Ervaringen

  • Silvester Beelen, derdejaarsstudent Geneeskunde

    Portretfoto van Silvester Beelen

    "Door mijn eigen huisarts ben ik geneeskunde gaan studeren. Ik ging naar een consult, zat daarna op de fiets naar huis, en dacht ‘wow, wat een mooi vak is dat eigenlijk’. Vragen stellen richting het eigenlijke probleem en diagnose, en ook connectie zoeken met een patiënt. Ik heb een keer meegelopen met een andere huisarts. Toen was ik om, die nam ook echt de tijd voor patiënten. Bovendien voegt het wat toe aan de maatschappij. Hopelijk hoor ik na 6 jaar tot de 50 procent studenten die huisarts wordt, hoewel, wie weet vind ik mijn roeping nog ergens anders na de coschappen.

    Als je begint met geneeskunde, denk je vooral aan alle biologievakken, en dat we hier wat leren over het hart en de longen. De praktijk is eigenlijk al heel erg aanwezig in het curriculum. Ik had nu nog niet verwacht dat lichamelijke onderzoeken en gesprekstechnieken zo’n prominente plek hebben. Bij lichamelijke onderzoeken leren we over spieren, en daarna leggen we de link naar lessen over bewegingsonderzoek. Lessen over gesprekstechnieken zijn ook al verweven met de praktijk. Een arts geeft je advies over communicatie en de manier waarop je gesprekken voert. En dan zijn er nog de klinische lessen waarin je leert te denken als een huisarts. Echt heel leuk dat je gelijk in de praktijk gegooid wordt.

    Ik wilde graag naar Utrecht, omdat we hier in het derde jaar al coschappen lopen, we gaan hier snel de praktijk in. Ik was op de open dag bij een proefles gesprekstechnieken. Daar werd ik zo blij van, dat sprak me aan, echt fantastisch. Natuurlijk geldt voor mij ook het cliché dat Utrecht een heel fijne stad is. Utrecht Science Park heeft een heel fijne sfeer. Dat laat het nieuwe regenboogfietspad nu ook wel weer zien. En het Hijmans van de Berghgebouw is ook lekker licht.

    In het eerste jaar kregen we nog een zorgstage, wij gelukkig nog wel voor de coronamaatregelen. Ik heb bij Bartiméus twee weken stage gelopen in de verpleging. Dan ga je weer terug naar de basis van de geneeskunde en het contact met patiënten. De verpleging ziet dat patiënten achteruit gaan, de chirurg niet in die vijf minuten. Ik denk dat het heel waardevol is voor mensen die denken dat ze als chirurg on top of everything zijn: dat is niet zo. Ik heb er zelf ook veel van geleerd, het was echt een eye-opener.

    Het leukste moment in de studie tot zover? We keken met driehonderd man tijdens een college live op een groot bioscoopscherm naar een gastroscopie. Dan staat er een arts bij die commentaar geeft. Op een gegeven moment moest een biopt genomen worden, met zo’n ‘happertje’. Dat zag er natuurlijk reusachtig uit op zo’n scherm. We keken onze ogen uit: wat gebeurt hier nou? Wat vet! Dat was echt een verbindend moment met iedereen die hier geïnteresseerd in is."

  • Alumna Moska Aliasi, is nu ANIOS (arts-assistent-niet in-opleiding) bij de gynaecologie en verloskunde in het Sint Antonius Ziekenhuis

    Geneeskundestudent Moska Aliasi op Utrecht Science Park

    “Van iedere geneeskundeopleiding in Nederland ben ik naar een open dag geweest, maar Utrecht sprak mij het meest aan. Dat komt omdat je daar al in je derde jaar coschappen gaat lopen en dus sneller dan bij andere opleidingen in aanraking komt met de kliniek. Dankzij de vroege aanraking met de kliniek begin je vaak met meer ervaring en zelfvertrouwen aan je coschappen in de master.

    Ik ging Geneeskunde studeren omdat ik mensen wilde helpen en dacht dat je dat als arts het beste kon doen. Ik wilde al dokter worden sinds ik twee was. Dat veranderde niet toen mijn ouders met mij van Afghanistan naar Nederland waren gevlucht. Ik kwam hier op mijn vijfde en ging naar het gymnasium om met een cum laude mijn diploma te halen om zonder obstakels te kunnen beginnen aan Geneeskunde. Dat is gelukt.

    Je hoort altijd dat je voor Geneeskunde hard moet werken. Dat klopt ook, maar als je naar alle colleges gaat en het studiemateriaal goed bijhoudt, blijft er nog genoeg tijd over voor andere dingen. Zelf ben ik actief geweest voor verschillende commissies binnen de opleiding en heb ik nog een honoursprogramma gevolgd in de bachelor. Het rooster is bovendien flexibel. Zo heb ik in mijn master een coschap in Maleisië gelopen.

    Mijn eerste coschap kan ik mij nog goed herinneren. Dat was in het Utrechtse Diakonessenhuis. Ik moest toen voor het eerst helemaal alleen een lichamelijk onderzoek doen. De patiënt was een Afrikaanse man die alleen Engels sprak en ernstig ziek was. Ik was heel nerveus en dacht dat de man vast zou zien dat ik nog geen arts was. Maar het onderzoek ging goed en de eerste week dat hij in het ziekenhuis verbleef, was ik er voor hem als één van zijn artsen. Vijf weken later werd hij opnieuw opgenomen en hij vroeg meteen naar mij. Daar heb ik van geleerd dat ook als je nog maar weinig weet, je een waardevolle band met een patiënt kan opbouwen.

    Ik werk nu als anios, dat is een arts-assistent-niet in-opleiding bij de gynaecologie en verloskunde in het Sint Antonius Ziekenhuis. Daarvoor heb ik in hetzelfde ziekenhuis bij kindergeneeskunde gewerkt. Al sinds de middelbare school gaat mijn interesse uit naar de zorg voor moeder en kind. Met deze werkervaring hoop ik binnenkort een opleidingsplaats te krijgen als kinderarts of gynaecoloog. Ik vind het werk heel bevredigend en ga elke dag met een brede glimlach op mijn gezicht naar huis.”