Studieprogramma

De bacheloropleiding Diergeneeskunde duurt drie jaar. Een studiejaar bestaat uit twee semesters (verdeeld in 4 'blokken') en is onderverdeeld in cursussen en lijnonderwijs. Je volgt meestal cursussen na elkaar met uitzondering van de eerste twee cursussen in het eerste jaar: deze cursussen volg je gelijktijdig. Daarnaast volg je gedurende de hele bachelor lijnonderwijs.

Jaar 1
Blok 1
Van Organisme tot Weefsel
In dit vak wordt het bouwplan van zoogdier en vogel op macro- en microscopisch niveau behandeld. Daarnaast wordt de embryonale ontwikkeling van zowel zoogdieren als vogels besproken en enkele belangrijke embryologische principes.
Van Cel tot Molecuul
Inzicht in de moleculaire aspecten van het bouwplan van cellen is het uitgangspunt van dit vak. Het gaat daarbij om de belangrijkste biochemische processen en mechanismen die de basis zijn van gezondheid en ziekte van het dier.
Veterinair Klinisch Redeneren
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele eerste jaar. Je doel is het oefenen van klinisch redeneren en een klinisch probleem oplossen. Denk aan: “Begrijp ik het probleem dat wordt voorgelegd?”
Diagnostische- en Handvaardigheden
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele eerste jaar. Je leert omgaan met dieren en het gestructureerd uitvoeren van klinisch en aanvullend onderzoek.
Wetenschappelijk Denken en Handelen
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele eerste jaar. Je krijgt een introductie op het gebied van wetenschappelijke vorming, het omgaan met informatie en het uitvoeren van een onderzoeksproject.
Persoonlijke en Professionele ontwikkeling
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele eerste jaar. Er wordt aandacht besteed aan het functioneren als professioneel dierenarts. Daarnaast krijgt je de kans je te ontwikkelen in het omgaan met werk en taken, de omgang met dieren en hun eigenaren en je leert reflecteren op je eigen gedrag.
Dier, Dierenarts en Samenleving
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele eerste jaar. De rol van de dierenarts in de samenleving staat centraal. Het gaat om meer dan veterinaire competenties, zoals het omgaan met ethische kwesties, wettelijke context en maatschappelijke discussies.
Blok 2
Van cel tot weefsel
Omdat cellen de universele bouwstenen van leven zijn, is celbiologie een cruciaal onderdeel. Dierziekten beginnen in zieke cellen of leiden tot beschadiging van cellen. Daarom is het noodzakelijk om ziekten tot op het cellulaire niveau te leren begrijpen.
Van genoom tot populatie
Je kunt dit vak het beste omschrijven aan de hand van de thema's die behandeld zullen worden. Dit zijn o.a. DNA (structuur, replicatie, mutaties), het ‘aan’ en ‘uitstaan’ van genen, afwijkingen van de wetten van Mendel en populatiegenetica.
Blok 3
Externe beïnvloeding celfunctie
De centrale vraag van dit vak is: hoe beïnvloeden externe factoren het functioneren van de cel? Hierbij gaat het om de beïnvloeding van de cel door zowel signaalstoffen van binnenuit als door medicijnen en giftige stoffen, farmaca en toxinen.
Infectie en afweer
Veel dierziekten worden veroorzaakt door micro-organismen en parasieten. Voor de behandeling en preventie van dit soort infectieziekten is kennis nodig van de biologie van deze organismen en van de interactie met de gastheer.
Blok 4
Bloed en bloedvormende organen
Dit vak is opgebouwd rond vier klinische probleemgroepen: afwijkingen aan leukocyten, afwijkingen aan lymfeknopen, bloedarmoede en stollingsstoornissen.
Huid en huidderivaten
