16 november 2018 van 12:45 tot 13:30

Inrichting speelruimten kinderdagverblijven beïnvloedt kinderen tijdens (samen)spelen

Ine van Liempd heeft in haar promotieonderzoek voor het eerst gedetailleerd onderzocht hoe jonge kinderen in het kinderdagverblijf de binnenspeelruimte gebruiken. Kinderen, tussen de 11 en 48 maanden oud, zijn gefilmd tijdens perioden van vrij spel. Op basis van dit filmmateriaal is onderzocht welke elementen in de ruimte (tafels, vloer, speelhoeken, kasten) kinderen gebruikten en wat er met deze elementen wordt gedaan. (klimmen, springen, staan, optrekken enzovoort).

Twee spelende kinderen
Spelende kinderen

Uit Van Liempds analyses blijkt dat de kinderen vooral de vrije vloer gebruikten, en in mindere mate de speelhoeken en de tafels. Gebruiken ze deze wel, dan verkennen de kinderen speelhoeken en tafels intensiever (langer aaneengesloten).  

Tegelijkertijd is spelgedrag onderzocht: spelen kinderen alleen of met anderen, of spelen ze niet maar kijkt ze toe en lopen rond?

Spel (alleen, samen, naast elkaar) kwam tijdens deze vrij spel perioden in minder dan de helft van de tijd voor.  Een kwart van de tijd waren kinderen ‘in transitie’: aan het rondlopen, iets aan het pakken of wegleggen. Beweging, zo laat het onderzoek van Ine van Liempd zien, hangt negatief samen met intensief ontdekken van de ruimte, maar er is geen sterke relatie tussen intensieve verkenning en spel.  Mogelijk spelen de grote leeftijdsverschillen binnen de groepen, die de inrichting van de speelruimte meebepalen, daarbij een rol.

Dit onderzoek laat zien dat de ruimtelijke omgeving van kinderdagverblijven samenhangt met exploratief en sociaal gedrag. Dit verdient een meer prominente plaats in toekomstig onderzoek, evenals in praktijk en beleid.  

Begindatum en -tijd
16 november 2018 12:45
Einddatum en -tijd
16 november 2018 13:30
Promovendus
Ine van Liempd
Proefschrift
Exploring childcare spaces: Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare
Promotor(es)
Prof. dr. P. P. M. Leseman
Co-promotor(es)
Dr. O. Oudgenoeg-Paz