Van hormonaal naar normaal
Dr. Lotte Gerritsen wil af van het stereotype van de 'hormonale vrouw'. Tijdens haar uitverkochte lezing aan UU-alumni legt de onderzoeker uit waarom we zo weinig weten over vrouwenlichamen - en waarom dat iedereen aangaat.
De zaal van de UU Sharing Days valt stil als dr. Lotte Gerritsen haar eerste slide toont. Het scherm vult zich met vernederende Google-afbeeldingen bij het woord 'hormonaal': hysterische vrouwen met verwarde haren, huilende gezichten, chocoladerepen in bevende handen. "Dit is wat de wereld denkt bij hormonen," zegt de universitair hoofddocent Klinische Psychologie tegen het volle auditorium. "Vrouwelijk en negatief, alsof hormonen een ziekte zijn waar je last van hebt."
Ze laat de beledigende beelden inwerken voordat ze doorklikt naar een grafiek met testosteronpieken van mannen na een gewonnen voetbalwedstrijd. "Maar iedereen heeft hormonen. Ook mannen." Ze glimlacht sarcastisch. "Mannen die een Italiaanse stad kort en klein slaan na een voetbalwedstrijd: leuke jongens. Vrouwen die huilen van buikpijn: zwak gedoe."
Het is een confrontatie die de toon zet voor haar verhaal over een wetenschappelijke apartheid die al eeuwen voortduurt.
De wonderlijke werkelijkheid van hormonen
Voordat Gerritsen uitlegt wat er misgaat, vertelt ze eerst wat hormonen werkelijk zijn. "Hormonen zijn boodschappers tussen je lijf, je brein en je omgeving. Een wonderlijke, dynamische puzzel die ervoor zorgt dat je altijd adequaat reageert op wat er gebeurt."
Die reacties zijn bij vrouwen en mannen verrassend verschillend. "Hormonale schommelingen bij vrouwen zijn veel voorspelbaarder dan bij mannen. Wij hebben een cyclus van gemiddeld 28 dagen." Bij mannen duurt een hormonale cyclus maar één dag, maar die cyclus reageert veel grilliger op externe prikkels: winnen, verliezen, stress, succes.
"Toch worden vrouwen als onvoorspelbaar bestempeld," zegt ze.
Een man die huilt na een voetbalwedstrijd is ontroerd. Een vrouw die huilt wordt hormonaal genoemd. Terwijl de onderliggende mechanismen - stijgende en dalende hormoonspiegels - precies hetzelfde zijn.
Die dubbele standaard werd voor Gerritsen de aanleiding om te onderzoeken waarom vrouwenhormonen zo weinig serieus worden genomen. Wat ze ontdekte was schokkend: een systematische uitsluiting van vrouwen uit medisch onderzoek, een praktijk die al eeuwen voortduurt.
De vier pijlers van discriminatie
Gerritsen noemt vier oorzaken waarom we zo weinig weten over vrouwenlichamen:
1. Systematische uitsluiting uit studies
"Het begon ermee dat vrouwen systematisch werden uitgesloten van biomedische studies," legt ze uit. "Want die cyclus zou te ingewikkeld zijn." De cynische logica: vrouwen zijn te complex om te onderzoeken, dus we negeren ze maar.
2. Vrouwspecifieke zaken als irrelevant bestempeld
Het tweede probleem: alles wat vrouwspecifiek is werd bestempeld als irrelevant. "Cyclus, zwangerschap, anticonceptie, menopauze – niet van belang." Die attitude ontstond omdat het vakgebied eeuwenlang door mannen werd gedomineerd. "Bij hen was het natuurlijk niet relevant, dus het hele vakgebied werd genegeerd."
3. De 'kleine man' mythe
Het derde punt was de aanname dat er tussen vrouwen en mannen biologisch gezien geen verschil was. "Een vrouw is een kleine man, maar dan met baarmoeder en borsten. Verder zijn ze identiek. Apart onderzoek is dus niet nodig." Een medische fictie die decennia heeft standgehouden.
4. Zelfverloochening door vrouwen
Maar het vierde punt raakt haar het meest: hoe vrouwen zichzelf hebben aangepast. "Toen vrouwen mochten gaan werken, hebben ze zich aangeleerd al hun vrouwspecifieke aspecten te verstoppen. Ze gedroegen zich als mannen, ontkenden typische vrouwenproblemen door zich te 'vermannen'." Deze 'voorlopers', we noemen ze ook wel de queenbees - verwachten van andere vrouwen datzelfde gedrag. Niet piepen en zeuren bij menstruatieproblemen. Zwangerschapsverlof opnemen? Dan neem je je carrière niet serieus. Kind ziek? Zie maar hoe je het regelt, maar die klus moet vandaag af. “Juist vrouwen, van wie je begrip zou verwachten in dit soort typische vrouwenaangelegenheden, kunnen heel naar zijn voor elkaar.”
