“Zoals elke Iraniër die in de diaspora leeft, zit ik dag en nacht aan mijn telefoon gekluisterd.”
Iraanse protesten 2025-2026
Sinds Iraniërs op 28 december 2025 de straat op gingen, zijn demonstranten geconfronteerd met grootschalig en vaak bruut geweld door het regime van ayatollah Ali Khamenei. Wat begon als publieke woede over een steeds dieper wordende economische crisis, is snel uitgegroeid tot een landelijke beweging tegen de Islamitische Republiek. Vanwege een internet-shutdown die de Iraanse autoriteiten op 8 januari oplegden, is het moeilijk om het volledige aantal menselijke slachtoffers te bepalen, maar talrijke berichten suggereren dat de repressie in januari 2026 de dodelijkste in decennia is. In deze sfeer van onzekerheid spreken we met de Iraanse onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, Nilou Yekta, over hoe het voelt om de Iraanse protesten van een afstand mee te maken.
We rouwen allemaal, hier en daar.
Heb je contact gehad met familie of vrienden in Iran? Hoe voelen zij zich?
“Vanochtend [23 januari, ed.], na bijna twee weken zonder enig contact, heb ik eindelijk gehoord dat het grootste deel van mijn familie – die in verschillende steden in Iran woont, waaronder Teheran – veilig is. Ik heb hun stemmen zelf nog niet gehoord, maar een vriend in Iran, die er wonder boven wonder even in slaagde online te gaan, heeft hen voor mij gebeld om te vragen hoe het met ze ging. Ik weet eigenlijk niet veel meer dan dit (de staat luistert ook telefoongesprekken af), maar zelfs indirect horen dat ze veilig zijn en nog leven, heeft me voor nu een beetje tot rust gebracht.
Het was absoluut ondraaglijk om op nieuws van hen te wachten, terwijl via sociale media afschuwelijke video’s en beelden van bloed, lichamen en lijkzakken binnendruppelden tijdens korte momenten van internetverbinding. Je doet je uiterste best om hoop vast te houden en je gedachten niet te laten ontsporen richting het ergste scenario, maar het is een onbeschrijfelijke pijn om ‘niet te weten’.”
Kun je beschrijven hoe het is om – met een vrijwel volledige afsluiting van het internet door de Iraanse autoriteiten – van een afstand te volgen wat er gebeurt?
“Ik zit dag en nacht aan mijn telefoon gekluisterd, zoals elke Iraniër die in de diaspora leeft, wachtend op een telefoontje, wezenloos starend naar de enkele vinkjes bij mijn niet-verzonden berichten.
Deze week konden sommige mensen, onder wie enkele vrienden, online gaan met behulp van een goede VPN. Het internet is nog steeds afgesloten, maar de afgelopen dagen waren er korte momenten van verbinding voor mensen die technisch vaardig genoeg zijn om de blokkade te omzeilen. Ik ben geen expert, maar er wordt vermoed dat dit een storing kan zijn in het technische overgangsproces dat deel uitmaakt van de plannen van de regering om het internet te nationaliseren (naar modellen zoals die van Noord-Korea of Rusland). Dat zou betekenen dat Iran nog langer – of zelfs volledig – van de buitenwereld kan worden afgesloten.
Mijn vriendin in Teheran, met wie ik via Instagram iets uitgebreider kon praten, vertelde dat ze mentaal doodsbang en getraumatiseerd zijn door de wreedheid die ze op straat hebben gezien. Ik weet niet of het iets typisch Iraans is of een vorm van beschermende liefde, maar ik moest erop aandringen dat ik de waarheid wilde weten over wat ze had gezien en hoe ze zich voelde. Ze zei meerdere keren: ‘Ik wil je niet van streek maken met deze donkere verhalen, omdat je zo ver weg bent.’ Een andere vriend stuurde me een bericht: ‘Ik kan alleen zeggen dat we nog leven.’
Ik denk dat we ons allemaal kunnen verplaatsen in hoe zij zich voelen, zelfs als we nu niet de middelen of de gelegenheid hebben om erover te praten. We rouwen allemaal, hier en daar.”
Iraniërs eisen een einde aan de Islamitische Republiek; ze eisen een revolutie.
Wat eisen Iraniërs?
