Promotie: Coronavirus and influenza A virus infections in dogs and cats

tot

Samenvatting proefschrift

In Nederland is er een aanzienlijk risico op een introductie en verspreiding van zoönotische pathogenen, vanwege de hoge bevolkings- en veedichtheid, een diversiteit aan wilde fauna en een waterrijk landschap dat aantrekkelijk is voor trekvogels en vectoren. Ook leven er 1,8 miljoen honden en 3,2 miljoen katten, die zowel dicht bij mensen leven maar ook mogelijk contact hebben met wilde dieren. Dit roept zorgen op over een mogelijke rol van honden en katten als bron van ziekteverwekkers voor mensen. Dit geldt met name voor coronavirussen en griepvirussen die zich gemakkelijk aanpassen aan nieuwe gastheren en zich via de lucht kunnen verspreiden. 

Dit proefschrift onderzocht de rol van honden en katten als mogelijke gastheren, bronnen of reservoirs van coronavirussen en griepvirussen afkomstig van dieren of van mensen, door middel van zowel virusdetectie als antistofdetectie, om zowel actieve infecties als doorgemaakte infecties op te sporen. 

Landelijk levende zwerfkatten werden bestudeerd om te beoordelen of ze een reservoir voor het SARS-CoV-2 (het virus wat Covid-19 veroorzaakt) kunnen vormen, maar daarvoor werd geen bewijs gevonden. Wel hadden zwerfkatten die dicht op elkaar leven en ook binnenshuis kunnen verblijven, veel vaker antistoffen tegen het feline coronavirus. Het feline immunodeficiëntievirus kwam vaker voor bij oudere, mannelijke en zieke katten. Deze bevindingen laten zien dat het belangrijk is om gegevens over de leefomgeving en levenswijze van dieren mee te wegen wanneer het risico op blootstelling aan specifieke ziekteverwekkers moeten worden ingeschat. 

Bij diverse groepen honden en katten die verschilden in levenswijze en leefomgeving werd onderzocht of zij waren blootgesteld aan griepvirussen. Ongeveer een op de twintig honden en katten had antistoffen tegen het humane H1N1griepvirus, wat wijst op veelvuldige overdracht vanuit besmette eigenaren of verzorgers. Antistoffen tegen het H5 vogelgriep virus werden aangetroffen in een op de acht honden die actief waren in jachttraining en in een op de negen zwerfkatten. Deze antistoffen werden ook, maar minder vaak, gevonden bij gezelschapshonden en buitenkatten. Het is daarom aannemelijk dat Nederlandse honden en katten regelmatig worden blootgesteld aan vogelgriep virussen via contact met besmette wilde vogels of een besmette leefomgeving. Omdat honden en katten dicht bij mensen leven zouden deze dieren dergelijke virussen in het huishouden kunnen introduceren, en het is belangrijk om te onderzoeken of honden en katten kunnen bijdragen aan een verdere verspreiding naar dieren of zelfs naar de mens.

In een vervolgonderzoek werden mogelijke aanhechtingsplaatsen voor zowel griepvirussen van mensen als griepvirussen van vogels aangetoond op de slijmvliezen van de neus, luchtpijp en ogen van honden en katten. Dit geeft aanwijzingen dat honden en katten in deze weefsels met beide virustypen besmet zouden kunnen raken, wat een mogelijke rol zou kunnen spelen in het ontstaan van virusveranderingen.

Dit proefschrift toont de waarde aan van het opnemen van honden en katten in “One Health” monitoring programma’s—een interdisciplinaire samenwerking om gezondheid van mensen, dieren en ecosystemen te verbeteren. Dit kan vroegtijdige detectie verbeteren, inzicht geven in overdracht tussen wilde dieren, huisdieren en mensen, en de pandemische paraatheid versterken.

De ceremonie begint met een lekenpraatje. De livestream start daarom een kwartier eerder.

Begindatum en -tijd
Einddatum en -tijd
Locatie
Academiegebouw, Domplein 29 & online via livestream
Promovendus
M.B.H.M. Duijvestijn
Proefschrift
Coronavirus and influenza A virus infections in dogs and cats
Promotor(es)
prof. dr. J.A. Wagenaar
Co-promotor(es)
dr. J.H. Verhagen
dr. J.M.A. Van den Brand
dr. C.A.M. De Haan