15 september 2017 van 10:30 tot 12:00

Promotie: Geschiedenisleraren over een interpretatieve benadering van geschiedenis

Geschiedschrijving is geen absolute waarheid; het is het resultaat van interpretaties van het verleden. Die boodschap willen geschiedenisleraren in het voortgezet onderwijs graag meegeven aan hun leerlingen. Dat wordt ook steeds meer van hen verwacht. Maar het blijkt een hele uitdaging om die interpretatieve kant van geschiedenis aan leerlingen te laten zien en goede discussies te voeren over hoe ze de waarde van interpretaties dan toch kunnen toetsen aan de hand van vakmatige criteria. Dat beschrijft onderwijskundige en historicus Bjorn Wansink in zijn proefschrift. 

Wansink onderzocht wat de opvattingen zijn van geschiedenisleraren over het doceren van een interpretatieve benadering van geschiedenis, en hoe geschiedenisleraren deze benadering in hun lessen vormgeven. Het blijkt dat veel leraren het belangrijk vinden dat hun leerlingen een interpretatieve benadering van geschiedenis aanleren, maar ook dat dit doel op gespannen voet kan staan met andere doelen. Een belangrijke tegenpool is kennisoverdracht, geconcretiseerd in vaste examenprogramma’s (‘canons’): leraren willen hun leerlingen simpelweg voorbereiden op deze examens.

Feit of interpretatie

Daarnaast concludeert Wansink in zijn proefschrift dat de expertise van de leraar een rol speelt bij het presenteren van historische kennis als feit of interpretatie. Als de leraar het gevoel heeft dat zijn expertise gebrekkig is, is de kans groot dat het verleden in de klas eerder gepresenteerd wordt als een feitelijk verhaal dan als een verhaal gebaseerd op interpretatie. Dit noemt Wansink in zijn proefschrift de zekerheids-paradox, omdat docenten een gevoel van zekerheid nodig blijken te hebben over hun eigen expertise vóórdat ze leerlingen durven confronteren met de onzekerheid die gepaard gaat met het erkennen van verschillende interpretaties over het verleden.

Holocaustmonument

Emotioneel betrokken

Ook blijkt dat de aard van het historische onderwerp van invloed kan zijn op de manier waarop historische kennis wordt gepresenteerd. Dit komt bijvoorbeeld doordat een leraar of leerling zich emotioneel betrokken voelt bij een historisch thema. Zo verschillen docenten sterk van mening over de vraag of de Holocaust geschikt is voor een interpretatieve benadering van geschiedenis.

Controversiële historische onderwerpen

Ten slotte zag Wansink dat leraren bij het doceren van meer controversiële historische onderwerpen ‘normatief balanceerden’. Aan de ene kant relativeerden en bediscussieerden ze waarden met leerlingen. Maar aan de andere kant stelden ze morele grenzen aan wat er door leerlingen wel en niet over bepaalde gebeurtenissen uit het verleden gezegd kan worden. 

Begindatum en -tijd
15 september 2017 10:30
Einddatum en -tijd
15 september 2017 12:00
Promovendus
Bjorn Wansink
Proefschrift
Between fact and interpretation. Teachers’ beliefs and practices in interpretational history teaching
Promotor(es)
prof. dr. Theo Wubbelsprof. dr. Sanne Akkermanprof. dr. Ed Jonker