‘Slavernij is de #MeToo uit de geschiedenis’

Linda Nooitmeer ontving op 26 maart een maatschappelijk eredoctoraat van de Universiteit Utrecht. Een gesprek over schuld en verantwoordelijkheid, over archieven die zwijgen en over een meisje uit Sulawesi dat nooit meer thuiskwam.

Als ze de kans kreeg een vraag te stellen aan haar voorouders die tot slaaf waren gemaakt, wat zou dat dan zijn? Haar voorouders van moederskant kochten na de afschaffing van de slavernij, met wonden die nog nauwelijks geheeld waren, samen met anderen de plantage Overtoom in Paramaribo terug van de eigenaar. Ze hebben dat voor ons gedaan, zegt ze. En als ik dan kijk naar hoe wij met dingen omgaan, 160 jaar later, dan zou ik hen wel willen vragen: ‘Wat verwachtte je van ons? En: Zijn jullie tevreden?’

Excuses en vergiffenis

Nooitmeer was voorzitter van de Vrouwencommissie van het Surinaams Inspraakorgaan toen in 2013 het mes werd gezet in alle maatschappelijke organisaties, ook in het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee). Juist in een jaar dat de afschaffing van de slavernij herdacht zou worden. Ik was van plan het één jaar te doen. Ze lacht. Maar toen ik er eenmaal zat, is het geen enkel moment bij me opgekomen om te stoppen. Want het begon eigenlijk net. 

Wat volgde was een langzame maar onmiskenbare verschuiving in het Nederlandse debat. Nooitmeer speelde een sleutelrol in het proces dat leidde tot de excuses van premier Rutte in december 2022 en de persoonlijke vraag om vergiffenis van koning Willem-Alexander een jaar later. Ze deed dat door te werken vanuit het morele appèl: hoe kun je een fatsoenlijk land zijn als je de geschiedenis van slavernij - een door de VN uitgeroepen misdaad tegen de menselijkheid - niet wil erkennen? 

Haar samenwerking met de Universiteit Utrecht past in die aanpak. Samen met juristen van de Rechtenfaculteit deed ze onderzoek naar hoe de wetenschap slavernij niet alleen beschreef, maar ook legitimeerde. Het recht werd destijds ingezet om afschaffing te vertragen. Je kunt dat alleen met wetenschap aantonen, zegt ze, want we leven in een samenleving waarin kennis alleen waarde krijgt als die wetenschappelijk is onderbouwd. Ze is het daar niet helemaal mee eens: ervaringskennis, generatie op generatie gevoeld, heeft ook haar waarde. Maar je spreekt de taal van degenen die de dienst uitmaken.

Tien stappen vooruit, dertien achteruit

Nederland loopt voor noch achter als het gaat om het verwerken van het slavernijverleden, vindt Nooitmeer. In symboliek doen we het goed: welk koningshuis heeft het lef gehad excuses te maken voor de rol van zijn voorouders? Maar als het gaat om de daad bij het woord voegen, zijn we nog lang niet zover als andere landen. In de Verenigde Staten bestaan studiebeurzen specifiek voor studenten met Afrikaanse roots. In Nederland niet. Ik vind dat schokkend, zegt ze. Onderwijs is het vehikel bij uitstek om emancipatie te versnellen.

En dan was er de verkiezingsuitslag van november 2023, kort na de excuses van de koning. Voor velen van ons voelde dat als een afstraffing. Ze zegt het zonder dramatiek, maar de zin hangt even in de lucht. Het onderstreept hoe belangrijk het is dat veranderingen worden bestendigd, dat ze niet afhangen van wie er in het kabinet zit. 

Het laatste Europese onderzoek naar discriminatie laat zien dat 44% van de mensen met Afrikaanse roots in Europa zich gediscrimineerd voelt, een forse stijging ten opzichte van 2016. We maken grote stappen aan de ene kant”, zegt Nooitmeer, “en tegelijkertijd hebben we te maken met een Europese samenleving die een slavernijgeschiedenis heeft van 400 jaar. In al die landen hebben zwarte mensen een marginale positie. Ze zoekt even naar de juiste woorden. Dat is het culturele DNA. Met die term bedoelt ze niet iets aangeborens, maar het langetermijneffect van vier eeuwen slavernij en kolonialisme op wetten, beleid en alledaagse normen.

Rechtvaardigheid en herstel

Linda Nooitmeer kijkt omhoog

De universiteit die haar dit eredoctoraat uitreikt, is dezelfde instelling die onderdeel was van de geschiedenis die zij bevraagt. Juist die instituties die pretenderen voor gerechtigheid te staan, moet je van binnenuit scherp houden. Ze wijst op de lijfspreuk van de Universiteit Utrecht: Sol Justitiae Illustra Nos, de zon der gerechtigheid verlichte ons. Dat betekent dat er invulling gegeven moet worden aan gerechtigheid: reparatory justice. In de internationale discussie gaat reparatory justice over zowel juridische als morele verplichtingen tot herstel na grove mensenrechtenschendingen, zoals slavernij. Bij uitstek is de Universiteit Utrecht het instituut dat hier een belangrijke rol in moet spelen.

