11 december 2017 van 12:15 tot 13:30

Promotie Rens Bijma over Johann Sebastian Bach en zijn musici in Leipzig

Beeld van Johann Sebastian Bach (1685-1750) voor de Thomaskirche in Leipzig © iStockphoto.com/claudiodivizia
Beeld van Johann Sebastian Bach (1685-1750) voor de Thomaskirche in Leipzig © iStockphoto.com/claudiodivizia

Op 11 december verdedigt Rens Bijma (University College Roosevelt) zijn proefschrift, dat gewijd is aan Johann Sebastian Bach en zijn muzikanten in de twee hoofdkerken van Leipzig. Door te onderzoeken hoe Bach zijn eigen muziek in Leipzig uitvoerde, toetst Bijma de vraag in hoeverre de huidige meningen in de muziekwetenschap over de uitvoeringspraktijk van Bachs muziek historisch correct zijn.

Opstelling van de musici

De ruimte voor musici was in de Thomaskirche het grootst, de instrumentalisten zaten in hoge ‘zijkoren’ bovenop de eerste etage. In de Nikolaikirche zaten de uitvoerenden in een grote nis op de tweede etage. De zangers (leerlingen van de Thomasschule en universiteitsstudenten) stonden steeds vooraan aan de balustrade. Het aantal zangers in de ‘koren’ was bijna altijd slechts één per stem. De instrumentale musici waren stadsmusici, leerlingen en soms enkele studenten. Bij een grote opstelling was in de Nikolaikirche ruimte voor maximaal acht zangers.

Continuo-instrumenten

Alle continuo-instrumenten (klavecimbel, orgel, celli, violone en fagot) speelden de continuopartij vrijwel steeds in alle delen mee. Bach leidde het gezelschap meestal vanaf het klavecimbel, in latere jaren speelde vaak een student klavecimbel. De violone in Bachs continuogroep had waarschijnlijkheid vijf snaren en was even groot als een hedendaagse contrabas. Toch werd dit instrument niet een octaaf lager bespeeld; het had royaler klinkende lage tonen dan de celli. Een extra lage klank kon wel worden bereikt op het orgel. Bach liet ook altijd twee cellisten meespelen. Of hun instrumenten tot 1730 leken op de huidige barokcelli, of dat het veel kleinere instrumenten waren is niet zeker. Bach liet de fagot (type Franse basson) zeer waarschijnlijk nooit bespelen zonder celli en violone. De viola da gamba en de luit werden nooit als normale continuo-instrumenten ingezet.

Conclusies

De conclusies van dit onderzoek laten zien dat de wijze waarop Bach zijn cantates en passies in Leipzig uitvoerde soms afwijkt van tegenwoordig breed gedragen inzichten, zowel in de muziekwetenschap als in de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk. Hedendaagse dirigenten en andere musici kunnen en moeten hun eigen keuzes maken op het gebied van de uitvoeringspraktijk. Als zij Bachs wensen willen respecteren, dienen zij zich er van bewust te zijn dat deze wensen lang niet altijd niet zo duidelijk in partituren en partijen zijn genoteerd als men wellicht zou hopen of veronderstellen. Vaak ontbreken aanwijzingen zelfs volledig. In zulke gevallen is nader onderzoek noodzakelijk, onder meer van muziektheoretische bronnen en op basis van analogieën met andere composities. Deze studie kan daarbij diensten bewijzen.

Begindatum en -tijd
11 december 2017 12:15
Einddatum en -tijd
11 december 2017 13:30
Promovendus
Rens Bijma
Proefschrift
Johann Sebastian Bach en zijn musici in de beide hoofdkerken te Leipzig. Een onderzoek naar hun rol, inzet en opstelling in het algemeen en naar de continuogroep en de daarin participerende instrumenten in het bijzonder
Promotor(es)
Prof. dr. Albert Clement
Entree
Gratis