Promotie: Inkomensongelijkheid: de rol van instituties, bedrijven en buurten

tot

Op vrijdag 14 juni om 12.15 uur verdedigt Emiel van Bezooijen zijn proefschrift Essays on Income Inequality. The Role of Institutions, Firms and Neighborhoods.

Voor zijn proefschrift deed Emiel van Bezooijen drie empirische onderzoeken gerelateerd aan het thema inkomensongelijkheid.

Verhoging minimumloon voor 20-22 jarigen verminderde inkomensongelijkheid


Het eerste onderzoek richt zich op het minimumloon, een belangrijk beleidsinstrument dat inkomensongelijkheid aan de onderkant van de loonverdeling tegen gaat. Hij onderzocht het effect van een verhoging van het Nederlandse jeugdminimumloon voor 20-22-jarigen in 2017 op de werkgelegenheid en op de lonen van deze leeftijdsgroepen. Hij toont aan dat de verhoging een positief effect heeft gehad op de lonen van 20-22-jarigen met lage inkomens zonder een negatief effect te hebben op de werkgelegenheid voor deze leeftijdsgroepen. De verhoging van het jeugdminimumloon heeft de inkomensongelijkheid onder 20-22-jarigen dus verminderd.

Nederlandse bedrijven hebben loonzettingsmacht


In zijn tweede onderzoek richtte van Bezooijen zich op loonzettingsmacht van Nederlandse bedrijven. Loonzettingsmacht geeft bedrijven de mogelijkheid om werknemers een loon te betalen dat lager is dan de omzet die een werknemer genereert, zonder een aanzienlijk deel van hun werknemers te verliezen. Hoe groter de loonzettingsmacht van bedrijven, hoe groter het verschil tussen het loon en de gegeneerde omzet dat een bedrijf zich kan veroorloven. Op basis van zijn onderzoek stelt van Bezooijen vast dat Nederlandse bedrijven deze loonzettingsmacht hebben. Hij becijferde hoeveel loonzettingsmacht Nederlandse bedrijven bezitten en onderzocht in hoeverre er verschillen in loonzettingsmacht zijn tussen verschillende sectoren en groepen werknemers.

Bedrijven kunnen het zich veroorloven lagere lonen te betalen aan vrouwen dan aan mannen die evenveel omzet genereren, hetgeen bij kan dragen aan de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Daarnaast hebben bedrijven ook relatief meer loonzettingsmacht over werknemers met de hoogst- en de laagstbetaalde banen. Voor middeninkomens is het mogelijke verschil tussen de gegenereerde omzet en de beloning daarvoor minder groot. Sterke loonzettingsmacht over laagbetaalde werknemers zou inkomensongelijkheid kunnen vergroten terwijl sterke loonzettingsmacht over hoogbetaalde werknemers inkomensongelijkheid zou kunnen beperken.

Invloed van buurtkarakteristieken op onderwijsresultaten vluchteling-kinderen


Voor het derde onderzoek keek Van Bezooijen naar de invloed van de karakteristieken van de buurt waarin iemand opgroeit op resultaten in het onderwijs, een belangrijke factor voor latere vooruitzichten op de arbeidsmarkt. Daarbij focuste hij op kinderen van vluchtelingen (een groep in de maatschappij die vaak sterke barrières ervaart op het gebied van integratie op de arbeidsmarkt) en onderzocht de invloed van twee buurtkarakteristieken: het aandeel van personen met dezelfde etnische achtergrond als de vluchteling-kinderen en de inkomens van deze personen.

Onderwijsresultaten van vluchteling-kinderen worden beïnvloed door het aandeel van buurtbewoners met dezelfde etnische achtergrond als het vluchteling kind (co-etnische concentratie). Welk effect een hogere co-etnische concentratie heeft is afhankelijk van het gemiddelde inkomen van de buurtbewoners met eenzelfde etnische achtergrond als het vluchteling-kind (co-etnische inkomens). Je zou in dit verband kunnen spreken van ‘etnisch sociaal kapitaal’ dat groter of kleiner kan zijn. Een hogere co-etnische concentratie vergroot de kans dat een vluchteling-kind een havo/vwo diploma haalt of zich inschrijft in het hoger onderwijs als co-etnische inkomens relatief hoog zijn, maar verkleint deze kans als co-etnische inkomens relatief laag zijn.

Emiel van Bezooijen is wetenschappelijk medewerker bij het Centraal Planbureau (CPB) en als promovendus verbonden aan de Utrecht University School of Economics (U.S.E.).

Begindatum en -tijd
Einddatum en -tijd
Locatie
Academiegebouw, Domplein 29 Utrecht en online
Promovendus
E.F.S. van Bezooijen
Proefschrift
Essays on Income Inequality. The Role of Institutions, Firms and Neighborhoods.
Promotor(es)
Prof. dr. A.M. Salomons
Co-promotor(es)
Dr. A.W. van den Berge