Die instelling ziet ze zelfs terug bij vrouwelijke artsen. "Patiënten met menstruatie- en overgangsklachten worden nog al te vaak weggestuurd met het advies om maar eens lekker vroeg naar bed te gaan. Dan gaat het vanzelf wel over."
Het resultaat is een medische kenniskloof die de helft van de wereldbevolking benadeelt.
De prijs van onwetendheid
De gevolgen van deze wetenschappelijke apartheid zijn dagelijks zichtbaar. Gerritsen noemt concrete voorbeelden die de hypocrisie blootleggen. "Naar erectiestoornissen is wél onderzoek gedaan, daar zijn medicijnen voor, maar de menopauze is nog vrijwel onontgonnen terrein."
Terwijl de klachten serieus kunnen zijn. "Er zijn vrouwen die echt denken dat ze gek worden, ze herkennen zichzelf niet meer." De periode vóór de menopauze kan al vanaf je vijfendertigste beginnen en gepaard gaan met wel dertig verschillende klachten. "Om die allemaal af te doen als psychosomatisch, is onzinnig."
Ook ontbreekt het aan genuanceerd onderzoek naar hormonale anticonceptie. Studies tonen weliswaar een verhoogd depressierisico bij tieners, maar tegelijkertijd kan de pil juist emotionele stabilisering bieden – minder stress, betere slaap. "Het probleem is dat vrouwen onvoldoende worden geïnformeerd over zowel voor- als nadelen," legt Gerritsen uit. "Ze moeten een weloverwogen keuze kunnen maken.
Een van haar schokkendste bevindingen: vrouwen kennen hun eigen lichaam niet. Veel weten niet eens hoelang hun cyclus duurt – die varieert tussen 22 en 36 dagen – laat staan hoe hormonen hun stemming beïnvloeden.
We hebben allemaal hormonen. Al het testosterongeassocieerde gedrag vinden we normaal.
Echte verandering in zicht
Gerritsen klinkt strijdbaar over de toekomst. "Ik wil gewoon af van de opvatting dat vrouwelijke hormonaliteit raar en afwijkend is," zegt ze beslist. "Die normalisatie moet beginnen met erkenning dat het gedrag van vrouwen én mannen door hormonen wordt beïnvloed."
En er gebeurt al meer dan je zou denken. Haar eigen onderzoek toont aan dat farmacologische behandelingen kunnen worden aangepast aan de menstruele cyclus, met betere resultaten. "Het kan zelfs effect hebben op de effectiviteit van psychotherapie," zegt ze. "Therapie is emotioneel leren, en oestrogenen zijn belangrijk bij het aanmaken van emotionele herinneringen."
Er komen ook concrete doorbraken. De huisartsenopleiding vroeg haar onlangs onderwijs te geven over hormonen. "Er is dus wel degelijk interesse vanuit de medische wereld." Onderzoek naar het vrouwelijke hart toont al aan dat vrouwen geen kleine mannen zijn - het hart reageert anders en heeft andere medicijnen nodig.
Voor de volgende generatie ziet ze hoopvolle signalen. Studenten hebben minder schaamte over hun cyclus. En bij de UU-receptie ligt nu gewoon menstruatiemateriaal - ondenkbaar een generatie geleden.
Haar eigen man houdt haar cyclus bij en gaf die tip aan zijn vrienden. Hun reactie: verbaasd, maar ook nieuwsgierig. "Als we beter weten hoe het vrouwenlijf werkt, is het uiteindelijk ook beter voor de mannen," besluit ze. Het is tijd dat de helft van de wereldbevolking niet langer wordt behandeld als een medische bijzaak.

Over dr. Lotte Gerritsen
Dr. Lotte Gerritsen is universitair hoofddocent Klinische Psychologie aan de Universiteit Utrecht. In haar onderzoek combineert ze geslachts- en stresshormonen, neuroimaging (EEG, MRI) en gedragsdata om individuele verschillen in emotieregulatie en stressgevoeligheid te begrijpen. Voor haar werk kreeg ze onder andere een Veni-fellowship (NWO) en een Marie Curie-beurs. Op die laatste is ze het meest trots, vanwege de naamgeefster.
Tekst: Pia de Jong