Sitie

Een literaire impressie door Pia de Jong, gebaseerd op historisch onderzoek

Ik woonde op het eiland Sulawesi, in Makassar, waar de VOC-haven lag toen gouverneur Joan Gideon Loten mij cadeau kreeg. Ik was zestien, hij tweeënveertig. Ik had enkel mijn naam: Sitie. Geen achternaam, geen geboortedatum. Hij noemde me het mooiste meisje van Makassar. Alsof mijn schoonheid een voordeel was.

Ik herinner me de ochtenden bij mij thuis, de geur van nootmuskaat, de rook van het vuur dat mijn moeder ’s morgens aanmaakte. Het goud kleurige licht. Mijn moeder neuriede als ze mijn haar vlocht. Dat is wat je ontdekt als je weg bent. Hoe vanzelfsprekend thuis was. Ik reisde over de wereld met deze voorname man, omdat hij dat zo had bedacht. Hij liet tekeningen maken van vogels, sommige kun je nog altijd bekijken in het Teylers Museum in Haarlem. Zijn eigen schetsen liggen ook in het Natural History Museum in Londen. Ik vroeg me wel eens af of hij me ook zo zag. Iets om te bestuderen. Iets moois om vast te houden.

Onze verhouding ging verder, ik werd zijn geliefde. Tien jaar waren we met z’n tweeën, na de dood van zijn vrouw en kinderen. Hij, een gebroken man, verslaafd aan opium. Ik, een vrouw zon der zeggenschap over wat dan ook. In 1765 trouwde hij met de Engelse Laetitia. Aan haar had hij geschreven dat hij met mij een ‘misslag’ had begaan. Ik was een vergissing. Hij besloot, tegen mijn nadrukkelijke wens in, dat ik mee naar Engeland ging om daar te leven met hem en zijn vrouw.

Toen zijn gezondheid het begaf, keerden we met zijn drieën terug naar Utrecht. Drift 27, huis Cour de Loo. Op de gevel stond gebeiteld: De mens wikt, God beschikt. Ik kookte, serveerde het eten, waste kleren, maakte het huis schoon. Wij keken elkaar soms aan, Laetitia en ik. We beseften dat we, allebei op onze eigen manier, gevangen waren door dezelfde man. Alleen in de keuken dacht ik vaak aan mijn moeder. Zou ze ooit geweten hebben waar ik was gebleven?

Niemand weet wanneer ik stierf. Alleen mijn naam, Sitie, leefde voort in zijn dagboeken, bewaard in archieven. In Westminster Abbey liet Laetitia een groots monument voor Loten oprichten. ‘Hij die zijn naaste nooit teleurstelde’, staat erop gebeiteld. Nu, driehonderd jaar later staat míjn naam op een steen, op de muur van zíjn huis waarin ik gedwongen werd mijn leven te leiden. Met een hart vol heimwee naar mijn eiland Sulawesi.

Aan de Drift 27, bij de Universiteitsbibliotheek Utrecht, wordt in het najaar van 2026 een gevelsteen voor Sitie geplaatst, ontworpen door Max Kisman. daarmee krijgt haar naam, bijna drie eeuwen later, een zichtbare plek in de stad. Het is een initiatief vanuit het Utrechts Gevelteken Fonds, samen met de Universiteitsbibliotheek Utrecht. 

Meer informatie