30 november 2019

‘We hebben echt door elkaars brillen leren kijken’

Hoe dragen inzichten uit de psychologie, rechten en geschiedenis samen bij aan het begrijpen van spanningsvelden tussen privacy en inclusie op de werkvloer? Prof. dr. Jojanneke van der Toorn (sociale psychologie) en dr. Martine Veldhuizen (cultuurgeschiedenis), beiden lid van de Utrecht Young Academy, delen hun ervaringen rond hun interdisciplinaire onderzoeksproject Privacy and Inclusion.

Prof. dr. Jojanneke van der Toorn en dr. Martine Veldhuizen

Het project is ontstaan tijdens een interdisciplinaire netwerkavond georganiseerd door de Utrecht Young Academy in 2018. Samen met dr. Stefan Kulk (rechten) en dr. Florien Cramwinkel (algemene sociale wetenschappen) gingen Jojanneke en Martine aan de slag met de vraag hoe je inclusie van lhbt’ers op de werkvloer creëert en hoe ideeën over privacy dat in de weg kunnen staan. Door middel van een Seed Money Grant, toegekend door de Gender and Diversity Hub van de Universiteit Utrecht, is inmiddels een kennisketenbreed consortium opgezet met onder andere multinationals, hogescholen, publieke en maatschappelijke organisaties en platforms als de Workplace Pride Stichting

Interdisciplinair samenkomen

‘Door mensen uit verschillende disciplines samen te brengen is het idee voor deze samenwerking zonder wensenlijstje vooraf ontstaan’, legt Martine uit. ‘Ons open vizier kwam voort uit het feit dat we niet wisten wat ons te wachten stond. Op de netwerkavond kwamen we aan de hand van korte speeddates op thema bij elkaar, waarna we door middel van bijvoorbeeld associatief schrijven het thema vanuit onze eigen perspectieven konden benaderen.’

‘Ons open vizier kwam voort uit het feit dat we niet wisten wat ons te wachten stond.’

‘We dragen ieder vanuit een eigen invalshoek bij’, vult Jojanneke aan. ‘Zo deed Stefan al onderzoek naar privacy en gegevensbescherming en onderzoek ik seksuele vooroordelen en diversiteitsbeleid. Daarnaast is Martines benadering vanuit de geesteswetenschappen belangrijk om de variabelen in het psychologische deel van het onderzoek te ontdekken. Zo komt de vraag of mensen überhaupt gevoelige persoonlijke gegevens met hun werkgevers willen delen voort uit Martines vooronderzoek vanuit de cultuur- en literatuurgeschiedenis over (spreek)taboes en de rol van vertrouwen. Onderzoek naar de geschiedenis van privacy als concept kan ons tonen wat de achtergrond is van de aanhoudende en universele behoefte van mensen aan privacy.’

Verbinden met de werkvloer

Middels het consortium worden de vraagstukken rond privacy en inclusie blootgelegd die binnen bedrijven spelen. Jojanneke: ‘Om ongelijkheid in kaart te brengen hebben bedrijven informatie nodig over de seksuele oriëntatie van hun werknemers. Daar zijn allerlei ideeën over privacy aan verbonden. In focusgroepen met de bedrijven binnen het consortium bleek dat er veel verschillende aannames heersen rond privacy met betrekking tot het uitvragen van de seksualiteit van medewerkers. Zo hadden sommige diversity-officers al aannames over wat hierover in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zou staan, terwijl data-officers of lhbt-netwerkgroepen weer andere veronderstellingen hadden. Vanuit het consortium proberen we nu samen met een Legal Designer van de Hogeschool Leiden de inzichten uit de AVG om te zetten in werkvloertaal, zodat beleid niet op aannames hoeft te berusten.’

Het consortium sluit ook goed aan bij het interdisciplinaire karakter van het project. Martine: ‘Werken vanuit concrete vraagstukken uit het bedrijfsleven is voor mij als literatuur- en cultuurhistoricus vrij nieuw, maar enorm inzichtgevend. En ook vanuit rechten is er behoefte aan interdisciplinaire samenwerkingen, bijvoorbeeld door te kijken naar wat organisaties willen weten over de wet. Daarnaast bestaat er heldere wetgeving rondom privacy, maar is er tegelijkertijd veel interpretatieruimte. Dat maakt psychologische en historische inzichten erg bruikbaar.’

De interactie aangaan

‘Doordat we ieder verschillende vragen over hetzelfde thema stellen, is het een uitdaging om de gedeelde vraag te duiden.’

In het interdisciplinaire project komen de psychologie, rechten en geschiedenis niet alleen samen, maar gaan deze velden ook een interactie aan. Martine: ‘Tijdens dit project hebben we echt door elkaars brillen leren kijken. Dat was niet altijd makkelijk, maar heeft ons uiteindelijk verder gebracht. Doordat we ieder verschillende vragen over hetzelfde thema stellen, is het een uitdaging om de gedeelde vraag te duiden. Conceptueel hebben we elkaar echter zeker kunnen vinden. Definities en concepten uit de antropologie vormen hier uiteindelijk een gedeelde grondslag voor.’

Jojanneke: ‘Daarnaast bouwen we door middel van deze samenwerking een hechte band op die een voedingsbodem is voor creativiteit. De Utrecht Young Academy heeft hier een belangrijke rol in gespeeld, omdat het ons de mogelijkheid bood om onderzoekers van andere disciplines in een onderzoekscontext tegen te komen en inhoudelijk met elkaar aan de slag te gaan. Dat is echt een unieke meerwaarde van zo’n collectief. Ik ben de universiteit daar ontzettend dankbaar voor!’