“In tegenstelling tot de protesten onder de leus Vrouw, Leven, Vrijheid na de staatsmoord op Jina Mahsa Amini in 2022 – die zich vooral richtten op genderapartheid in Iran – begonnen deze protesten in de bazaars van het land als gevolg van de verwachte instorting van de Iraanse rial [red. de officiële munteenheid van Iran]. De inflatie in Iran stijgt al lange tijd, vooral sinds de laatste economische protesten in november 2019, ook wel bekend als Bloody November. Deze inflatie is rechtstreeks verbonden met het wanbeleid – of beter gezegd, de corruptie – van de staat, en daardoor is het leven in Iran voor steeds meer Iraniërs een kwestie van overleven geworden. Mensen kunnen zich zelfs geen brood meer veroorloven om hun families te voeden.
De Islamitische Republiek heeft iedereen behalve zichzelf de schuld gegeven van de verwoestende economische situatie. Al 47 jaar wordt Iraniërs met dwang het narratief ingeprent dat de belangrijkste vijand het Westen is. Opnieuw hebben de Iraanse autoriteiten demonstranten bestempeld als relschoppers en buitenlandse agenten die de plannen van de Verenigde Staten en Israël uitvoeren. Als Iraniër vind ik het pijnlijk en hartverscheurend dat ditzelfde narratief ook opduikt in progressieve kringen in het Westen, die grotendeels stil zijn gebleven over de wreedheid van dit regime tegen zijn eigen bevolking.
We moeten kritisch zijn op machtige westerse stemmen die de beweging van mensen proberen te kapen, maar we mogen niet toestaan dat onze onweersproken ideologieën de feiten te vertroebelen: deze protesten zijn niet van de ene op de andere dag ontstaan, en er is geen enkele rechtvaardiging voor het bloedbad dat we nu meemaken. Dus wil ik, vanuit het diepst van mijn hart, vragen: welke buitenlandse agent is drie jaar oud?
Veel Iraniërs zijn lang geleden gestopt dit narratief te geloven. Wat hen de straat op drijft, is wie zij als de echte vijand zien: de Islamitische Republiek. Er bestaat zelfs een slogan: ‘Doshman-e ma haminjast, doroogh migan Amrikast’, wat betekent: ‘Onze vijand is hier; ze liegen als ze zeggen dat het Amerika is.’ Iraniërs eisen een einde aan de Islamitische Republiek; ze eisen een revolutie.”
Welke prijs betalen zij voor het eisen van een nieuwe revolutie?
“Ik geloof dat het Gandhi was – al is dat niet helemaal zeker – die zei: ‘Er zijn mensen in de wereld die zo hongerig zijn dat God zich voor hen alleen kan tonen in de vorm van brood.’ Wanneer je letterlijk niets te eten hebt, heb je ook niets meer te verliezen. Dit citaat kwam bij me op omdat de Islamitische Republiek herhaaldelijk een religieus kader gebruikt in haar reactie op de protesten. Demonstranten worden gezien als opruiers tegen Gods heerschappij en kunnen worden aangeklaagd voor moharebeh, wat “oorlog voeren tegen God” of “vijandschap jegens God” betekent. Deze aanklacht, die eerder is gebruikt om demonstranten te executeren, wordt zwaar bestraft – ook met de doodstraf. Deze dreigementen werken duidelijk niet meer op Iraniërs, net zoals zij het Westen niet langer op die manier als vijand lijken te zien. En dit zijn geen nieuwe dreigementen: Iraniërs zijn ervaren in verzet en zich goed bewust van de prijs die zij betalen om te protesteren, maar toch gingen miljoenen de straat op.
Hoewel het door de afsluiting van het internet – op zichzelf al een misdaad – moeilijk is om cijfers te bevestigen, schat een recent rapport van Time Magazine dat alleen al op 8 en 9 januari mogelijk tot 30.000 mensen zijn omgekomen, volgens lokale gezondheidsfunctionarissen. Het rapport stelt ook: ‘Het enige vergelijkbare dat in online databanken werd gevonden, vond plaats tijdens de Holocaust. Aan de rand van Kyiv executeerden nazi-moordcommando’s op 29 en 30 september 1941 33.000 Oekraïense Joden door geweervuur in een ravijn dat bekendstaat als Babyn Jar.’ De werkelijke aantallen liggen vermoedelijk nog hoger. Daarbij zijn mensen die gewond raakten, levenslang getekend zijn, of slachtoffers uit kleinere steden waarmee geen communicatie mogelijk was, niet eens meegerekend.
Naast kogels gebruiken de veiligheidstroepen ook chemisch gas.
