Van 19e-eeuwse grafieken tot klaslokalen
De connectie tussen wetenschappelijke ontdekkingen en een breder publiek
Het is belangrijk dat mensen begrijpen hoe wetenschap werkt en welke resultaten wetenschappers wel of niet vinden. Dat stimuleert kritische dialoog en vergroot de waardering voor wetenschap.
De universiteit is een plek waar talloze wetenschappelijke ontdekkingen ontstaan die bijdragen aan een beter begrip van onze wereld. Die kennis kan soms overweldigend zijn voor mensen die minder vaak in aanraking komen met wetenschap. Daarom is het voor onderzoekers belangrijk om hun inzichten helder en effectief over te kunnen brengen. Met sommige onderwerpen is dat lastig, maar toch zetten steeds meer onderzoekers zich in op het gebied van public engagement: het toegankelijk maken van wetenschap voor een breder publiek. Een van hen is Marieke Gelderblom, promovendus wetenschapsgeschiedenis aan het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht. Zij doet onderzoek naar de geschiedenis van statistiek in de 19e eeuw.
Van onderzoek naar schoolklas naar museum
Marieke ziet public engagement als belangrijk onderdeel van haar onderzoek. “Ik doe het vooral uit eigen interesse, omdat ik het belangrijk vind. Ik vind het gewoon heel leuk om over mijn onderzoek te vertellen aan mensen buiten de universiteit!” Zo deed ze mee aan Slimme Gasten, een activiteit waarbij onderzoekers op bezoek gaan bij basisscholen om in een uur te vertellen over hun werk.
Tijdens een van die bezoeken kwam ze in contact met de medewerkers van het Universiteitsmuseum Utrecht, die voorstelden om daar een familiecollege te organiseren. Dat vroeg nog wel om enkele aanpassingen: de activiteiten in het museum moeten geschikt zijn voor kinderen én hun begeleiders, makkelijk te herhalen zijn, en in 20 minuten passen. Museum-collega José de Wit kwam met het idee om de groep wisbordjes te geven, waarop deelnemers hun antwoorden konden schrijven.
Verrassende inzichten
In haar museumactiviteit vertelde Marieke over de evolutie van grafieken door de eeuwen heen en stelde ze verschillende vragen die de kinderen en begeleiders samen konden beantwoorden. Ook voor haarzelf leverde de activiteit verrassende inzichten op: “Ouders hebben al in hun hoofd hoe een grafiek eruit ‘hoort’ te zien, maar kinderen kijken vrijer. Voor 19e-eeuwse grafieken – die er heel anders uitzagen dan de onze – waren de ideeën van kinderen vaak beter passend dan die van volwassenen.”
Hoorcollege, workshop of borrel
Aan onderzoekers die hun werk ook met een groter publiek willen delen, adviseert Marieke om eerst goed na te denken over wat je wilt vertellen, en – minstens net zo belangrijk – waarom. Dat helpt om je doelgroep makkelijker te bereiken. “Ik heb ook regelmatig contact met wiskundedocenten. Dat contact ligt voor de hand, omdat ik denk dat zij echt baat hebben bij mijn onderzoeksresultaten. Maar de onderwerpen die hen aanspreken zijn natuurlijk anders dan voor kinderen.”
Daarnaast benoemt Marieke dat zij het belangrijk vindt dat onderzoekers een soort public engagement kiezen die ze zelf waardevol vinden. “Kies een doelgroep en format dat bij je past.” Dat kan variëren van een hoorcollege, een vragenuur of discussies tot een workshop of een informeel gesprek tijdens een borrel. Zo maken we wetenschap toegankelijk voor jong en oud.