“Moose beet ons vaak, maar we zagen zijn goede karakter”
Is er een relatie tussen gedragsproblemen en de darmen?
Onderzoekers bij de gedragskliniek van Diergeneeskunde zijn op zoek naar een link tussen probleemgedrag bij honden en de bacteriën, schimmels en parasieten in hun darmen. Ze hopen hiermee gedragsproblemen beter te begrijpen en de opties voor behandelingen uit te breiden.
Labradoodle Moose begroet ons enthousiast, als we binnenkomen in het huis van zijn eigenaren Dominique Rijshouwer en Caspar Schoevaars. Moose lijkt een vrolijke en energieke puppy, maar een bordje aan de muur met het getal twee erop verraadt een probleem. Rijshouwer en Schoevaars houden hierop bij wanneer Moose voor het laatst een van zijn baasjes heeft gebeten. Nu twee dagen geleden. Het record staat op drie.
Slapeloze nachten
Moose, nu tien maanden oud, vertoonde al snel gedragsproblemen, toen hij als kleine pup bij zijn baasjes kwam wonen in de binnenstad van Utrecht. “Hij beet ons vaak en was rusteloos en hyperalert”, vertelt Rijshouwer. “Zijn gedrag was ook wispelturig. Soms leek er niets aan de hand, maar dan viel hij ons toch plotseling aan.” Schoevaars: “Het was pittig. Vooral de onzekerheid was zwaar. Ligt dit aan ons? Doen wij iets verkeerd? Het leverde slapeloze nachten op.”
Vooral de onzekerheid was zwaar. Ligt dit aan ons? Doen wij iets verkeerd?
Rijshouwer en Schoevaars gingen op zoek naar hulp. “Ondanks de problemen zagen we zijn goede karakter. Hij had alleen zijn impulsen niet altijd onder controle”, zegt Rijshouwer. Via hun dierenarts en diverse gedragstrainers kwamen ze terecht in de spreekkamer van Daniëlle Hartman, onderzoeker en dierenarts bij de gedragskliniek van de faculteit Diergeneeskunde.
Bacteriën, schimmels en parasieten
Hartman doet onderzoek naar het verband tussen gedrag en maag-darmproblemen. Ze ziet in de kliniek regelmatig honden die problemen hebben met impulsiviteit, zoals Moose. “Het viel ons op dat deze honden vaak ook maag-darmklachten hebben”, vertelt ze. “We onderzoeken daarom het microbioom, dat is de verzameling bacteriën, schimmels en parasieten in de darmen. Een verstoring van deze darmflora, bijvoorbeeld door een besmetting van een parasiet, heeft mogelijk invloed op gedrag.”
Hoe beïnvloeden die bacteriën, schimmels en parasieten in de darmen dan het gedrag? “Daar hebben we wel ideeën over”, zegt Hartman. “Het microbioom produceert bouwstoffen voor het aanmaken van neurotransmitters. Dat zijn stoffen die het zenuwstelsel gebruikt om signalen door het lichaam te sturen. Een bekend voorbeeld is serotonine, dat onder meer slaap, eetlust en stemming aanstuurt. Een verstoord microbioom zou in theorie minder van de benodigde bouwstoffen kunnen aanmaken, waardoor er ook minder serotonine wordt geproduceerd. Dat kan invloed hebben op het gedrag.”
Ook bij Moose spelen maag-darmproblemen mogelijk een rol. Rijshouwer: “Hij is meerdere keren besmet door de giardia-parasiet en vindt het niet fijn als we hem over zijn buik aaien.” Moose is dan ook een van de deelnemers aan het onderzoek van de gedragskliniek.
In dat onderzoek gaat Hartman poep verzamelen van zo’n tweehonderd patiënten om hun darmflora in kaart brengen. “We gaan daarbij op zoek naar verbanden tussen de gedragsproblemen van deze honden en de samenstelling van hun microbioom. We werken samen met collega’s van interne geneeskunde en parasitologie, en laten ons inspireren door de menselijke geneeskunde. Daar hebben wetenschappers al meer ervaring met methodes om het microbioom te ontrafelen.”
In de bakfiets
Hartman hoopt met het onderzoek iets voor honden als Moose en hun baasjes te kunnen betekenen. “We kunnen honden beter helpen als we hun gedragsproblemen beter begrijpen. We kijken in de kliniek al naar het totale plaatje: de hond, zijn gedrag, zijn lijf, de eigenaar en voeding. Misschien hoort het microbioom ook in dit rijtje thuis. Als we bijvoorbeeld ontdekken dat de darmflora van veel patiënten bepaalde elementen mist, kunnen we deze misschien toevoegen via probiotica of een poeptransplantatie van een gezonde hond. Dan hebben we een extra instrument in ons huidige behandelpakket.”
We kunnen honden beter helpen als we hun gedragsproblemen beter begrijpen.
Met Moose gaat het steeds beter dankzij de behandeling in de gedragskliniek. Terwijl zijn baasjes daarover vertellen, gaat Moose uit zichzelf op de bank liggen om rustig op een speeltje te kauwen. “Dat was een paar maanden geleden ondenkbaar”, zegt Rijshouwer. “Hij vindt gemakkelijker zijn rust, bijt veel minder en zit beter in zijn vel.” Schoevaars vult aan: “We kunnen nu met hem knuffelen en spelen zonder dat het eindigt in bijten. En hij gaat gemakkelijker mee op pad. Gisteren zat hij samen met Dominique voor in de bakfiets op weg naar het bos. Het is fijn dat we nu eindelijk leuke dingen met Moose kunnen doen.”
Tekst: Jordy van Asten | Beeld: Bas Niemans