Als uitgangspunt begin je met de macroscopische en microscopische aspecten van de bouw, functie en structuur van de normale huid. Er is aandacht voor de reactiepatronen en mechanismen waarover de huid beschikt (denk hierbij aan jeuk en wondgenezing).
Jaar 2
Blok 1
Digestie
In dit vak leer je over de bouw en het functioneren van het digestiestelsel (spijsverteringsstelsel). Ook komen de belangrijkste aandoeningen van het digestiestelsel aan bod.
Circulatie en respiratie
Het hart, bloed en lymfestelsel zijn de belangrijkste onderdelen van het circulatie-apparaat in een dier. Je leert in dit vak over de structuren van het hart en de meest voorkomende aandoeningen. Daarnaast leer je alles over het functioneren van het respiratie-apparaat. De rode draad is de weg die zuurstof en kooldioxide afleggen van long naar weefsel bij het gezonde dier, bij inspanning en ziekte.
Veterinair Klinisch Redeneren
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele tweede jaar. Je doel is het oefenen van klinisch redeneren en een klinisch probleem oplossen. Denk aan: “Begrijp ik het probleem dat wordt voorgelegd?”
Diagnostische- en Handvaardigheden
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele tweede jaar. Je leert omgaan met dieren en het gestructureerd uitvoeren van klinisch en aanvullend onderzoek.
Wetenschappelijk Denken en Handelen
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele tweede jaar. Je krijgt een introductie op het gebied van wetenschappelijke vorming, het omgaan met informatie en het uitvoeren van een onderzoeksproject.
Persoonlijke en Professionele ontwikkeling
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele tweede jaar. Er wordt aandacht besteed aan het functioneren als professioneel dierenarts. Daarnaast krijgt je de kans je te ontwikkelen in het omgaan met werk en taken, de omgang met dieren en hun eigenaren en je leert reflecteren op je eigen gedrag.
Dier, Dierenarts en Samenleving
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele tweede jaar. De rol van de dierenarts in de samenleving staat centraal. Het gaat om meer dan veterinaire competenties, zoals het omgaan met ethische kwesties, wettelijke context en maatschappelijke discussies.
Blok 2
Stofwisseling en endocrinologie
In dit vak komen de belangrijkste stofwisselingsziekten en aandoeningen van de endocriene organen aan bod. Deze organen zijn o.a. verantwoordelijk voor de hormoonhuishouding.
Blok 3
Neurologie, zintuigen en anesthesiologie
Tijdens dit vak leer je meer over o.a. het centrale zenuwstelsel en de zintuigen. Extra aandacht krijgen de bijzondere zintuigen oog en oor en welke gevolgen aandoeningen van deze delen kunnen hebben op het functioneren van het dier.
Nieren en urinewegen
De naam zegt het al, tijdens dit vak draait het om de nieren en urinewegen van verschillende dieren. Niet alleen de bouw van deze structuren, maar ook de cloaca en prostaat worden behandeld.
Blok 4
Hepatobiliair systeem
De lever staat centraal tijdens dit vak. Niet alleen is er aandacht voor de bouw en functie per diersoort, ook worden verschillende leverziektes behandeld.
Adaptatie en welzijn
Het wel of niet kunnen adapteren (aanpassen) aan een leefomgeving door dieren, staat centraal in dit vak. Kennis van adaptieve regulatiemechanismen worden gebruikt bij het observeren, kwalificeren en behandelen van (ab)normaal gedrag.
Dieren, ik vind ze om op te eten (Keuzevak)
Bij dit keuzevak krijg je de gelegenheid om een blik achter de schermen van de veehouderij te werpen. Daarvoor zal je verschillende bedrijven, van melkvee tot pluimveebedrijf, gaan bezoeken.
