Promotie: Climate Obligations for International Shipping

tot

Op 25 juni verdedigt Baine Kerr zijn proefschrift getiteld 'Climate Obligations for International Shipping', over de wettelijke verplichtingen voor internationale scheepvaart om klimaatverandering te voorkomen en te beheersen onder internationaal recht. Als de internationale scheepvaartsector een land was, dan zou het de achtste plaats innemen op een ranglijst van grootste mondiale uitstoters van broeikasgas (BKG). Wat kan er gedaan worden om de klimaatopwarming door de scheepvaart te verminderen? Wat zijn de rol en (juridische) verplichtingen van de International Maritime Organization en haar lidstaten ten aanzien van BKG-reductie? En hoe kunnen de reikwijdte en de inhoud van die verplichtingen op basis van het internationale institutionele recht worden bepaald?

De uitstoot van broeikasgassen door de scheepvaart wordt wereldwijd gereguleerd door de International Maritime Organization (IMO), een agentschap van de Verenigde Naties met hoofdkantoor in Londen. De IMO heeft onlangs klimaatdoelen vastgesteld, op grond waarvan per saldo “tegen of rond” 2050 in de scheepvaartsector sprake zou moeten zijn van nul emissie. Uit de eigen onderzoeken van de IMO blijkt echter dat, uitgaande van de huidige maatregelen, de door de sector veroorzaakte emissies gedurende de periode vanaf heden tot halverwege deze eeuw óf op hetzelfde niveau zullen blijven, óf zelfs zullen stijgen. 

De “institutionele sluier” doorzien

In vier deelvragen (gepubliceerd in afzonderlijke artikelen) beoogt dit proefschrift de hierboven geformuleerde onderzoeksvraag te beantwoorden. Daarin neemt de aard van de rechtsverhouding tussen de IMO en haar lidstaten een belangrijke plaats in. Rond de IMO hangt namelijk  een “institutionele sluier” en staten onttrekken zich aan het afleggen van verantwoording door zich daarachter te verschuilen. 


  • Is de IMO wettelijk verplicht om de door de scheepvaart veroorzaakte BKG-emissies te verminderen?

Hier wordt in kaart gebracht welke verplichtingen de IMO heeft om de klimaatcrisis te bestrijden, en tevens in hoeverre de IMO gebonden is aan de  klimaatverplichtingen van de lidstaten. Hoewel de IMO geen partij is bij de Overeenkomst van Parijs, heeft zij zich er juridisch toe heeft verbonden om de door de scheepvaart veroorzaakte milieuvervuiling te verminderen, zodat de opwarming van de aarde in overeenstemming met de doelstellingen van die Overeenkomst kan worden beperkt. 


  • Moet de IMO bij het implementeren van haar klimaatbeleid voorrang geven, of technologie overdragen, aan ontwikkelingslanden?

Aan de hand van een casestudy – het plan om via een stookolieheffing een onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma te financieren – wordt nagegaan of de klimaatmaatregelen van de IMO moeten voldoen aan verplichtingen op het gebied van technologieoverdracht en technische hulp die de artikelen 203 en 278 van het VN-Zeerechtverdrag opleggen aan internationale organisaties. Gesteld wordt dat de IMO hierbij dient te letten op de capaciteit van haar lidstaten, en kleine eilandstaten en minst ontwikkelde landen voorrang of hulp moet verlenen. 


  • Wat is het billijke aandeel van de scheepvaartsector in het beperken van de klimaatverandering, volgens de beginselen van het internationale milieurecht?

Het gaat hier niet zozeer om wettelijke verplichtingen maar om rechtsbeginselen (zoals billijkheid) teneinde een leidraad te identificeren voor het huidige beleid en de doelstellingen van de IMO. Gesteld wordt dat de scheepvaartsector unieke (technologische) mogelijkheden heeft om koolstofarm te opereren en daarom de verplichting heeft om te voldoen aan het hoogst mogelijke ambitieniveau.


  • Verplicht het internationale recht staten om de door de scheepvaart veroorzaakte emissies te beperken?

Dit hoofdstuk evauleert de rechtsmacht van staten ten aanzien van verontreiniging door schepen en de rol van IMO-voorschriften. Ook wordt onderzocht of en hoe de klimaatverdragen, internationaal gewoonterecht, mensenrechtenverdragen en/of het VN-Zeerechtverdrag staten verplicht(en) om de door de scheepvaart veroorzaakte gevolgen van klimaatverandering te bestrijden. Verder wordt hier in kaart gebracht hoe staten wettelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de door de scheepvaart veroorzaakte emissies.

Het zijn de lidstaten die de IMO besturen

Deze dissertatie maakt bovenal duidelijk dat de klimaatverplichtingen voor de scheepvaart tot één enkele overkoepelende verplichting kunnen worden teruggebracht: De lidstaten van de IMO zijn verplicht te pleiten voor zo ambitieus mogelijke doelstellingen om de BKG-emissies van de scheepvaart te verminderen, en de IMO om deze doelstellingen aan te nemen. De IMO moet hierbij voorrang geven, en technologie overdragen, aan kleine eilandstaten in ontwikkeling en aan de minst ontwikkelde landen, en afhankelijk van hun omstandigheden moeten staten unilateraal (eenzijdig) maatregelen nemen om het risico op klimaatschade door de scheepvaart aan te pakken.

Model voor onderzoek naar sectorale, internationaalrechtelijke klimaatverplichtingen

Klimaatmitigatie vraagt om gezamenlijk optreden. Zowel publieke als private actoren dienen de BKG-emissies te verminderen en zo samen bij te dragen aan een doel dat pas na vele jaren kan worden gerealiseerd. Bijkomende (complicerende) factor in het geval van de door internationale scheepvaart veroorzaakte klimaatverandering is de rol die de IMO speelt en de gedeelde verantwoordelijkheid van de lidstaten. Om in dit speelveld te identificeren welke internationale rechtsregels van toepassing zijn, is het noodzakelijk om de problemen waarvoor gezamenlijk optreden vereist is, als een ui − laag voor laag − af te pellen. 

De in deze dissertatie gehanteerde en op het internationale institutionele recht gebaseerde methodologie kan wellicht een nuttige template bieden voor het identificeren van de klimaatverplichtingen in andere sectoren, zoals de internationale luchtvaart, de diepzeemijnbouw en de internationale publieke financiering.

Begindatum en -tijd
Einddatum en -tijd
Locatie
Academiegebouw (Domplein 29, Utrecht) en online
Promovendus
B.P. Kerr
Proefschrift
Climate Obligations for International Shipping
Promotor(es)
prof. dr. S. Trevisanut
Co-promotor(es)
dr. N.L. Dobson