Promotie Geerke van der Bruggen: Het belang van begrijpelijke taal in rechtspraak
Op donderdag 18 december verdedigt Geerke van der Bruggen haar proefschrift ‘Sprekende uitspraken’. Hierin onderzoekt ze wat rechters kunnen doen om de begrijpelijkheid en acceptatie van hun uitspraken te vergroten.
Doelen van uitspraken
Als je je afvraagt of een tekst beter kan, moet je eerst kijken naar de doelen van de tekst, zegt Van der Bruggen. Voor rechterlijke uitspraken zijn die doelen uit de wet af te leiden. Rechters moeten hun uitspraak uitleggen (‘motiveren’), zodat controle mogelijk is. En uitspraken zijn openbaar, omdat iedereen de rechter moet kunnen controleren.
Dat betekent dat lezers een mening moeten kunnen vormen over beslissingen. Dat is het eerste doel van een uitspraaktekst. Het tweede doel is overtuigen. In het ideale geval komen lezers tot de conclusie dat er met de uitspraak recht is gedaan. Als de tekst overtuigt, is de kans groter dat de mensen om wie het gaat (de ‘procespartijen’) de beslissing accepteren. Ook is dat belangrijk voor het algemene vertrouwen in rechters.
Begrijpelijk én overtuigend
In haar onderzoek zag Van der Bruggen dat procespartijen die positief zijn over de uitspraaktekst, het vaker eens zijn met de beslissing. Tegelijkertijd zijn partijen zonder juridische kennis minder tevreden over de teksten dan professionals. Die groep kan dus beter bediend worden, zegt Van der Bruggen.
De taal in uitspraken is voor veel mensen te moeilijk, schrijft ze. Lezers zonder juridische achtergrond snappen uitspraken beter als de rechter makkelijkere taal gebruikt en extra uitleg geeft. Dat kan al door moeilijke woorden te vervangen en vaker een punt te zetten. Ook is het belangrijk dat rechters juridische begrippen alleen gebruiken als dat nodig is, en die dan even kort toelichten. Eenvoudigere taal maakt uitspraken uiteindelijk niet alleen begrijpelijker, maar ook overtuigender.
Hoe eenvoudige taal eruitziet
Een moeilijke zin uit een uitspraak is bijvoorbeeld: ‘In artikel 6.4 van de algemene voorwaarden is opgenomen dat wanneer zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld de garage wordt verlaten door middel van het zogenoemde treintje rijden de parkeerder het “verloren kaart”-tarief is verschuldigd ten bedrage van € 150, vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding van € 300.’
Deze zin is voor Van der Bruggens onderzoek begrijpelijker gemaakt: ‘In artikel 6.4 van de algemene voorwaarden staat dat klanten die treintje rijden € 150 voor de ‘verloren kaart’ moeten betalen, plus € 300 schadevergoeding.’
- Begindatum en -tijd
- Einddatum en -tijd
- Locatie
- Hybride: online (klik hier) en in het Academiegebouw
- Promovendus
- G.G. van der Bruggen
- Proefschrift
- Sprekende uitspraken: Hoe tekstingrepen de begrijpelijkheid en acceptatie van rechterlijke uitspraken kunnen vergroten
- Promotor(es)
- Prof. dr. T.J.M. Sanders
- Co-promotor(es)
- Dr. H.L.W. Pander Maat
- Dr. L. van Lent
- Meer informatie
- Full text via Utrecht University Repository