Economische beginselen in de diergeneeskunde (Keuzevak)
Iedere dierenartspraktijk is een onderneming die moet werken in een vrije markt. Daarom is het belangrijk dat je de economische achtergrond van een onderneming begrijpt.
Evolutie: van cyanobacterie tot dikbilkoe (Keuzevak)
In het eerste deel draait het om algemene mechanismen van natuurlijke evolutie. In het tweede deel wordt aandacht besteed aan de vraag in hoeverre natuurlijke evolutie heeft geleid tot de grote verschillen in anatomische variaties tussen soorten.
Herpetologie (Keuzevak)
Tijdens dit keuzevak maak je kennis met verschillende soorten amfibieën en reptielen. Herkennen en kennis van verschillende soorten is van belang om een goed advies te kunnen geven over huisvesting, voeding en verzorging.
Emerging infectieziekten (Keuzevak)
Verschillende infectieziekten komen tijdens dit keuzevak aan bod. Zowel moleculair biologische aspecten van ziekteverwekkers, als aspecten van het afweersysteem die bijdragen aan de ontwikkeling van de ziekte komen aan de orde.
Klinische pathofysiologie/immunologie (Keuzevak)
Je leert de verschijnselen die waarneembaar zijn bij een ziekte, te vertalen in pathofysiologische mechanismen. Dit zijn mechanismen die er toe hebben geleid dat deze aandoening zich bij het - voorheen gezonde - dier kon ontwikkelen.
Veterinaire toxicology (Keuzevak)
In dit keuzevak worden eerst de basisprincipes van de toxicologie uitgelegd.Ook leer je meer over de belangrijkste orgaansystemen voor intoxicaties en bijbehorende pathologische effecten.
Genen en gezondheid (Keuzevak)
In dit keuzevak worden moleculair-genetische technieken uitgelegd en de toepassingen daarvan in de praktijk (diagnostiek en behandeling) en in veterinair onderzoek. Met de nadruk op genetica van immunologie, farmacalogie en oncologie.
Jaar 3
Blok 1
Voortplanting
Tijdens dit vak leer je meer over normale en afwijkende aspecten van de voortplanting, verloskunde, lactatie en de eerste opvang van het geboren dier. Ook woon je bevallingen van runderen en schapen bij.
Epidemiologie en economie
Tijdens dit vak ontwikkel je inzicht en vaardigheden voor het onderkennen, begrijpen en bestuderen van ziekten in een dierpopulatie in samenhang met de economische aspecten van diergeneeskunde en dierziekten.
Veterinair Klinisch Redeneren
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele derde jaar. Je doel is het oefenen van klinisch redeneren en een klinisch probleem oplossen. Denk aan: “Begrijp ik het probleem dat wordt voorgelegd?”
Diagnostische- en Handvaardigheden
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele derde jaar. Je leert omgaan met dieren en het gestructureerd uitvoeren van klinisch en aanvullend onderzoek.
Wetenschappelijk Denken en Handelen
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele derde jaar. Je krijgt een introductie op het gebied van wetenschappelijke vorming, het omgaan met informatie en het uitvoeren van een onderzoeksproject.
Persoonlijke en Professionele ontwikkeling
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele derde jaar. Er wordt aandacht besteed aan het functioneren als professioneel dierenarts. Daarnaast krijgt je de kans je te ontwikkelen in het omgaan met werk en taken, de omgang met dieren en hun eigenaren en je leert reflecteren op je eigen gedrag.
Dier, Dierenarts en Samenleving
Dit vak (zogenaamd lijnonderwijs) duurt het hele derde jaar. De rol van de dierenarts in de samenleving staat centraal. Het gaat om meer dan veterinaire competenties, zoals het omgaan met ethische kwesties, wettelijke context en maatschappelijke discussies.