Voor Nooitmeer gaat reparatory justice over herstel in alle facetten: in het onderwijs, in de juridische en medische wetenschappen, in de economische positie van gemeenschappen die door de slavernij zijn achtergesteld. Niet als eenmalig gebaar, maar als langetermijninvestering. Voor universiteiten betekent dat bijvoorbeeld dat zij niet alleen onderzoek doen naar het slavernijverleden, maar ook concrete maatregelen nemen zoals gerichte studiebeurzen en leerstoelen voor nazaten van tot slaaf gemaakten en verplichte onderwijsmodules over dit verleden in hun curricula. En dan, met een blik op haar voorouders die de plantage terugkochten: Ze deden het voor het nageslacht. Dat is wat je ook nu doet. Zodat het nooit meer kan gebeuren.

De stilte in de archieven

Van slaveneigenaren bestaan dikke dossiers. Van de mensen die tot slaaf zijn gemaakt, vaak niet meer dan een naam en soms zelfs dat niet eens. Nooitmeer is bestuurslid van het Nationaal Archief en ziet hoe ook daar de bewustwording op gang komt. Ze vertelt over Ron Guleij, cartograaf bij het Nationaal Archief, die al jaren met dezelfde historische kaarten werkte. Op aanwijzing van een historicus keek hij opnieuw naar een kaart van De Lavaux en zag voor het eerst groepen vrouwen die de bossen invluchtten, getekend in een hoek die hij nooit eerder had opgemerkt. 

Als je het eenmaal hebt gezien, kun je het niet meer niet zien.

Het huishouden van Joan Gideon Loten

Het slavernijverleden van de Universiteit Utrecht is er, en is ook niet bij iedereen bekend. Zo werd het pand waar de Universiteitsbibliotheek zich bevindt, bewoond door Gouverneur Loten met de tot slaaf gemaakte Sitie. Nooitmeer is geëmotioneerd als het gesprek over Sitie gaat. Sitie was afkomstig uit Zuid-Celebes, het huidige Sulawesi, en belandde als geschenk in het huishouden van Joan Gideon Loten, VOC-gouverneur van Makassar. In 1752 werd zij via Batavia en Londen naar Nederland gebracht, waar zij uiteindelijk in Utrecht terechtkwam. Het statige huis aan de Drift 27 waar Loten woonde, nu onderdeel van de Universiteitsbibliotheek Utrecht, was haar woon- en werkplek. Sitie overleefde Loten en bleef na zijn dood in Utrecht wonen. Ik was zestien jaar oud toen ik naar Nederland kwam. En Sitie was ook zestien. Nooitmeer laat dat even bezinken. In die fase van je leven kijk je met zoveel verwachting naar wat er komt. Mijn hart gaat uit naar haar, van wie die toekomst zo is afgeknipt.

De gedenksteen is goed, vindt ze, maar er moet context bij, een QR-code die vertelt wie de man was die over haar beschikte. We moeten leiders van toen heel kritisch bekijken en ze zien voor wie ze werkelijk waren. Ze trekt een parallel met de MeToo-beweging: hooggeplaatste, gerespecteerde personen blijken een duister verleden te hebben. 

Slavernij is de #MeToo uit de geschiedenis. In beide gevallen gaat het om gerespecteerde instituties en personen met een keurige reputatie, terwijl er tegelijkertijd ernstig geweld en misbruik achter schuilgaat. Zelfs als je totaal geen affiniteit hebt met het slavernijverleden, als je die menselijkheid niet kunt zien: verplaats je dan in Sitie. Kijk naar je eigen dochter, je zusje of nichtje. En stel je voor dat ze van de ene op de andere dag wordt ontvoerd en overgeleverd aan de grillen van een ogenschijnlijk gevierde man.

Lees ook de literaire impressie over het leven van Sitie

Als je menselijkheid niet kunt zien, verplaats je dan in Sitie

Onderdeel van de oplossing

Als studenten over twintig jaar terugkijken op dit moment, op de gedenksteen voor Sitie, op dit eredoctoraat, op dit gesprek, wat hoopt Nooitmeer dan dat ze begrijpen wat nu nog niet vanzelfsprekend is?

Ze antwoordt zonder aarzeling: Ik hoop dat ze begrijpen dat ze ook onderdeel zijn van de oplossing. Welke studie ze ook volgen, ze moeten zich realiseren dat de eerste universiteiten in de westerse wereld gebouwd zijn op de gedachte dat nietwitte mensen minder waard waren. En dat zij zelf de verantwoordelijkheid én de mogelijkheid hebben om, daar waar dat systeem nog niet is opgelost, een rol te spelen.

Precies zoals haar voorouders dat deden, aan het einde van de negentiende eeuw, op een plantage in Paramaribo. Met wonden die nog niet geheeld waren. Met het oog op de toekomst. 

Linda Nooitmeer en Wilco Hazeleger

Eredoctoraat

Linda Nooitmeer ontving haar maatschappelijk eredoctoraat op 26 maart 2026 tijdens de 390ste dies natalis van de Universiteit Utrecht. Erepromotor is Brianne McGonigle Leyh (faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie).

Tekst: Pia de Jong

Beeld: Hans Reitzema