14 maart 2019

NWO-programma “Vluchtelingen in de wetenschap” brengt Nederlandse en Syrische onderzoekers samen

“Syrië stelt ons in staat andere oorlogen beter te doorgronden”

Het NWO-programma “Vluchtelingen in de Wetenschap” koppelt een jaar lang een vluchteling met een academische achtergrond aan een onderzoeker. Voor een onderzoeksproject over paramilitarisme onder Syrische studenten werkt onderzoeker dr. Uğur Ümit Üngör (Politieke Geschiedenis) samen met de Syrische vluchteling Ali Aljasem. In hun onderzoek interviewen ze Syriërs over een langere periode. “Syrië biedt ons, helaas, heel veel mogelijkheden om allerlei zaken rond (burger)oorlogen beter te leren doorgronden” aldus Uğur.

Dr. Ugur Ümit Üngör. Foto Jussi Puikkonen/KNAW
Dr. Ugur Ümit Üngör. Foto Jussi Puikkonen/KNAW

Paramilitarisme

“Ik denk dat een van redenen dat we deze subsidie hebben gekregen is, omdat Ali en ik daarvoor al erg goed met elkaar samenwerkten, als twee handen op één buik” aldus Uğur. Ali stemt daarmee in: “Uğur deed onderzoek naar paramilitairen, met name in Syrië, en ik deed voor mijn Master-thesis onderzoek naar de “National Union of Syrian Students”. Dit zijn paramilitaire studenten van de universiteit van Aleppo, die andere studenten bespioneerden en rapporteerden. Studenten zoals ik, die participeerden in de opstand. Er zat dus al veel overlap in ons onderzoek, NWO stelde ons in staat onze samenwerking officieel te maken en te systematiseren, en dieper in de materie te duiken.”

Als je iets wilt begrijpen over Syrië moet je het de Syriërs zelf vragen.

Syrië als afspiegeling van andere oorlogen

Üngör: “Een ding dat voor mij vaststond was, dat als je iets wilt begrijpen over Syrië, je het de Syriërs zelf moet vragen. Zij zijn ooggetuigen van paramilitarisme, of slachtoffers, ze hebben familieleden die erbij hebben gehoord, of misschien zelf deelnamen. Voor mijn onderzoek is het dan ook fijn dat Ali zich richt op Aleppo, en dat hij de stad heel goed kent. Hij heeft de contacten om interviews te doen met mensen die bij de conflicten betrokken waren. Als je wilt weten hoe conflicten werken, hoe mensen in botsing met elkaar komen, dan is goed om ze over langere tijd te interviewen, en zien hoe die processen sociaalpsychologisch in zijn werk gaan. Daarmee kunnen we conclusies trekken die veel breder zijn en Syrië ontstijgen. Want die vragen worden ook gesteld over het conflict in bijvoorbeeld Rwanda. En als een Syriër als overlevende uit een massagraf naar boven kruipt heeft hij dezelfde gevoelens als een Bosniër destijds.

Als je de hele tijd blootgesteld wordt aan gruwelijke verhalen, dan gaat dat je niet in de koude kleren zitten. Dat is ook één van de redenen dat ik de onderzoeken naar de Syrische oorlog heb willen uitbreiden met andere onderzoekers en interviewers. Omdat het emotioneel gewoon niet te bolwerken is.
Dr. Ugur Ümit Üngör. Foto Jussi Puikkonen/KNAW

Het belang van Syrische onderzoekers

“Ik heb gekozen voor de interviews met ooggetuigen gebruik te maken van Syrisch onderzoekers, want deze hebben al de achtergrondkennis, taalkennis én kennis van jargon en regionale dialecten. Ik kan wel een Nederlandse student uit Hilversum op dit project zetten, maar die moet dan eerst Arabisch leren, de samenleving goed leren kennen, het jargon leren. Dan ben je minstens drie jaar verder, dus je kunt beter mensen inzetten die al die rijke etnografische kennis al hebben, en die de conceptuele, theoretische en intellectuele uitdagingen in de academische wereld eigen maken. Dat is veel makkelijker. En dat is niet alleen goed voor het onderzoeksveld, maar ook voor de mensen zelf. Het aanleren van vaardigheden is erg belangrijk, ook omdat het onderwijs in Syrië echt aan verbetering toe was.”

Het verschil maken

Ali Aljasem
Ali Aljasem

Ali bevestigt dat: “Toen ik de master hier deed (Conflict Studies and Human Rights) zag ik ook hoe ver de Syrische universiteit kwalitatief verwijderd is van internationale universiteiten. Ik hoop dat de huidige generatie Syrische studenten het gat zal dichten, door hier te studeren.” Üngör ziet ook het positieve effect van opleidingen hier op Syrische vluchtelingen: “Ali’s generatie, en de generatie na hem zullen het verschil maken voor Syrië.” Toch is het niet geheel zonder gevaar, laat hij merken, “Als Ali zijn onderzoek hier afrondt kan hij niet terug naar Syrië. Hij zou opgepakt worden en naar een staatsgevangenis gestuurd worden. Dus dit soort onderzoek is wel gevaarlijk.”

Het is mijn morele plicht de wereld de realiteit van Syrië te laten zien, maar dat brengt wel pijnlijke herinneringen met zich mee.

De morele plicht van oorlogsonderzoek

Ali laat echter weten dat dit hem niet weerhoudt: “Ik voel me genoodzaakt dit te doen. Als Assad's regime dit alles zou overleven, dan hebben we op ethisch en moreel vlak gefaald. Want dan is het niet gelukt om mensen te overtuigen van het belang van ons onderzoek naar alle misdaden en alle offers die mensen hebben moeten brengen. Het is mijn morele plicht de wereld de realiteit van Syrië te laten zien, maar dat brengt wel pijnlijke herinneringen met zich mee. Je moet je niet verstoppen achter je angsten omdat je niet tegen het regime in durft te gaan. Als je winst wilt behalen moet je grote offers brengen.” Het is volgens Üngör een sentiment dat onder veel Syriërs leeft: “De meeste Syriërs vinden dat we dit belangrijke culturele trauma in hun geschiedenis moeten leren begrijpen als men verder wil als samenleving. Men moet samen door, ook nadat de laatste kogel is afgeschoten.”