Actueel

Fotocollage van plasticfragmenten gevonden in de Noordelijke IJszee. Foto: Andres Cozar
Fotocollage van plasticfragmenten gevonden in de Noordelijke IJszee. Foto: Andres Cozar
Jullie beginnen met studeren op het hoogtepunt van de wetenschap
Robbert Dijkgraaf
Robbert Dijkgraaf
Directeur Institute for Advanced Study in Princeton, studeerde Natuurkunde in Utrecht
Tien regels voor een succesvolle studie volgens Robbert Dijkgraaf
  1. Als eerstejaars student heb je het idee dat je niet zoveel weet. Maar daar vergis je je in. Er is weliswaar veel dat je niet weet, maar je bent op de top van je kunnen: je bent ontzettend goed toegerust om dingen in je op te nemen.
  2. Eerstejaars Bètastudenten van nu: jullie hebben enorm veel geluk, want je begint aan je studie op het hoogtepunt van de wetenschap. Juist in deze vakgebieden is het nog nooit zo spannend geweest als vandaag.
  3. Het nadeel van Bètastudies is dat ze best lastig zijn. Maar ze hebben ook een voordeel: er is een klik-moment waarop je het begrijpt. Ga altijd door tot je dat moment bereikt.
  4. Juist als Bètastudent kun je licht reizen. Het gaat erom om kernbegrippen in je hoofd te hebben. Je kunt ingewikkelde materie terugbrengen tot de harde kern.
  5. Het pad dat je nu hebt gekozen voelt misschien als een intercity, maar eigenlijk is het een boemeltreintje met allerlei haltes waar je nog kunt overstappen. Wees daarop voorbereid en open je ogen voor die mogelijkheden.
  6. Wees avontuurlijk. Je studietijd is ook geweldige periode om je blik te verbreden. Zet een paar procent van je tijd opzij voor andere dingen, en dwing jezelf om iets te doen dat niet helemaal in je studie of carrièreperspectief past.
  7. Als je echt geïnteresseerd raakt in één onderwerp, zoom dan in op de details, en sta jezelf toe je daarin te verliezen. Het maakt niet uit waar je boort; als je maar diep genoeg boort, vind je goud.
  8. Gebruik je eigen interne smaak om keuzes te maken. Zonder een zekere passie was je niet aan deze studie begonnen. Als dat vlammetje minder gaat branden moet je het voeden, bijvoorbeeld met boeken, films of documentaires over het onderwerp.
  9. Je beste docenten zijn je medestudenten. Ga met elkaar het avontuur aan. En als jij iets goed begrepen hebt, kun je het je buurman of buurvrouw uitleggen.
  10. De allerbelangrijkste les: luister niet te veel naar advies. Vandaag word je echt volwassen. Je zit zelf achter het stuur; vind je eigen weg.
10 regels voor een succesvolle studie volgens Robbert Dijkgraaf
Je allereerste studiedag beginnen met tien levenslessen van Robbert Dijkgraaf
Onderzoek moet je doen uit passie, anders houd je het niet vol
Marius de Leeuw
Afgestudeerd en gepromoveerd Natuurkundige
Vier broers, één studierichting

Ze werden groot op een melkveehouderij en kozen unaniem voor een studie Natuurkunde aan de Universiteit Utrecht. De broers Marius, Hendrik, Hans en Arie-Willem de Leeuw - alle vier gepromoveerd - wilden van kleins af aan al weten ‘hoe iets in elkaar zat’. Volgens de broers ontdek je dat door je te verdiepen in de natuurkunde. Illuster sprak met hen over hoe hun gemeenschappelijke keuze toch leidde tot vier zeer verschillende loopbanen.

Op basis van hun uiterlijk zie je niet direct dat Marius (34), Hendrik (32), Hans (29) en Arie-Willem (27) broers zijn. Volgens henzelf hebben ze ook uiteenlopende karakters. Marius, die het interview vanuit Kopenhagen bijwoont via een live Skype-verbinding, is volgens hemzelf de rustige, oudere broer. Arie-Willem (links op de foto) is de eigenzinnige sportieveling en Hans (midden) is de vrolijke grappenmaker van het stel. Hendrik (rechts) vindt zichzelf het meest tegendraads: “Ik wil steeds nieuwe dingen proberen en doe daardoor soms iets onverwachts. Zo heb ik ook de meeste affiniteit met het boerenbedrijf van onze ouders.”

Arie-Willem: “Bij boerenfamilies hoor je vaak dat de ouders het fijn zouden vinden als één van de kinderen het boerenbedrijf op een dag overneemt. Dat hebben wij nooit zo gevoeld.”

Marius: “Onze ouders stimuleerden ons juist om eerst een goede opleiding af te ronden. Daarna konden we altijd nog beslissen of het boerenbedrijf bij ons zou passen. Het belangrijkste was volgens hen dat we altijd onze interesses zouden volgen.”

