Promotie: Impact of cytomegalovirus-infection on ageing of the immune system

tot

Samenvatting

Veroudering van het immuunsysteem leidt tot een minder goed werkend immuunsysteem in ouderen. Sluimerende infectie met cytomegalovirus (CMV) wordt gedacht de veroudering van het immuunsysteem te versnellen. CMV is een veel voorkomend herpesvirus dat de meerderheid van de wereldbevolking infecteert. CMV blijft levenslang sluimerend aanwezig maar is meestal aanwezig zonder symptomen. Echter, de middelen om CMV onder controle te houden zouden wel eens hun tol kunnen eisen van het immuunsysteem. Daardoor zou CMV na verloop van tijd kunnen leiden tot een verminderde functie van het immuunsysteem.
Dit proefschrift onderzoekt het effect van CMV-infectie op de veroudering van het immuunsysteem. Het eerste deel onderzoekt het effect van CMV op de influenzavirus-specifieke immuunrespons, een respons die lijdt onder veroudering. We laten zien dat CMV de immuunrespons tegen influenza niet negatief be√Įnvloedt, zowel niet na vaccinatie als na infectie. Het tweede deel van dit proefschrift richt zich op het effect van CMV op T-cellen. CMV en veroudering zorgen voor vergelijkbare veranderingen in T-cellen. CMV-specifieke T-cellen zijn in buitengewoon hoge aantallen aanwezig en lijken uniek in hun uiterlijk. De onderliggende dynamiek om de CMV-specifieke T-cellen te behouden is echter onveranderd. Hoge aantallen CMV-specifieke T-cellen worden bovendien niet bereikt gedurende latente infectie, maar ontwikkelen zich al kort na eerste CMV-infectie. Een hogere leeftijd zorgt dan direct al voor hogere aantallen CMV-specifieke T-cellen.
Dit onderzoek pleit voor een kleinere rol van CMV in de achteruitgang van het immuunsysteem dan eerder werd verwacht en draagt bij aan een beter begrip van de unieke CMV-specifieke T-cel respons.

Begindatum en -tijd
Einddatum en -tijd
Locatie
Academiegebouw, Domplein 29 & online (link)
Promovendus
S.P.H. van den Berg
Proefschrift
Impact of cytomegalovirus-infection on ageing of the immune system
Promotor(es)
prof. dr. D. van Baarle
Co-promotor(es)
dr. J.A.M. Borghans
dr. J. de Wit