Promotie: Conscience, an integrative theory – conscience functioning in offenders and non-offenders

tot
Academiegebouw, Domplein (Utrecht)

In haar onderzoek bekijkt Marion Verkade (werkzaam als Klinisch Psycholoog/psychotherapeut bij GGZ Drenthe) in hoeverre er verschillen bestaan in het functioneren van het geweten tussen delinquenten en niet-delinquenten, met specifieke aandacht voor vrouwelijke delinquenten. Het geweten is hierbij gedefinieerd als een regulerende functie van ons gedrag en onze identiteit door middel van zelfreflectie en evaluatie. Het gewetensfunctioneren van delinquenten bleek relatief gezien gebrekkig. Zij lieten niet minder cognitieve empathie zien, maar wel minder affectieve empathie, identificatie met anderen en mee-lijden met anderen, minder schaamtegevoelens en een lager niveau van moreel redeneren dan niet-delinquenten. Het onderzoek biedt mogelijke handvatten voor behandeling ter voorkoming van recidive. Voor zowel mannelijke als vrouwelijke delinquenten lijken het verbreden van de zelfcentrering naar een perspectief dat ruimte laat voor de ander, het bevorderen van vooral affectieve empathie voor zichzelf en anderen, en het aanleren van met name adaptieve (schaamte-)coping belangrijke richtpunten voor behandeling te zijn.

Het geweten is een psychologische functie die ons gedrag en onze identiteit reguleert door middel van zelfreflectie en evaluatie, in een samenspel van affectieve en cognitieve empathie, zelfbewuste emoties (zoals schuld en schaamte), en moreel redeneren. Onderzocht is hoe deze samenstellende aspecten van het geweten onder delinquenten en niet-delinquenten functioneren, en is specifiek gekeken naar het gewetensfunctioneren van vrouwelijke delinquenten. Het onderzoek omvat afzonderlijke studies naar delinquenten, naar delinquente vrouwen, naar delinquente vrouwen in vergelijking met niet delinquente vrouwen, en naar de samenstellende aspecten in hun onderlinge samenhang.

Zoals in de inleidende alinea genoemd, blijkt het gewetensfunctioneren van delinquenten relatief gezien gebrekkig. Met betrekking tot empathie bleek dat delinquenten niet lager scoorden op cognitieve empathie, maar wel minder affectieve empathie lieten zien, zich minder identificeerden met een ander en minder persoonlijke stress of mede-lijden met een ander ervoeren dan niet-delinquenten. Ook waren zij minder geneigd tot het ervaren van schaamte dan niet niet-delinquenten en hadden zij een lager niveau van moreel redeneren. Delinquenten bleken meer egocentrisch en meer gebruik te maken van zelfbeschermende cognitieve vertekeningen om het eigen delinquente gedrag te rechtvaardigen of goed te praten. In de tweede studie vertoonden delinquente vrouwen niveaus van moreel redeneren, cognitieve empathie en empathische bezorgdheid vergelijkbaar met die van de mannen. Zij scoorden hoger op zelfgericht mee-lijden bij het zien van andermans lijden (gevoelsbesmetting), op schaamte- en schuldgevoelens en op het gebruik van internaliserende coping strategieën om met deze schaamte om te gaan. Vergeleken met niet delinquente vrouwen uit de algemene bevolking en uit de GGZ, bleken vrouwelijke delinquenten hoger te scoren op zelfcentrering en maakten zij meer gebruik van cognitieve vertekeningen dan niet-delinquente vrouwen. 

Tenslotte is onderzocht hoe de samenstellende aspecten van het geweten samen het gewetensfunctioneren vormgeven. Gewetensfunctioneren hangt sterk af van de ontwikkeling van het zelf, van de ontwikkeling van een zelf-gecentreerd naar meer sociaal perspectief, en meer van affectieve dan van cognitieve empathie. Falen in één aspect heeft een negatief effect op het gewetensfunctioneren als geheel. Anders dan verwacht, waren er geen significante verschillen tussen delinquenten en niet-delinquenten in de structuren of dichtheid van gewetensnetwerken, ofwel in de samenhang en wederkerige beïnvloeding van de onderliggende aspecten. Dit lijkt bij te dragen aan de ontkrachting van het idee dat daders gewetenloos zouden zijn.

Om gerichte interventies ter verbetering van het gewetensfunctioneren te identificeren, moet toetsing van het gewetensfunctioneren op alle samenstellende aspecten gericht zijn. Voor zowel mannelijke als vrouwelijke delinquenten lijken het verbreden van de zelfcentrering naar een perspectief dat ruimte laat voor de ander, het bevorderen van vooral affectieve empathie voor zichzelf en anderen, en het aanleren van met name adaptieve (schaamte-)coping belangrijke richtpunten voor behandeling te zijn. Specifiek voor vrouwelijke delinquenten lijken interventies gepast die zijn gericht op het leren van meer adaptieve manieren om met schaamte en woede om te gaan.

Begindatum en -tijd
Einddatum en -tijd
Locatie
Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht
Promovendus
drs. M. Verkade
Proefschrift
Conscience, an integrative theory – Conscience functioning in offenders and non-offenders
Promotor(es)
prof. dr. F.A.M.M. Koenraadt
prof. dr. F.W. Schalkwijk
Co-promotor(es)
dr. J. Karsten