Blok 2
Veterinaire volksgezondheid
Met dit vak leer je onder andere de grondbeginselen van procescontrole binnen een veilige voedselproductieketen en de rol van de dierenarts hierin. Ook worden dierwelzijnsaspecten en volksgezondheidsaspecten in hun maatschappelijke context behandeld.
Locomotie
De bouw, functie en de klinische diagnostiek van het locomotieapparaat (bewegingsapparaat) wordt diersoort overschrijdend behandeld. Ook de klinisch relevante aandoeningen, orthopedisch trauma, EHBO, basis verbandleer en farmacotherapie komen aan bod.
Blok 3
Didactische vaardigheden (Keuzevak)
In dit vak worden onderwijsprincipes binnen de diergeneeskunde en vergelijkbare disciplines behandeld.
Vergelijkende ethologie (Keuzevak)
Twee belangrijke aspecten van dierenwelzijn worden in dit keuzevak behandeld: het belang en herkennen van natuurlijk en normaal gedrag, en de effecten van angst.
Hoe dieren geschiedenis maakten (Keuzevak)
Bij dit keuzevak worden de historische en filosofische aspecten van de diergeneeskunde verder uitgelicht en verdiept. Hierbij staat de geschiedenis van het denken over ziekte en gezondheid bij dieren en het daaraan gekoppelde medisch handelen centraal.
Gezondheidsrisico mens dier (Keuzevak)
Door dit keuzevak krijg je inzicht in kringlopen van microbiële en niet-microbiële contaminanten via levende dieren, dan wel dierlijke producten waarbij leefomgeving / milieu en of water een belangrijke rol spelen.
Geïntegreerde reproductiefysiologie (Keuzevak)
Tijdens dit vak krijg je diepgaande diersoortoverschrijdende kennis van en inzicht in de regulatie van reproductie van zowel mannelijke als vrouwelijke dieren en in de mogelijkheden om de voortplanting te beïnvloeden.
Herpetologie (Keuzevak)
Tijdens dit keuzevak maak je kennis met verschillende soorten amfibieën en reptielen. Herkennen en kennis van verschillende soorten is van belang om een goed advies te kunnen geven over huisvesting, voeding en verzorging.
Pediatrie (Keuzevak)
Pediatrie betekent eigenlijk 'kindergeneeskunde' en speelt natuurlijk ook een grote rol binnen de diergeneeskunde. Enkele onderwerpen die aan bod komen zijn: opvang en voeding van moederloze dieren en interactie tussen moeder en jong.
Vis (Keuzevak)
Doel van dit keuzevak is om je te laten kennismaken met de diverse aspecten van de vishouderij in Nederland en de wereld. Dit betreft zowel de commerciële vishouderij, gekweekt en wildvangst, als aspecten van de siervishouderij.
Wildlife health (Keuzevak)
Het doel van dit keuzevak is je kennis en inzicht te geven in de vraagstukken rondom ‘wildlife management’. Ook wordt de vergelijkende morfologie van verschillende wilde dieren behandeld.
Regeneratieve geneeskunde (Keuzevak)
Regeneratieve geneeskunde gaat over ziekteprocessen die in verschillende orgaansystemen kunnen optreden waarbij het normale herstelproces het laat afweten en er chronische problemen kunnen ontstaan.
Emerging infectieziekten (Keuzevak)
Verschillende infectieziekten komen tijdens dit keuzevak aan bod. Zowel moleculair biologische aspecten van ziekteverwekkers, als aspecten van het afweersysteem die bijdragen aan de ontwikkeling van de ziekte komen aan de orde.
Blok 4
Orgaanoverschrijdende aandoeningen
Tot nu toe heb je vooral orgaan(systeem)gericht naar ziektes gekeken. Maar vaak zijn er meerdere orgaansystemen betrokken. Daarom kijk je tijdens dit vak naar orgaanoverschrijdende aandoeningen. Een ander belangrijk onderdeel is de heelkunde.