Eén vakgebied, uiteenlopende richtingen

Met hun identieke studiekeuze kwamen die interesses nog zeer overeen, maar de specialisaties van de broers gingen al snel verschillende richtingen op. Marius’ promotieonderzoek was veruit het meest theoretisch: hij richtte zich op de Snaartheorie, een wiskundig model dat de aantrekkingskracht tussen de kleinste deeltjes onderzoekt. Momenteel is hij postdoc aan de Universiteit van Kopenhagen.

Ook Arie-Willems onderzoek was fundamenteel, hij promoveerde afgelopen zomer in Utrecht op Bose-Einsteincondensatie van licht. Hans koos voor de meteorologie, onderzocht neerslagpatronen en is nu onderzoeker bij het IMAU. Het meest toegepaste onderzoek was dat van Hendrik: hij werkte in het UMC mee aan MRI-onderzoek naar een verbeterde behandeling van leverkanker. Inmiddels is hij echter wiskundedocent op een middelbare school.

Opoffering

“Ik heb in eerste instantie heel bewust voor de wetenschap gekozen,” legt Hendrik uit. “Puur omdat ik het zo leuk vond. Maar als je echt in de onderzoekswereld wilt blijven werken, moet je er wel dingen voor opofferen. Ik heb nu een gezin en de combinatie met het onderzoek werd voor mij steeds lastiger. Als je een gezin hebt kun je niet, net als Marius nu, even een paar jaar in het buitenland gaan werken.”

“De reden dat ik in Kopenhagen zit,” voegt Marius vanaf het grote scherm toe, “is omdat ik in de toekomst uiteindelijk ook meer vastigheid wil. Ik zou bijvoorbeeld wel een eigen onderzoeksgroep willen starten aan een universiteit en om dat te kunnen bereiken is internationale ervaring erg belangrijk. Vandaar dat ik steeds verhuis naar een ander land met ander werk. Maar dat maakt het wel moeilijk om nu een vaste vriendenkring of een gezinsleven op te bouwen.”

Om die reden verruilde Hendrik zijn wetenschappelijke carrière ruim één jaar geleden voor het onderwijs. “Werken in het onderwijs is iets heel anders,” glimlacht hij, “maar ik zie ook parallellen met het onderzoek. Zo heb ik vorig jaar een leerlinge geholpen om te slagen voor haar examen. Ze was het jaar ervoor gezakt voor haar eindexamen wiskunde, dus er was werk aan de winkel. Ik ben één op één met haar gaan kijken waar het mis ging en samen vonden we de oplossing.  Dat is precies hoe ik vanuit mijn onderzoeks-achtergrond gewend ben om te werken. De waardering die ik hiervoor van de leerling kreeg was geweldig.”

Hans knikt bevestigend. “Net als in het onderwijs doe je je werk als wetenschapper ook niet voor het geld. Niet dat we slecht verdienen, maar het zijn zeker niet de grote bedragen die je in het bedrijfsleven krijgt. Je kiest dit leven puur omdat je allerlei verschillende ervaringen op wilt doen.”

Marius vult aan: “Je moet het echt doen vanuit een gevoel van passie, anders houd je het niet vol.”

Daar doe je het voor

De vraag of één van de broers wel eens heeft gedacht ‘Waar ben ik aan begonnen?’ beantwoorden ze alle vier met een volmondig ‘nee’. 

“Er zijn natuurlijk altijd wel momenten,” zegt Hans, “dat het onderzoek een tijd lang stagneert. Tijdens mijn promotieonderzoek in Engeland werkte ik met natuurkundige modellen en op een dag kreeg ik zo’n model niet aan de praat. Ik zat wekenlang achter m’n computer te zoeken naar het foutje, maar kon het niet vinden. Dat valt niet mee. Maar dan ontdek je waar het aan ligt en ga je ineens resultaten zien. Dat geeft een ontzettende kick, dáár doe je het voor.”

“Iedere onderzoeker loopt daar tegenaan,” knikt Arie-Willem. “Dan is het wel eens lastig om ’s ochtends enthousiast uit je bed te springen met het gevoel ‘Joepie, nu ga ik er tot vanavond laat weer lekker tegenaan!’” Arie-Willem weet al dat hij niet in de onderzoekswereld wil blijven. Hij ziet zijn toekomst meer in het bedrijfsleven en wellicht bij organisaties zoals TNO, een consultancybureau of overheidsinstelling.

Hans begrijpt dat wel. “Als onderzoeker begeef je je richting het plafond van de huidige kennis. Dat maakt dit werk af en toe heel solistisch.” Om de vraag of het een eenzaam bestaan is moet hij echter lachen. “Nee, het beeld dat je als wetenschapper uitsluitend in je eentje op een kamer zit klopt niet. We hebben alle vier gewoon een leuk sociaal leven.”

“Precies,” voegt Arie-Willem toe, “in de wetenschappelijke wereld heb je ook ontzettend veel contact met collega’s. Bij de koffieautomaat staan altijd mensen met wie je een praatje kunt maken over allerlei dingen, zoals het weer.”

Hans kucht. “Nou ja, ik onderzoek elke dag het weer, dus ik heb het op zo’n moment dan liever over iets anders.”

Beta Natuur- en sterrenkunde studeren Broers de leeuw promovendi
V.l.n.r. Arie-Willem, Marius, Hans en Hendrik