Minder afhankelijk van Big Tech: Wat kan open source voor het onderwijs betekenen?
Vanaf het moment dat Donald Trump voor de tweede maal het Witte Huis betrad, brak het besef serieus door: het onderwijs moet minder afhankelijk worden van Amerikaanse techproducten. Maar als we minder afhankelijk willen zijn van Big Tech, wat zijn dan de alternatieven? Steeds vaker wordt open source genoemd als mogelijke route. Maar waar hebben we het dan precies over?
Hoe ziet onderwijs dat werkt met open source technologie er in de praktijk uit?
En welke bijdrage kan open source daadwerkelijk leveren aan digitale autonomie voor het onderwijs?
Open source in het Onderwijs
Open source verwijst naar software waarvan de broncode vrij toegankelijk is. Dat betekent dat software kan worden bekeken, aangepast en verder ontwikkeld door anderen. Voor het onderwijs kan dat belangrijke voordelen hebben die verder reiken dan het verminderen van afhankelijkheid van Big Tech platforms. Open source kan scholen ook meer grip geven op hun digitale omgeving en ruimte creëren voor toepassingen die beter aansluiten bij pedagogische, didactische en publieke waarden. Open source gaat daarom niet alleen over technologie. Het raakt ook aan vragen over eigenaarschap, samenwerking en hoe digitale infrastructuren in het onderwijs worden ontworpen en bestuurd. In essentie gaat het daarmee over digitale autonomie.
Wat?
Op donderdag 25 juni 2026 organiseren de Universiteit Utrecht, Kennisnet en SIVON een symposium over open source als mogelijke route naar digitale autonomie in het funderend onderwijs. Het symposium brengt onderzoekers, onderwijsprofessionals, beleidsmakers en sectororganisaties samen om ervaringen, inzichten en vragen rondom open source en digitale autonomie te delen.
De dag start met een welkom van de organisatoren, gevolgd door een korte introductie van het door SIVON opgerichte Open Source Program Office (OSPO) en het voor het funderend onderwijs aangepaste Digital Autonomy Assessment Framework (DAAF), dat oorspronkelijk door de Universiteit Utrecht is ontwikkeld.
Vervolgens openen wetenschappers Toon Tierens (Pedagogische Hochschule Zurich) en Alex Zakkas (De Haagse Hogeschool) het symposium met korte, prikkelende bijdragen die het debat over open source in het onderwijs aanscherpen. In deze korte reflecties staan zowel de beloften als de spanningen en beperkingen van open source centraal.
Daarna gaan deelnemers in twee parallelle workshoprondes met elkaar in gesprek over concrete initiatieven uit Nederland en Europa. Workshopbijdragen komen onder meer van o.a. OS2Skole (Denemarken), Geert-Jan Meeuwisse (Coalitie Eerlijk Digitaal Onderwijs), Robin Mobron (Keizer Karel College), Wouter de Jong (Stedelijk Gymnasium Leiden), en een nog nader te bevestigen Vlaamse school. Praktijkervaringen staan centraal: van scholen die zelf experimenteren met open-source software, tot samenwerkingen waarin schoolbesturen, gemeenten of sectororganisaties gezamenlijk bouwen aan publieke digitale infrastructuren voor het onderwijs. De workshops bieden ruimte om ervaringen uit te wisselen, lessen te trekken uit bestaande projecten en gezamenlijk te reflecteren op de kansen én praktische uitdagingen van open source in het onderwijs.
In de middag brengen we de belangrijkste inzichten samen in een panelgesprek. We sluiten de dag af met een prikkelende reflectie van Dr. Paul van Vulpen over open source, digitale autonomie, en het belang van samenwerking binnen het Nederlandse ‘poldermodel’, gevolgd door een afsluitend woord van Paul van Zevenbergen (voorzitter en uitvoerend bestuurder van SIVON). Vanuit het perspectief van het onderwijsveld reflecteert hij op de rol van open source in het onderwijs van vandaag en schetst hij een visie en handelingsperspectief voor de toekomst. Hoe kan open source bijdragen aan een onderwijspraktijk met meer zeggenschap voor scholen over hun digitale omgeving? Wat is er nodig om die toekomst dichterbij te brengen?