Mijn vriendin vertelde me dat veiligheidstroepen naast kogels, ook chemisch gas gebruiken. Een familievriend van haar protesteerde en werd plots misselijk, met hevige buikkrampen. Nadat hij naar een medische kliniek was gegaan om het te laten controleren, overleed hij de volgende ochtend in zijn appartement. Via een andere vriend hoorde ik dat een familielid gewond raakte, naar het ziekenhuis ging en daar werd gedood. Ik had over deze verschrikkingen op sociale media gelezen, maar ze rechtstreeks horen van mensen die erbij waren, maakte alles veel reëler. Het is niet zomaar social media-content; het is de rauwe realiteit van Iraniërs. De prijs is het leven.”
Denk je dat deze protesten het einde van het regime zullen betekenen? En zo niet, wat geeft je als Iraniër op dit moment hoop?
“Bijna elke Iraniër met wie ik heb gesproken, zowel binnen als buiten het land, zegt te geloven dat dit het einde van het regime zal zijn – en eigenlijk al ís. Want waarvoor hebben we anders zoveel levens opgeofferd, als het niet voor vrijheid is? Ik deel dat gevoel. Het is een hoopvol gevoel, omdat ik niet weet hoe wij als volk nog meer pijn en lijden zouden kunnen verdragen. Wat mij als Iraniër hoop geeft, is hoe onvermoeibaar we aandacht proberen te vragen voor de misdaden van de Islamitische Republiek, op elke manier die we kunnen. We proberen de mensen te blijven herinneren die hun leven hebben opgeofferd op het pad naar vrijheid door hun foto’s, hun verhalen en hun levens te delen. We vechten ervoor om hun herinnering levend te houden, zelfs als de Islamitische Republiek er alles aan doet om hen uit te wissen.”
Op basis van je onderzoek naar Iraanse visuele cultuur: welke rol speelt sociale media in deze protesten?
“Zoals we ook bij eerdere protesten hebben gezien, zoals Vrouw, Leven, Vrijheid – die sterk visueel waren – vertrouwen Iraniërs zwaar op sociale media om hun eisen in uiteenlopende vormen vast te leggen en te uiten. De documentaire functie van beelden is cruciaal geweest voor deze protesten, omdat de schaal en wreedheid van het staatsgeweld zo extreem zijn dat ze zonder visueel bewijs nauwelijks voorstelbaar of geloofwaardig zijn. Door alleen horen of lezen: families die hun dierbaren zoeken tussen eindeloze rijen lijkzakken, straten en stoepen die rood zijn gekleurd van het bloed, of de vastgebonden handen van een man in een lijkzak, geëxecuteerd door staatsgeweld.
Video's van de begrafenissen van demonstranten zijn uitgegroeid tot daden van verzet.
Beelden en video’s die op sociale media circuleren, tonen het verzet van Iraniërs tegen de Islamitische Republiek via diverse maar onderling verbonden affectieve registers. Velen van ons hebben de vroege beelden gezien van vrouwen, die sigaretten aansteken met foto’s van opperste leider Khamenei, die in brand worden gestoken. Maar er circuleren momenteel veel andere belangrijke ‘tegen-visualisaties ’ online die de onderstromen van deze seculiere verschuiving blootleggen. Zo tonen video’s uitingen van woede waarin demonstranten moskeeën in brand steken – plekken die binnen de theocratische context van Iran nauw verbonden zijn met het regime en vaak fungeren als operationele centra voor de Basij-milities, juist de troepen die verantwoordelijk zijn voor het doden van demonstranten.
Tegelijkertijd komt hoop op regimeverandering tot uiting in visuele kunstwerken die de vlag van de Islamitische Republiek herinterpreteren, waarbij het ‘Allah’-embleem wordt vervangen door pre-islamitische symbolen zoals de leeuw en de zon. Maar de meest krachtige en aangrijpende beelden voor mij – die ik in mijn onderzoek verder zal uitdiepen – zijn video’s van de begrafenissen van gedode demonstranten, waarin opzwepende muziek, klappen, dans en ululatie religieuze gebeden hebben vervangen en zo zijn getransformeerd tot daden van verzet. Deze handelingen geven materiële vorm aan de laatste woorden van Majidreza Rahnavard, een demonstrant die tijdens de Vrouw, Leven, Vrijheid-protesten in 2022 werd geëxecuteerd, en die geblinddoekt de camera toesprak: ‘Huil niet, lees de Koran niet, bid niet. Wees vrolijk, speel vrolijke muziek.’”
Over het onderzoek van Nilou Yekta
Nilou Yekta is promovendus binnen het Vidi-project Iran’s Secular Shift: A Mixed Methods Approach to Nonreligion and Atheism in an Islamic Republic, en richt zich op de visualisering van seculariteit in hedendaags Iran. Haar werk neemt de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging als een cruciaal keerpunt in de Iraanse visuele cultuur om esthetische vormen van seculariteit te onderzoeken.