Studieprogramma

Zo is Nederlandse taal en cultuur studeren in Utrecht!

Nederlandse taal en cultuur duurt drie jaar. Elk jaar bestaat uit vier blokken van tien weken die worden afgesloten met een tentamenweek. In je eerste jaar volg je gemiddeld 12 tot 18 uur per week aan onderwijs. Daarnaast werk je zelfstandig aan opdrachten. 

Vakkenpakket

Bij de studie Nederlands leer je maatschappelijke problemen rond taal en cultuur bestuderen en oplossen. Je leert hoe mensen in het Nederlands optimaler kunnen communiceren (communicatie). Hoe de taal als systeem in elkaar steekt (taalkunde). En wat Nederlandstalige teksten ons kunnen leren over uiteenlopende perioden en plaatsen, en over onszelf (letterkunde). 

Je volgt in je eerste jaar vakken over een brede reeks aan onderwerpen in die drie disciplines, zoals begrijpelijke overheidscommunicatie, kindertaalverwerving en de opkomst van young adult-literatuur. Omdat je die steeds met dezelfde studiegenoten volgt, leer je je medestudenten goed kennen. Vanaf het tweede jaar specialiseer je je in letterkunde, taalkunde of communicatie en onderzoek je ook problemen op de raakvlakken tussen die specialismen.

Crossing Borders 

In je tweede jaar kun je ook deelnemen aan de Crossing Borders-track. In deze track volg je een volwaardig Nederlandstalig programma, maar neem je je expertise ook mee in een speciaal ontworpen Engelstalig vakkenpakket. Daarin ga je met studenten van andere bachelorprogramma’s aan de slag met vergelijkend onderzoek op het gebied van vertaling, interculturele communicatie, taalkunde, literatuur en cultuur.

Werkvormen

Tijdens je opleiding krijg je te maken met verschillende lesvormen. Zo zijn er hoorcolleges, waarin een docent de stof uitlegt, werkgroepen, waarin je met medestudenten en de docent tijdens discussies en korte opdrachten met de stof aan de slag gaat en projectgroepen, waarin je met medestudenten een grotere opdracht maakt. Naast het bijwonen van colleges en het uitvoeren van groepswerk zul je ook zo’n 22 uur per week aan zelfstudie besteden.

Werkvorm

Percentage

Hoorcollege

10%

Werkcollege

20%

Groepswerk

25%

Zelfstudie

45%

Brede opleiding

Een derde van je programma is keuzeruimte. Die vul je met vakken naar jouw eigen interesse. Dat kan binnen Nederlands, maar ook door te kiezen voor een pakket met samenhangende vakken (een minor) van andere opleidingen. Denk dan bijvoorbeeld aan vakken over Taal en Recht, Digital Humanities, Psychologie, Communicatie en Media, Literatuurwetenschap, of aan een minor in een andere taal (Engels of Italiaans bijvoorbeeld). 

In de keuzeruimte kun je ook kennismaken met het onderwijs: de Educatieve minor levert je een tweedegraads lesbevoegdheid op waarmee je mag lesgeven in de onderbouw havo/vwo en vmbo-tl. Ook een stage als docent in het buitenland, aan een opleiding Nederlands aldaar, is een optie. 

Stage (in het buitenland)

Stage lopen is leuk én een uitgelezen kans om praktijkervaring op te doen. Je kunt zowel in Nederland als in het buitenland stagelopen. Zo kun je stage lopen bij een van de 55 opleidingen Nederlands in 40 verschillende landen wereldwijd. Maar je kunt ook bij een krant, uitgeverij, museum of redactie aan de slag gaan.

Groepsgrootte

Gemiddeld starten er elk jaar zo'n 50 studenten aan de opleiding Nederlands. In de werkcolleges zit je met ongeveer 20-25 medestudenten. In het eerste jaar ligt de gemiddelde groepsgrootte bij hoorcolleges een stuk hoger, omdat je een aantal colleges volgt met studenten van andere opleidingen.

Studiebegeleiding

Je kunt tijdens je studie rekenen op goede begeleiding en persoonlijk advies. Wij hebben diverse medewerkers, zoals mentoren, tutoren en studieadviseurs, die je ondersteuning bieden bij studiegerelateerde zaken. Maar ook bieden zij begeleiding en advies bij zaken die niet direct met je opleiding te maken hebben.

Bindend studieadvies (BSA)

Aan het eind van het eerste studiejaar ontvangt elke student een bindend studieadvies (BSA). Je moet minstens 45 van de 60 studiepunten van de bachelor Nederlandse taal en cultuur behaald hebben om door te mogen gaan met je studie.

Studenten op de fiets
Foto: Tim Vermeire