Waarom?
In Nederland en elders in Europa zien we de afgelopen jaren meer scholen experimenteren met open source als basis voor hun digitale omgeving. De initiatieven lopen sterk uiteen. Soms ontstaan ze van onderaf, vanuit leraren, scholen, ouders of lokale gemeenschappen die zelf open source oplossingen ontwikkelen of implementeren om afhankelijkheid van Big Tech platforms ter verminderen. In andere gevallen maken scholen bewust een strategische keuze voor open source om meer grip te krijgen op hun digitale omgeving, data en pedagogische ruimte. Ook zien we samenwerkingen op grotere schaal: schoolbesturen, gemeenten of sectororganisaties die gezamenlijk publieke digitale systemen ontwikkelen, beschikbaar voor meer scholen tegelijk.
Daarnaast ontstaan er nieuwe vormen van sectorale ondersteuning. Een belangrijk Nederlands voorbeeld is het Open Source Program Office (OSPO) van SIVON, een programma die scholen helpt om bewuste keuzes te maken rond hun digitale voorzieningen. De OSPO verzamelt en deelt kennis over digitale afhankelijkheid en open-source alternatieven, faciliteert kennisuitwisseling tussen scholen, start pilots op basis van vragen uit het veld en werkt samen met leveranciers en andere organisaties om betere en meer open digitale oplossingen voor het onderwijs te ontwikkelen. Samen laten deze initiatieven zien dat scholen niet alleen gebruiker van technologie hoeven te zijn. Steeds vaker nemen zij – individueel of gezamenlijk – ook een rol in het ontwerp en de ontwikkeling van digitale systemen.
Tegelijkertijd laat recent Europees onderzoek zien dat open source op zichzelf geen garantie is voor autonomer of democratischer digitaal onderwijs. Ook open source projecten kunnen bestaande platformlogica’s reproduceren, bijvoorbeeld wanneer efficiëntie, standaardisering of technocratische opvattingen over leren centraal blijven staan. Het potentieel van open source ligt daarom niet alleen in de technologie zelf, maar vooral in de manier waarop samenwerking, besluitvorming en ontwerp worden georganiseerd via co-design en participatie.
Dit symposium biedt ruimte om hierover gezamenlijk na te denken. Onder andere rond vragen als:
- Hoe kunnen open source en het prioriteren van pedagogische en didactische waarden structureel met elkaar worden verbonden?
- Wat is nodig om deze waarden duurzaam te verankeren in open source onderwijstechnologie?
- Welke vormen van governance en co-design zijn hiervoor nodig?
- Wie krijgen een stem in deze processen – leraren, leerlingen, ontwerpers, bestuurders – en wie (nog) niet?
Doelstellingen
Het symposium biedt een gezamenlijke ruimte om bestaande open source praktijken en benaderingen kritisch te verkennen en te verdiepen. Door inzichten uit onderzoek te verbinden met praktijkervaringen van scholen en sectororganisaties willen we beter begrijpen hoe open source technologie in het onderwijs kan bijdragen aan digitale autonomie.
Daarnaast wil het symposium bijdragen aan sterkere verbindingen tussen onderzoekers, scholen, sectororganisaties en Europese partners die werken aan open digitale infrastructuren voor het onderwijs. Door deze uitwisseling te versterken hopen we nieuwe vormen van samenwerking, kennisdeling en gezamenlijke innovatie rond open source en digitale autonomie mogelijk te maken.
- Begindatum en -tijd
- Einddatum en -tijd
- Locatie
- Quinton House, Nieuwegracht 60, 3512 LT, Utrecht
- Entree
- gratis
- Aanmelden
Op uitnodiging. Interesse om mee te doen? Stuur een e-mail naar Niels Kerssens.