17 april 2019 van 10:30 tot 11:30

Promotie Marie Göbel: Menselijke waardigheid als basis voor mensenrechten

© iStockphoto.com/seb_ra

Op 17 april 2019 zal dr. Marie Göbel (Filosofie) haar proefschrift Menselijke waardigheid als grond van mensenrechten: Een studie in morele filosofie en de juridische praktijk verdedigen in het Academiegebouw.  

Wat betekent het om te zeggen dat menselijke waardigheid de morele “grond” van mensenrechten is? En wat impliceert deze aanname voor ons begrip van de verbindingen en spanningen tussen de morele en juridische dimensie van mensenrechten? Dit proefschrift behandelt deze vragen door een systematisch onderscheid te maken tussen een moreel en juridisch concept van mensenrechten.

De aard van mensenrechten

Deze studie verdedigt een “hermeneutische” benadering van ons begrip van de “aard” van mensenrechten: als morele normen zijn mensenrechten gefundeerd in het noodzakelijk zelfbegrip van elk individu. In de juridische praktijk wordt de concrete betekenis van juridische mensenrechtennormen geïnterpreteerd door te verwijzen naar het specifieke zelfbegrip van rechtsgemeenschappen. Wat een moreel en een juridisch begrip van mensenrechten gemeenschappelijk hebben, is de aanname dat zij een universeel moreel fundament hebben – menselijke waardigheid.

Menselijke waardigheid

Menselijke waardigheid zou moeten worden geïnterpreteerd als universele morele status. Deze status drukt de fundamentele morele verplichting uit om elk individu als drager van morele mensenrechten te respecteren. Menselijke waardigheid bevat daarmee een criterium om mensenrechten te specificeren en te ordenen, maar laat tegelijkertijd ruimte voor context-afhankelijke interpretatie van mensenrechtennormen. Zolang de juridische mensenrechtspraktijk zich moreel bindt aan het beschermen van menselijke waardigheid, zouden juridische interpretaties van mensenrechten zich door dit begrip van menselijke waardigheid moeten laten leiden.

Conclusie

Juridische interpretaties van mensenrechten en menselijke waardigheid zouden zich moeten berusten op het morele concept van menselijke waardigheid. Dat betekent dat bepaalde kernrechten niet ter discussie kunnen staan, en dat de nadere specificering van de inhoud van deze mensenrechten in de juridische praktijk moet voldoen aan bepaalde criteria. Wat uit de notie van menselijke waardigheid volgt is dus niet arbitrair of volledig context-afhankelijk.

Aan de andere kant betekent dit niet dat de normatieve consequenties van menselijke waardigheid simpelweg gededuceerd kunnen worden vanuit dit principe. Deze specificatie vereist namelijk context-afhankelijke overwegingen. De progressie naar universele morele rechtvaardigheid en de democratische zelfbeschikking van juridische gemeenschappen worden zo in de juridische praktijk samengebracht.

 

Begindatum en -tijd
17 april 2019 10:30
Einddatum en -tijd
17 april 2019 11:30
Promovendus
Dr. Marie Göbel
Proefschrift
Menselijke waardigheid als grond van mensenrechten: Een studie in morele filosofie en de juridische praktijk
Promotor(es)
Prof. M. Duwell Prof. R.J.G. Claassen