Het bouwplan

In het eerste jaar van de bachelor krijg je een algemene basis: het bouwplan. In dit bouwplan leer je de grondbeginselen kennen van een aantal belangrijke structuren en processen in het dierlijk lichaam. Je onderzoekt hoe dieren eruitzien op het niveau van cellen en moleculen, maar ook de manier waarop grote groepen dieren zich gedragen en voortplanten. In het laatste deel van het eerste jaar en in het tweede en derde jaar krijg je thematisch onderwijs waarin diersoortoverschrijdend inzicht in gezonde en zieke dieren centraal staat.

Klinisch redeneren

In het meeste onderwijs worden cases (praktijkgevallen, probleemschetsen, onderzoekssituaties) gebruikt om je te leren probleemgeoriënteerd en klinisch te redeneren. Je oefent voor je rol als dierenarts door beargumenteerde beslissingen te nemen en je oordelen en adviezen te onderbouwen. Het vermogen om klinisch te redeneren wordt getoetst via zowel tentamens en werkstukken, als praktijkopdrachten en presentaties.

Professionele ontwikkeling en academische vorming

Naast de medische kant in het onderwijs is er veel aandacht voor het ontwikkelen van je communicatieve en sociale vaardigheden, professionele ontwikkeling en wetenschappelijke vorming in praktijk en onderzoek.

Werkvormen en groepsgrootte

  • Hoorcollege: een college door een docent in een collegezaal over de stof (225 studenten)
  • Werkcollege: verdieping van de hoorcollegestof in kleine groepen. Een werkcollege helpt je de stof te begrijpen, verbanden te leren zien en een mening te vormen (ca. 25 studenten)
  • Practicum: aanleren van praktische vaardigheden. Daarbij werk je met levende en dode dieren, proefdieren, weefsels en anatomische modellen. (12-75 studenten)

Keuzecursussen

In het tweede en derde jaar is er de mogelijkheid om keuzecursussen (voor in totaal 15 studiepunten) te volgen. De faculteit Diergeneeskunde verzorgt een groot aantal keuzecursussen maar je kunt ook een keuzecursus elders op universitair niveau doen.

Contacttijd en studiestof

Het aantal contacturen wisselt per week en is meer dan bij veel andere universitaire studies. Een groot deel van de week ben je op de faculteit Diergeneeskunde met de studie bezig. Je volgt hoor- en werkcolleges en practica en samen met andere studenten werk je in groepjes aan projecten en opdrachten. Zo ziet een voorbeeldweek studeren er uit. Daarnaast verwerk je veel studiestof zelf en wordt er van je verwacht dat je je goed voorbereid op de colleges en practica. Het onderwijs is meestal in het Nederlands. Veel literatuur is in het Engels.

Bindend studieadvies

De Universiteit Utrecht hanteert een bindend studieadvies (BSA). Dit betekent dat je in je eerste studiejaar een minimum aantal studiepunten moet halen om verder te mogen met je studie. Bij Diergeneeskunde ligt dit minimum op 45 studiepunten (van de in totaal 60 te behalen punten). Haal je dit niet, dan moet je met je studie stoppen. 

Onderwijsvoorzieningen en -benodigdheden

Als student aan de faculteit Diergeneeskunde heb je toegang tot het onderwijs en de tentamens van de bacheloropleiding Diergeneeskunde. Je kunt gebruik maken van de studentenvoorzieningen (denk aan studieplekken, een kluisje en microscopen etc), de bibliotheek en studentbegeleiding. Van de faculteit ontvang je eenmalig gratis een labjas en bij de practica worden handschoenen verstrekt. Aan het begin van de opleiding kun je eenmalig gratis een DTP-vaccinatie krijgen.

Er wordt van je verwacht dat je zelf de beschikking hebt over een laptop voor een actieve deelname aan het onderwijs en de toetsing. Meer informatie over de laptop 2017-2018 vind je in deze bijlage. Bij de studievereniging D.S.K. kun je studieboeken, syllabi en ‘eerstejaars- en tweedejaarspakketten’ kopen. Het 'eerstejaarspakket' bevat materialen die je nodig hebt bij practica: een fonendoscoop, snijset, mesjes en een thermometer. De bibliotheek biedt online boeken aan.

Wil je weten wat studeren kost? Ga naar de centrale pagina Kosten studeren.

Studielandschap

In het Studielandschap vind je voorzieningen om te studeren. Er zijn studiematerialen en er is een uitgebreide collectie van preparaten ter voorbereiding op practica. Je vindt er individuele studieplekken, al dan niet met computer, en groepswerkplekken om te werken aan groepsprojecten. Het is mogelijk er te printen en kopiëren. Bij de informatiebalie kun dagelijks met vragen terecht.