlands (zowel in Nederland als daarbuiten)?
  • Hoe hebben instituties als kloosters, boekdrukkers, uitgevers en fondsen de Nederlandse literatuur bij de lezer gebracht, in verleden en heden?
  • Hoe wordt er in Nederland omgegaan met meertaligheid, en wat heeft meertaligheid in de loop van de Nederlandse geschiedenis voor Nederland betekend?
  • Hoe leren Nederlanders goed lezen en schrijven, en welke rol speelt belezenheid in de Nederlandse samenleving? 

Keuzeruimte

Een derde van je programma is keuzeruimte. Deze ruimte vul je met vakken naar jouw eigen interesse. Je kunt bijvoorbeeld een tweede verdiepingspakket volgen, maar ook kiezen voor een pakket met samenhangende vakken van een andere opleiding. Met de invulling van je keuzeruimte kun je zelf bepalen welke richting je op wilt. Je kunt ook een periode in het buitenland studeren. 

Stage

Stage lopen is een uitgelezen kans om praktijkervaring op te doen op het gebied van jouw studie. Denk aan een plek bij een krant, uitgeverij, museum of school.

Maar je kunt ook naar het buitenland als docent Nederlands (als tweede taal). Dan geef je bijvoorbeeld conversatielessen. Er zijn mogelijkheden in onder andere Berlijn, Londen, Straatsburg en Coimbra.

Werkvormen

In het eerste jaar van de bachelor Nederlandse taal en cultuur krijg je onderwijs in de vorm van hoor- en werkcolleges.

In een hoorcollege zit je met je medestudenten in een grote zaal en is de docent aan het woord. Bij werkcolleges ga je zelf actief aan de slag. Het kan zijn dat je een presentatie moet houden, of dat je met elkaar een onderwerp bediscussieert of aan een opdracht werkt. Er is veel ruimte voor interactie en voor vragen aan de docent.

Per week heb je 12 contacturen. Naast het volgen van colleges werk je zelfstandig (dus zonder begeleiding) in de vorm van groepswerk en zelfstudie. De verhouding tussen de werkvormen in het eerste jaar is als volgt:

Hoorcollege 10%
Werkcollege 20%
Practicum 0%
Groepswerk 25%
Zelfstudie 45%

Groepsgrootte

In 2018 zijn er 33 studenten begonnen aan de opleiding Nederlandse taal en cultuur. In het eerste jaar ligt de gemiddelde groepsgrootte bij hoorcolleges hoger, omdat je een aantal colleges volgt met studenten van andere opleidingen. In de werkcolleges zit je met ongeveer 20-25 medestudenten.

Taal van het onderwijs

De colleges van de studie Nederlandse taal en cultuur worden in het Nederlands gegeven. In de vrije keuzeruimte kunnen wel vakken in het Engels gegeven worden.

Colleges 80% Nederlands en 20% Engels
Literatuur 70% Nederlands en 30 % Engels

Jaarrooster

Bekijk het jaarrooster (pdf) voor de start- en einddata van de semesters en onderwijsvrije weken.

Bindend studieadvies

Net als op alle andere Nederlandse universiteiten hanteren we in Utrecht een bindend studieadvies (BSA). Dit betekent dat je in je eerste studiejaar een minimum aantal studiepunten moet halen om verder te mogen met je studie. Bij Nederlands ligt dit minimum op 45 studiepunten (van de in totaal 60 te behalen punten). Haal je dit niet, dan moet je met je studie stoppen. De studieadviseur of tutor helpt je bij het zoeken naar een studie die beter bij je past.