Promotie Iris van der Wulp: Individuele verschillen in leren van woorden verklaard

tot
Armen houden tekstballonnetjes omhoog. Bron: © iStock.com/Olena Zagoruyko
© iStock.com/Olena Zagoruyko

Op maandag 15 juni verdedigt Iris van der Wulp haar proefschrift ‘Individuele verschillen in statistisch leren: Onderzoek naar de rol van ritmegevoel en werkgeheugen bij ontwikkelende en neurodiverse populaties’. Hierin onderzoekt ze hoe mensen losse woorden herkennen in een onbekende taal, en waarom de één hier beter in is dan de ander.

Statistisch leren

Baby’s en kinderen leren hun eerste woorden door spraaksegmentatie: het opdelen van een reeks spraakklanken in losse woorden. Ze ontdekken woordgrenzen door te voorspellen of een bepaalde lettergreep wordt gevolgd door een andere lettergreep. Dit proces van het herkennen van patronen heet ‘statistisch leren’.

Er bestaan individuele verschillen in het statistisch leervermogen: niet iedereen is er even goed in. Van der Wulp onderzoekt deze verschillen aan de hand van de nieuwe hypothese dat muzikaal ritmegevoel hier iets mee te maken heeft. Ritme is namelijk een belangrijke overeenkomst tussen taal en muziek, en in de bestaande literatuur is aangetoond dat het brein taal en muziek op een vergelijkbare manier verwerkt.

Van der Wulp heeft haar hypthese dat mensen met een beter ritmegevoel ook beter statistisch kunnen leren getest bij baby’s en volwassenen, met en zonder neurodiversiteit zoals dyslexie, ADD of ADHD.

Bij de onderzoeken met volwassenen heeft Van der Wulp ook het werkgeheugen en de woordenschat gemeten. Deze factoren zijn namelijk eerder in verband gebracht met individuele verschillen in statistisch leren.

Ritmegevoel

Uit de resultaten van Van der Wulp blijkt dat deelnemers onbekende, ononderbroken spraak zonder intonatie met behulp van statistisch leren in losse woorden kunnen opdelen. Bij baby’s blijkt ritmegevoel inderdaad samen te hangen met het herkennen van woorden op basis van statistisch leren.

Bij volwassenen vond Van der Wulp dit verband niet. Wel is er een kleine correlatie tussen iemands statistisch leervermogen en de grootte van hun woordenschat. Over de invloed van het werkgeheugen kon ze geen duidelijke conclusies trekken. 

Opvallend is dat deelnemers met neurodiversiteit niet verschilden van de rest. Individuele verschillen binnen de ADHD-groep waren bijvoorbeeld groter dan het verschil tussen groepen onderling. Hiermee toont dit nieuwe onderzoek het belang van individuele verschillen, juist bij neurodiversiteit. Volgens Van der Wulp kunnen individuele verschillen je in dat geval meer vertellen dan gemiddelde scores, die vaak gebruikt werden in voorgaande onderzoeken.

Voorafgaand aan de verdediging houdt Van der Wulp vanaf 10.00 uur een lekenpraatje.

Begindatum en -tijd
Einddatum en -tijd
Locatie
Hybride: online (klik hier) en in het Academiegebouw
Promovendus
I.M. van der Wulp
Proefschrift
Individuele verschillen in statistisch leren: Onderzoek naar de rol van ritmegevoel en werkgeheugen bij ontwikkelende en neurodiverse populaties
Promotor(es)
Prof. dr. F.N.K. Wijnen
Co-promotor(es)
Dr. M.E. Struiksma