11 december 2017 van 16:15 tot 17:30

Promotie Jack Munnecom: De solohoornisten van het Koninklijk Concertgebouworkest, 1888-2017

© iStockphoto.com/buzzanimation
© iStockphoto.com/buzzanimation

Op 11 december verdedigt Jack Munnecom (University College Roosevelt) zijn proefschrift over de solohoornisten van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) tussen 1888-2017. Uit zijn onderzoek blijkt dat de tradities van de solohoornisten een beduidende invloed hebben gehad op de klank en speelwijze van de hoornsectie in dit orkest.

Koninklijk Concertgebouworkest

Het Koninklijk Concertgebouworkest Amsterdam (KCO) heeft zich, vanaf de oprichting in 1888, ontwikkeld tot een internationaal erkend toporkest. Parallel aan de ontwikkeling van het orkest ontstond ook binnen de hoornsectie een unieke traditie met betrekking tot klank en speelwijze, in deze studie de Amsterdamse School genoemd. De tradities, waardoor de solohoornisten van het KCO reeds tijdens hun vooropleiding en ervaringen voorafgaand aan hun benoeming in het KCO werden beïnvloed, hebben een beduidende invloed gehad op de klank en speelwijze van de hoornsectie in dit orkest.

Geschiedenis van de solohoornisten

Munnecom verdeelt de geschiedenis van de dertien solohoornisten die het KCO onder in vier perioden: Vroegste periode (1888-1922), Amsterdamse school (1922-1974), Nieuwe invloeden (1974-2004) en Nieuwe Amsterdamse School (2004-2017). Munnecom laat via een geschiedenis van de Vroegste periode zien hoe uiteindelijk de Amsterdamse school werd opgericht door solohoornist Richard Sell. Onder zijn leiding, vanaf 1922, ontwikkelde de hoornsectie een uniek eigen geluid en speelstijl. Zijn opvolgers zetten zijn koers voort en verfijnden de speelcultuur van de Amsterdamse hoornsectie. De nadruk op het 'ideale geluid' zorgde ervoor dat de Amsterdamse school bloeide.

Nieuwe invloeden en de Nieuwe Amsterdamse school

Vanaf 1974 brak er een nieuwe periode aan, toen solohoorniste Julia Studebaker nieuwe invloeden uit Chicago meebracht naar het orkest. Deze en andere internationale invloeden hadden niet alleen invloed op de hoornsectie, maar op het gehele orkest. Met het aantreden van Jasper de Waal als solohoornist in 2004 kwam de Amsterdamse school weer terug naar voren, hoewel het geen volledige herleving was. De Nieuwe Amsterdamse school kan gezien worden als een symbiose van de traditionele Amsterdamse school en moderne invloeden en opvattingen over klank, speelstijl en instrumentkeuze. 

Een fluwelen geluid

Munnecoms onderzoek laat zien dat de Amsterdamse hoorntraditie zich sterk afhankelijk van haar aanvoerders aan verandering onderhevig is geweest. Dit is een tot op de dag van vandaag voortdurend proces. In het afgelopen decennium hebben de traditionele 'fluwelen' hoornklank van de Amsterdamse School en nieuwe invloeden en moderne inzichten elkaar ontmoet. Een gecultiveerde manier van spelen, altijd gericht op een ‘fluwelen’ geluid, bleef gedurende alle jaren de belangrijkste eigenschap van de hoornsectie van het KCO.

Begindatum en -tijd
11 december 2017 16:15
Einddatum en -tijd
11 december 2017 17:30
Promovendus
Jack Munnecom
Proefschrift
The Principal Horn Players of the Royal Concertgebouworchestra 1888-2017
Promotor(es)
Prof. dr. Albert Clement
Entree
Gratis