21 maart 2019

Neurobioloog Peter Burbach over het onderzoeksproject ‘De 1001 eerste dagen van een kind’

“Onze onderzoeksvragen komen direct bij de patiënt vandaan”

Prof. dr. Peter Burbach is neurobioloog en hoofd van de afdeling ‘Translational Neuroscience’ van het UMC Hersencentrum. Als onderzoeker kijkt hij naar de moleculaire mechanismen in de ontwikkeling van de hersenen. Zijn expertise brengt hij mee naar het interdisciplinaire onderzoeksproject ‘De 1001 eerste dagen van het leven van een kind’, dat de vroege hersen- en taalontwikkeling bestudeert.

Prof. dr. Peter Burbach

Als chemicus had Peter Burbach een grote interesse in moleculen en niet veel later in biologie. Al snel ontwikkelde hij daarna een fascinatie voor het brein. “Ik vind de hersenen geheimzinnig. Het is zo’n complex orgaan waar we nog maar een heel klein beetje over weten. We begrijpen eigenlijk pas net wat het brein is en wat het doet. Hoe de hersenen precies werken, weten we nog lang niet.” Burbach vindt het een enorme uitdaging om bij te dragen aan het beantwoorden van die vraag. “Het brein, een soort biochemische machine, is zo bepalend voor hoe wij leven. Dat fascineert me ontzettend.”

Vandaag de dag doen we dingen die we toentertijd niet voor mogelijk hadden gehouden.

Eén eiwit onder de loep

Tijdens zijn loopbaan heeft hij het vak biochemie en onderzoek naar de hersenen zien veranderen. “Vroeger onderzocht je een heel leven lang één eiwit in de hersenen. Vandaag de dag doen we in het UMC Hersencentrum dingen die we toentertijd niet voor mogelijk hadden gehouden, onder andere omdat de kennis en de technologie over het genoom zo onwijs is gegroeid.” Volgens Burbach is de aanpak ook totaal anders. “Onze onderzoeksvragen komen direct bij de patiënt vandaan. Daar rollen grote thema’s uit, waar het project ‘De 1001 eerste dagen van het leven van een kind’ een voorbeeld van is.”

Hersenen

Cruciale levensfase

De eerste levensfase is heel belangrijk voor de hersenen. “Het brein is nog helemaal vers en verbindingen moeten nog worden gemaakt en bevestigd. Op een bepaald moment is de mogelijkheid tot zo’n verbinding in de hersenen er niet meer. Als een kind in zijn 1001 eerste, cruciale dagen niet in contact komt met taal, zal het lastig worden om dat later toch nog te ontwikkelen.” Naast de impulsen van buitenaf, kijkt Burbach ook naar de invloed van de genen van de ouders. “Onze hersenen zijn net zo verschillend als andere uiterlijke kenmerken die je wel aan de buitenkant kunt zien, zoals ons haar. En waar ons uiterlijk grotendeels bepaald is door erfelijk materiaal, geldt dat ook voor de bouw van onze hersenen.”

Als een kind in zijn 1001 eerste, cruciale dagen niet in contact komt met taal, zal het lastig worden om dat later toch nog te ontwikkelen.

Inspelen op behoefte vanuit de praktijk

Over die bouw van de hersenen, wil Burbach meer te weten komen. “Als we beter begrijpen hoe het brein in elkaar steekt, kunnen we vervolgens programma’s ontwikkelen om baby’s te helpen.” Het onderzoeksteam werkt daarvoor intensief samen met maatschappelijke partners die veel te maken hebben met kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. “We vragen hen letterlijk waar ze behoefte aan hebben.” Dat kan bijvoorbeeld een training zijn waarin professionals leren hoe ze een taalontwikkelingsstoornis kunnen herkennen en behandelen. “We merken dat we door de combinatie van onze verschillende expertises veel meer kennis kunnen aanbieden.”

Met ons bevlogen team kijken we ieder hoe we onze kennis zo goed mogelijk kunnen inzetten.

Bijdragen aan begrip in de maatschappij

De kracht van dit onderzoeksthema is volgens Burbach in de interdisciplinaire aanpak. “Met ons bevlogen team kijken we ieder hoe we onze kennis zo goed mogelijk kunnen inzetten en laten aansluiten bij dat van teamgenoten.” Burbach doet dat vanuit de neurobiologie, maar verder zijn er onder andere ook een logopediewetenschapper, taalontwikkelingsexpert, gedragswetenschapper en psycholinguïst aangesloten. De kennis delen met de praktijk is essentieel voor Burbach en zijn team. “Vanuit de wetenschap kunnen we taalontwikkelingsstoornissen niet alleen signaleren, maar ook bijdragen aan het begrip voor taalontwikkelingsstoornissen in de maatschappij.”

Handen uit de mouwen

De neurobioloog noemt het project trots een ‘constructieve hub’. Het team is de verkenningsfase naar eigen zeggen allang voorbij. “We hebben elkaar binnen dit hele brede onderwerp helemaal gevonden. Nu gaan de handen uit de mouwen!” Zijn ultieme wens met dit project? “De kennis over de vroege hersen- en taalontwikkeling veranderen van een gesloten koker naar een mooie bos bloemen met een strik eromheen.”

Burbach tijdens zijn eigen 1001 eerste dagen

De 1001 eerste dagen van Peter Burbach

“Mijn ouders hebben de oorlog bewust meegemaakt. Ik werd geboren in de opbouw na de oorlog. In mijn eerste levensfase woonden we in een heel klein, geïmproviseerd bovenhuis. Ik weet nog goed dat het een heel beschermende opvoeding was. Maar het was vooral heel knus, iets wat mijn ouders altijd wilden creëren.”

Onderzoeksthema Dynamics of Youth

Wil je maatschappelijke problemen aanpakken, dan kun je het beste beginnen bij kinderen. Het Utrechtse onderzoeksthema Dynamics of Youth investeert in een veerkrachtige jeugd. Wetenschappers uit alle vakgebieden werken samen om kinderontwikkeling beter te leren begrijpen. Hoe helpen we kinderen en jongeren groeien en bloeien in onze snel veranderende samenleving?