19 juni 2018 van 10:30 tot 11:30

Promotie: Praktische handvaten voor mastitismanagement in kleine melkveebedrijven in Noord-West Ethiopië

Uierontsteking (mastitis) is een van de belangrijkste aandoeningen in melkvee in Ethiopië. Sefinew Alemu Mekonnen onderzocht hoe de aandoening zich kan verspreiden. Ook bekeek de promovendus  welke economische consequenties deze ziekte heeft voor de veehouders en hoe boeren te motiveren zijn om maatregelen te nemen om de ziekte terug te dringen. Het onderzoek richtte zich specifiek op kleine melkveebedrijven in de (peri)urbane gebieden in het Noord-Westen van Ethiopië die gebruik maken van kruisingen tussen geïmporteerde melktypische rassen en de zeboe.

Mastitis bleek inderdaad veel voor te komen, en vooral te worden veroorzaakt door bacteriën uit het geslacht Staphylococcus. De soort Staphylococcus aureus, een van de belangrijke verwekkers, bleek zich tussen en binnen bedrijven te kunnen verspreiden en bleek vaak resistent te zijn tegen veelgebruikte antibiotica. Sefinew Alemu Mekonnen identificeerde ook verschillende factoren die het ontstaan van mastitis bevorderen, zoals bijvoorbeeld het deel exotisch ras in de afstamming van de koeien, de huisvesting en de gebruikte melktechniek.

Door middel van economische modellen maakte hij duidelijk dat mastitis een belangrijke kostenpost is voor de veehouder. Uit interviews met veehouders bleek dan ook dat ze  mastitis graag onder controle willen krijgen. Gelukkig geeft Sefinew Alemu Mekonnen daarvoor in zijn proefschrift diverse de praktische handvaten. Deze kunnen effectief worden ingezet om de gezondheid van melkvee in Ethiopië te verbeteren en daarmee een bijdrage te leveren aan het levensonderhoud en de voedselvoorziening van de gemeenschappen rondom deze kleine melkveehouderijen.

Begindatum en -tijd
19 juni 2018 10:30
Einddatum en -tijd
19 juni 2018 11:30
Promovendus
Sefinew Alemu Mekonnen
Proefschrift
Mastitis management in urban and peri-urban dairy herds of North-Western Ethiopia
Promotor(es)
Prof. dr. T.J.G.M. LamProf. dr. H. Hogeveen
Co-promotor(es)
Dr. G. Koop