Ervaringen

  • Alumna Moska Aliasi, is nu ANIOS (arts-assistent-niet in-opleiding) bij de gynaecologie en verloskunde in het Sint Antonius Ziekenhuis

    Moska Aliasi

    “Van iedere geneeskundeopleiding in Nederland ben ik naar een open dag geweest, maar Utrecht sprak mij het meest aan. Dat komt omdat je daar al in je derde jaar coschappen gaat lopen en dus sneller dan bij andere opleidingen in aanraking komt met de kliniek. Dankzij de vroege aanraking met de kliniek begin je vaak met meer ervaring en zelfvertrouwen aan je coschappen in de master.

    Ik ging Geneeskunde studeren omdat ik mensen wilde helpen en dacht dat je dat als arts het beste kon doen. Ik wilde al dokter worden sinds ik twee was. Dat veranderde niet toen mijn ouders met mij van Afghanistan naar Nederland waren gevlucht. Ik kwam hier op mijn vijfde en ging naar het gymnasium om met een cum laude mijn diploma te halen om zonder obstakels te kunnen beginnen aan Geneeskunde. Dat is gelukt.

    Je hoort altijd dat je voor Geneeskunde hard moet werken. Dat klopt ook, maar als je naar alle colleges gaat en het studiemateriaal goed bijhoudt, blijft er nog genoeg tijd over voor andere dingen. Zelf ben ik actief geweest voor verschillende commissies binnen de opleiding en heb ik nog een honoursprogramma gevolgd in de bachelor. Het rooster is bovendien flexibel. Zo heb ik in mijn master een coschap in Maleisië gelopen.

    Mijn eerste coschap kan ik mij nog goed herinneren. Dat was in het Utrechtse Diakonessenhuis. Ik moest toen voor het eerst helemaal alleen een lichamelijk onderzoek doen. De patiënt was een Afrikaanse man die alleen Engels sprak en ernstig ziek was. Ik was heel nerveus en dacht dat de man vast zou zien dat ik nog geen arts was. Maar het onderzoek ging goed en de eerste week dat hij in het ziekenhuis verbleef, was ik er voor hem als één van zijn artsen. Vijf weken later werd hij opnieuw opgenomen en hij vroeg meteen naar mij. Daar heb ik van geleerd dat ook als je nog maar weinig weet, je een waardevolle band met een patiënt kan opbouwen.

    Ik werk nu als anios, dat is een arts-assistent-niet in-opleiding bij de gynaecologie en verloskunde in het Sint Antonius Ziekenhuis. Daarvoor heb ik in hetzelfde ziekenhuis bij kindergeneeskunde gewerkt. Al sinds de middelbare school gaat mijn interesse uit naar de zorg voor moeder en kind. Met deze werkervaring hoop ik binnenkort een opleidingsplaats te krijgen als kinderarts of gynaecoloog. Ik vind het werk heel bevredigend en ga elke dag met een brede glimlach op mijn gezicht naar huis.”

  • Merel Dekker, tweedejaarsstudent Geneeskunde

    Merel Dekker

    “Ik wist lang niet welke studie ik wilde doen, maar Geneeskunde zat altijd wel in mijn hoofd als een studie die ik leuk zou kunnen vinden. Ik vind het erg leuk om met mensen te werken. Dit werd bevestigd toen ik aan het begin van het jaar, net als alle andere eerstejaars, twee weken moest stagelopen. Ik ging naar een verpleeghuis met ouderen met dementie waar je meeloopt met de verpleegkundigen. Ik vond het heel erg leuk om voor de ouderen te zorgen en interessant om te zien wat verpleegkundigen allemaal doen. Als arts werk je straks dagelijks met ze, dus het is denk ik goed te weten wat hun werk precies inhoudt.

    In het eerste jaar krijg je verschillende soorten vakken. De vakken waar je je al een beetje een dokter kan voelen, vind ik het leukst. Leren hoe je een lichamelijk onderzoek moet doen bijvoorbeeld. Dat oefen je op je medestudenten. In het begin voelt dit een beetje raar, maar dat went snel. Ook leren hoe je als huisarts bijvoorbeeld de juiste vragen stelt aan een patiënt om erachter te komen wat hij mankeert, is een interessant vak. Dat oefen je eerst ook met medestudenten en daarna op acteurs die net doen alsof ze een ziekte hebben.

    Gelukkig krijg je niet zo heel veel hoorcolleges, want die vind ik zelf het minst leuk. Ik ga liever aan de slag met de leerstof in werkgroepen of interactieve colleges. Bij de werkgroep zit je ongeveer met 13 studenten. Bij het interactieve college zijn er tussen de 50 en 100 studenten. Voor beide moet je opdrachten voorbereiden. Doordat er minder studenten zijn, heb je veel contact met de docent. Je stelt gemakkelijk vragen. Vlak voor een tentamen zijn er ook nog vragenuurtjes. Dan kun je met specifieke vragen over de stof bij een docent terecht.

    De studie is best pittig, maar er blijft nog genoeg tijd over om er van alles naast te doen. Het eerste jaar woonde ik nog in Leiden en moest dus elke dag reizen. Maar ik had ook nog tijd om te werken en muziek te maken. Ook zat ik in de bachelorvertegenwoordiging. Hierin denk je als student mee over het onderwijs van Geneeskunde. Dus om nou te zeggen dat ik enorm hard moest werken voor de studie…. Nee, dat viel me mee.”