Promotie Maartje de Klerk: Mogelijke oorzaken en voorspellers van dyslexie

tot
Een meisje met dyslexie heeft moeite om letters te herkennen © iStockphoto.com/SDI Productions
© iStockphoto.com/SDI Productions

Kinderen met dyslexie hebben hardnekkige problemen met leren lezen en spellen. Hoewel dyslexie primair een lees- en spellingsprobleem is, zijn er aanwijzingen dat de eerste problemen ontstaan in de ontwikkeling van de spraakwaarneming in de voorschoolse periode. Op 3 september promoveert Maartje de Klerk op haar onderzoek naar mogelijke oorzaken en voorspellers van dyslexie.

Het lijkt erop dat kinderen die later dyslectisch blijken te zijn moeite hebben met het onderscheiden en herkennen van spraakklanken. Een mogelijk gevolg daarvan is dat kinderen moeite hebben met het leren van de relaties tussen de spraakklanken en de geschreven vorm, de letters.

Een ‘familiair risico’ op dyslexie

Kinderen met een dyslectische ouder hebben een grotere kans om zelf ook ernstige en hardnekkige lees/spellingproblemen te hebben dan kinderen bij wie dyslexie niet in de familie voorkomt: in Nederland hebben ongeveer 30%, van de kinderen met een dyslectische ouder zelf ook dyslexie. Dat is 4% voor kinderen bij wie de ouders geen dyslexie hebben. Er zijn dus kinderen die een ‘familiair risico’ (FR) op dyslexie hebben. Op basis van dit familiaire risico kunnen mogelijke voorlopers van dyslexie, zoals de spraakwaarneming, onderzocht worden vér voordat kinderen leren lezen en spellen.

Onderzoek naar klankcontrasten

De Klerk onderzocht of 6, 8 en 10 maand oude FR en NFR-baby’s het onderscheid kunnen maken tussen de moedertaalklanken /a:/ (als in gaap) en /e:/ (als in feest). Ook keek ze naar niet-moedertaalklanken de Engelse /ɛ/ en /æ/, van bad (slecht) en bed (bed). Door deze twee verschillende klankcontrasten te onderzoeken, kan iets gezegd worden over de ontwikkeling van de spraakwaarneming van klinkers. Vinden we evidentie voor een ontwikkeling naar taalspecifieke spraakwaarneming van NFR-baby’s die vaak gevonden is in de literatuur? En vinden we dat ook voor baby’s met een FR? Een andere belangrijke vraag is of de vaardigheden van het individuele kind beoordeeld kan worden. Het antwoord hierop is van belang om individuele ontwikkelingspatronen te kunnen beschrijven en voorspellingen te kunnen doen op het gebied van lees- en schrijfvaardigheden.

Leren van spraakklanken

Daarnaast is gekeken naar de manier waarop baby’s met en zonder een FR de spraakklanken leren. Het idee is dat het leren van klanken onder andere plaatsvindt op basis van statistisch leren: op basis van de hoeveelheid blootstelling aan de klanken leren baby’s ze te onderscheiden. Ze moeten daarbij de belangrijke informatie gebruiken, zoals het verschil tussen de ‘aa’ en de ‘ee’. De niet belangrijke informatie moeten ze daarvoor negeren, zoals de uitspraak van de klanken in verschillende woorden en door verschillende sprekers. Er zijn aanwijzingen dat kinderen en volwassenen met dyslexie een verminderd statistisch leervermogen hebben. De Klerk keef of de groepen baby’s (FR en NFR) op de leeftijd van 8 maanden een niet-moedertaalcontrast (het Engelse /ɛ/ - /æ/) kunnen aanleren met behulp van statistisch leren.

Het Babylab van de Universiteit Utrecht
Babylab van de Universiteit Utrecht

Spraakwaarneming bij baby’s meten

Een veelgebruikte methode om de spraakwaarneming bij baby’s te meten is het ‘kijk- en luisterexperiment’. Hierbij zitten baby’s in op schoot bij de ouder/verzorger of in een stoeltje waarin ze zelfstandig kunnen zitten. Ze kijken naar een scherm waarop een eenvoudige afbeelding te zien is. Tegelijkertijd horen ze de spraakklanken. De afbeelding op het scherm verandert niet gedurende het experiment, maar de klanken die aangeboden worden wel. Zo horen baby’s bijvoorbeeld in eerste instantie de hele tijd herhalingen van de klank /a:/. De kijktijd zal aan het begin lang zijn, maar zal afnemen zodra de informatie verwerkt en niet meer interessant is. Dat is het moment dat een nieuwe klank aangeboden wordt. Bijvoorbeeld de /e:/. Wanneer baby’s deze klank als kunnen onderscheiden van de /a:/ die ze daarvoor steeds gehoord hebben, zal de kijktijd weer toenemen. De kijktijd (maat van interesse) is de maat die genomen wordt om analyses mee te doen.

Vertraagde ontwikkeling van spraakklanken

De resultaten van het onderzoek van De Klerk duiden erop dat FR-baby’s niet helemaal hetzelfde patroon laten zien in de ontwikkeling van klinkers als de NFR-baby’s. Er zijn (subtiele) aanwijzingen dat de ontwikkeling van spraakklanken vertraagd verloopt in de FR-baby’s. Echter, er wordt geen uitsluitsel gegeven dat de manier waarop spraakklanken geleerd worden (via statistisch leren), verschilt tussen de twee groepen. De resultaten van het onderzoek dragen bij aan fundamentele vragen over de mogelijke oorzaken en voorspellers van dyslexie.

Auris en onderzoek

Taalwetenschapper Maartje de Klerk is senior onderzoeker binnen Auris Ondersteunde Diensten. Binnen Auris is zij  betrokken bij verschillende onderzoeksprojecten, voornamelijk binnen zorg. Door wetenschappelijk onderzoek & innovatie wil Auris de praktijk continu verbeteren en vernieuwen. Begin 2019 is Auris Zorg erkend als expertiseorganisatie ZG (Zintuiglijk Gehandicapten) door ZonMW. Ook zet Auris in op innovatie. Lees meer over onderzoek bij Auris.

Begindatum en -tijd
Einddatum en -tijd
Locatie
Online (link)
Promovendus
Maartje de Klerk
Proefschrift
Vowels in development
Promotor(es)
Prof. F.N.K. Wijnen
Prof. E.H. De Bree