21 mei 2019 van 15:30 tot 17:00

Descartes Centre History of Science colloquium met Anita Guerrini

Prof. dr. Anita Guerrini geeft de lezing Toen we reuzen waren: fossielen en de materiële oorsprong van het vroegmoderne nationalisme.

Anita Guerrini

Fossiele botten zijn lange tijd een bron van verwondering en speculatie geweest in de premoderne wereld.  In de oudheid werden ze beschouwd als de overblijfselen van goden en fantastische wezens.  Vroegmoderne intellectuelen, die op een goede humanistische manier voortbouwden op oude teksten en artefacten, maar ook nieuwe waarnemingen en ontdekkingen toevoegen, gebruikten fossiele resten in hun pogingen om de nationale geschiedenissen te herschrijven en zo de kennisgebieden van de natuurfilosofie, de natuurgeschiedenis en de menselijke geschiedenis te doorkruisen.  

Historische verhalen

De vermeende resten van de Gallische koning Teutobochus, gevonden in de Dauphiné in 1613, leidden in Frankrijk tot een vijf jaar durende pamfletoorlog en twee eeuwen van debat.  De "Antwerpse reus" die de stad zou gesticht hebben, werd in de tweede helft van de zestiende eeuw ontmaskerd en vervolgens gerehabiliteerd.  Verschillende beenderen in Sicilië werden toegeschreven aan historische figuren en de beenderen die in Stonehenge werden gevonden, zouden van de oude Britten zijn.  Al deze botten waren zeer groot, van twee tot vijf keer de grootte van de gemiddelde menselijke volwassene en overtuigden de mens dat er ooit reuzen hadden bestaan.  De historische verhalen die rond deze botten werden gebouwd, omvatten dus meteen een notie van bovenmenselijke oorsprong voor een bevoorrechte natie, en een alomtegenwoordig geloof in het menselijk verval dat zich uitstrekte tot in de achttiende eeuw. 

Fossiel bewijs

Moderne historici en archeologen beschouwen deze botten voornamelijk als de resten van mammoeten, mastodonen en andere uitgestorven dieren.  De zorg van Guerrini is veeleer hoe vroegmoderne antiquariaten en natuurfilosofen, die elk specifieke expertise claimen, moeite hadden om ze te interpreteren binnen de verschuivende grenzen van de vroegmoderne kennis.  Terwijl de vroegmoderne geleerden fossiele beenderen als historische artefacten beschouwden, kwam fossiel bewijs ook voor in debatten tussen artsen en natuurfilosofen over de anatomie van mens en dier. Toen geologie in de achttiende eeuw een aparte discipline werd, zijn deze debatten overgegaan in nieuwe verkenningen van de tijd en het uitsterven, waarbij de natuurlijke en menselijke geschiedenis opnieuw werd herschreven.

Voor een korte biografie zie het Engelse bericht.

 

Begindatum en -tijd
21 mei 2019 15:30
Einddatum en -tijd
21 mei 2019 17:00