Tucht en orde: hoe de universiteit voor eigen rechter speelde
Blog: Dorsman doet een boekje open
De universiteit is de maatschappij in het klein. Dat betekent soms ook gedoe: variërend van “saecken van cleijne importantie”, zoals het in de zeventiende eeuw werd genoemd, tot regelrechte criminele activiteiten als verduistering van universitaire eigendommen. Hoe werden die zaken opgelost? Wie ging daarover?
Reputatieschade voorkomen met een vierschaar
In 2018 bleek dat de zangbundel van de studievereniging van Aardwetenschappen een aantal bijzonder seksistische liedjes bevatte. Decaan en rector grepen in: de bestuursbeurzen werden ingetrokken. Hun morele verontwaardiging was terecht en gemeend, maar aan de randen van een dergelijk ingrijpen speelt ook altijd het idee van reputatieschade.
Daar hadden universiteiten in de vroegmoderne periode een oplossing voor: de academische vierschaar of in het Latijn van die dagen het forum academicum. Een soort universiteitsrechtbank. In 1643, zeven jaar na de oprichting, zou de Utrechtse universiteit eindelijk statuten krijgen.
Aan de randen van een dergelijk ingrijpen speelt ook altijd het idee van reputatieschade.
Minder strenge straffen dan de rechtbank
De senaat deed daartoe een voorstel, waarin ook een vierschaar was opgenomen: een forum immunitatesque studiosis. Die term gaf precies aan wat het was, namelijk dat studenten immuun waren voor de stedelijke rechtsuitoefening en dat de universiteit dat zelf wel kon opknappen.
Zo’n vierschaar diende verschillende doelen. In de eerste plaats konden daarmee studenten gelokt worden, omdat een academische vierschaar gemiddeld minder streng strafte dan een gewone rechtbank. En in de tweede plaats kon daarmee de vuile was binnen gehouden worden: ‘we lossen dit zelf wel op’.
Speciale behandeling van studenten werd geschrapt
Maar nu bleek hoe nadelig het was dat Utrecht een stedelijke universiteit was en geen provinciale. Een deel van het provinciebestuur vond al een tijdje dat de stad veel te autonoom optrad en wilde haar een lesje leren: de statuten werden goedgekeurd, maar de privileges voor de studenten moesten eruit.
De praktijk werd nu dat de senaat optrad bij onenigheden tussen studenten onderling. Verder had de senaat de plicht vroegtijdig te signaleren als er echt wat aan de hand was. We weten niet precies hoe vaak studenten voor zwaardere vergrijpen door de stedelijke rechtbank berecht zijn. Het lijkt er echter op dat zij voorzichtiger waren in hun gedrag dan wanneer de universiteit een academische vierschaar gehad zou hebben, die de zaken intern zou kunnen regelen.
Beledigingen en vechtpartijen
Wel konden studenten door de rector uit het inschrijvingsregister geschrapt worden: van de universiteit verwijderd dus. Dat overkwam in 1643 een aantal studenten die zich schuldig hadden gemaakt aan georganiseerde onderlinge vechtpartijen.
In 1669 werd een Schotse student Mattheus Craffordius (ook bekend als Matthew Craffort) zelfs door het stadsbestuur de toegang tot de universiteit ontzegd. Hij werd ervan beschuldigd mondeling en op papier een aantal hoogleraren te hebben beledigd en beschuldigd van “Godloosheyt”. Maar nog voor hij kon worden gehoord, was hij al verdwenen richting Schotland.
Utrechtse zaak uit 1883 landelijk in het nieuws
Een kwestie uit 1883 die ook landelijk veel rumoer veroorzaakte, laat zien dat voor sommige studenten andere juridische regels golden. Op een nacht maakten een paar studenten op weg naar de sociëteit veel lawaai op het Domplein.
Een buurvrouw ging kijken wat dat te betekenen had, met als gevolg dat de studenten haar huis binnendrongen. Haar inmiddels wakker geworden echtgenoot probeerde in zijn ondergoed de studenten de deur uit te werken. Een knokpartij volgde en de vrouw viel “in zwijm”.
Zij overleed een week later. De studenten zouden daaraan schuld hebben en de kranten stonden er bol van. Er werd zelfs beweerd dat er 15.000 gulden was beloofd aan de weduwnaar als hij de zaak stil wilden houden.
Deze uitspraken leidden tot een stroom van verontwaardiging en beschuldigingen van klassenjustitie.
Rechtvaardigheid of klasse-justitie
Medisch onderzoek toonde vervolgens aan dat de dood van de vrouw niet het gevolg was van het gedrag van de studenten, maar toch kwam de zaak voor de rechtbank als geweldpleging. Er werden straffen geëist tot een half jaar, maar uiteindelijk werden dat maximaal zes dagen en wat financiële genoegdoening.
De rechter, die van adel was, nam direct na het vonnis het woord en sprak de jongens toe dat het jeugdige onbezonnenheid was geweest. Hij hekelde de pers en wees erop dat de kwestie snel vergeten zou zijn en dat de veroordeelden een mooie toekomst tegemoet zouden gaan. Deze uitspraken leidden tot een stroom van verontwaardiging en beschuldigingen van klassenjustitie, ook omdat de rechter na de uitspraak meeging naar de sociëteit om wat na te praten.
Juridische procedures na de Tweede Wereldoorlog
Van een heel andere orde was de bijzondere rechtspleging na de Tweede Wereldoorlog. Net als elders moest ook het universitaire personeel zich verantwoorden. Bij de Commissie van Herstel en Zuivering waarin ook een student zitting had, meldden zich opvallend veel studenten met lijstjes namen van docenten die berispt of van de universiteit verwijderd moesten worden.
Het wetenschappelijk personeel kreeg een vragenlijst toegestuurd die zij moesten invullen en in veel gevallen volgden er gesprekken met de commissie. Uiteindelijk werden veertien docenten oneervol ontslagen. Nog eens acht werden ongevraagd eervol ontslagen, waaronder oorlogsrector Van Vuuren.
Zesentwintig personen, onder wie Kruyt, de andere oorlogsrector, kregen een brief waarin – zonder verdere consequenties – bezwaar werd gemaakt tegen hun handelwijze in de oorlog. Onder de studenten werden onder andere 258 tekenaars van de loyaliteitsverklaring aan het Duitse gezag voor kortere of langere tijd uitgesloten van het universitaire onderwijs.
Rechtspraak bij verduistering en vernieling
De universiteit wordt wel eens verweten een gesloten bolwerk te zijn. Dat is tegenwoordig gelukkig minder dan het wel eens is geweest. In ieder geval kampt zij met dezelfde kwesties als de rest van de samenleving.
Maar naarmate de universiteit complexer is geworden en er meer geld omgaat, is het risico op ontsporing en zelfverrijking groter geworden. Wanneer dat gebeurt, is de universiteit gewoon onderdeel van de maatschappij. Zoals bij vernielingen van universitaire eigendommen tijdens politieke acties van studenten. Er wordt aangifte gedaan en verdachten worden berecht door een echte rechter.
Dorsman doet een boekje open
Van de duizenden mensen die bij de Universiteit Utrecht werken en studeren, weten steeds minder iets over de geschiedenis van deze instelling. Dat kan beter. Leen Dorsman was tot 1 augustus 2022 hoogleraar Universiteitsgeschiedenis. Op UU.nl vertelt hij maandelijks iets wat je wilt of moet weten over de lange geschiedenis van de universiteit.