Met MAVAS is één plus één drie

Een nieuwe, dubbele master voor de ‘veearts van de toekomst’

Gerrit Koop en Harold Bok met een koe

De masters Animal Sciences van Wageningen University & Research (WUR) en Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (UU) worden gecombineerd in het nieuwe vierjarige programma MAVAS (Masters in Veterinary and Animal Sciences). Alleen studenten die zijn toegelaten tot de opleiding Diergeneeskunde kunnen aan het programma deelnemen. De opleiding biedt naast de klassieke diergeneeskundige kennis ook verdieping in onder meer dierhuisvestingssystemen, regelgeving, stakeholders en voerbedrijven. Gerrit Koop, dierenarts, veterinair epidemioloog en hoofd van het team Sustainable Ruminant Health en Harold Bok, vicedecaan Onderwijs, kijken terug op het traject van het opzetten van MAVAS.

Koop: “Als kind ging ik graag met mijn oom, een dierenarts, mee de boer op, om zieke koeien beter te maken of wat er maar te doen was. Dat is inmiddels bijna 35 jaar geleden. Mijn oom zei toen al dat de diergeneeskunde steeds meer aan het verschuiven was van curatief naar preventief. Nu, decennia later, zeggen we dat eigenlijk nog steeds. Natuurlijk is er meer aandacht gekomen voor preventie, maar het is nog niet genoeg. Ik denk dat MAVAS - een gecombineerd programma van Diergeneeskunde UU en Animal Sciences WUR, waarin studenten twee masters halen- ons gaat helpen om hierin grote stappen te gaan zetten.”

Van behandelen naar voorkomen

Gerrit: “Natuurlijk zijn er sectoren waarin preventie al veel sterker verankerd is, zoals de pluimveehouderij. Maar zeker bij rundvee en kleine herkauwers wordt nog veel gedokterd.”

Volgens Gerrit ligt daar een belangrijke uitdaging voor de toekomst. “Als dieren ziek zijn, moeten we ze uiteraard behandelen. Toch denk ik dat we grote stappen kunnen zetten in het beter voorkomen dat dieren ziek worden. Daarbij moet je gaan kijken naar het hele plaatje: voeding, huisvesting, genetica, biosecurity en het verdere management van een veehouderij. Allemaal factoren die bepalen of een dier gezond blijft.”

Het nieuwe EWUU-programma, MAVAS, gaat helpen die verandering te brengen. Gerrit: “Wat deze opleiding bijzonder maakt, is dat we expertise van twee werelden samenbrengen. Voor preventieve zorg heb je niet alleen de kennis van Wageningen University & Research nodig op het gebied van voeding, genetica, duurzaamheid en veehouderijsystemen, maar ook de diepgaande kennis van diergezondheid en ziekteprocessen van Diergeneeskunde. Door die kennis te combineren kunnen we studenten opleiden die diergezondheid veel breder benaderen.”

Een wens die al jaren bestond

Harold: “De samenwerking tussen Diergeneeskunde en Wageningen is eigenlijk net zo’n verhaal als de verschuiving van curatief naar preventief. We voelen al jarenlang dat we elkaar nodig hebben. Onze voorgangers hebben meerdere pogingen gedaan om de samenwerking verder vorm te geven. Maar in de praktijk bleek dat best ingewikkeld.”

Volgens Harold zijn er veel verschillen tussen beide instellingen: “We hebben een andere manier van werken, andere onderwijsprogramma’s en zelfs andere onderwijsperiodes. Daardoor bleek de samenwerking lastig en bleef het vaak bij goede intenties.”

De echte katalysator was een extern onderzoek in 2022 dat in opdracht van de afdeling Landbouwhuisdieren in samenwerking met de WUR is uitgevoerd. De centrale vraag was welke kennis en vaardigheden van belang worden geacht voor de dierenarts Landbouwhuisdieren/Veterinaire Volksgezondheid van de toekomst. Harold: “Daaruit bleek heel duidelijk dat er een behoefte is aan dierenartsen die breder worden opgeleid. Niet alleen als behandelaar van dieren, maar ook als dierwetenschapper die systemen begrijpt, preventief denkt en samenwerkt met andere disciplines.”

Gerrit: “Dat rapport bevestigde eigenlijk wat we al wisten. Een van de belangrijkste aanbevelingen was om intensiever samen te gaan werken met Wageningen en ook dat was geen verrassing, maar het gaf wel richting en urgentie. Daarnaast hielp het dat er op verschillende plekken mensen zaten die dezelfde ambitie hadden en bereid waren daar echt energie in te steken, zoals de toenmalige onderwijsdirecteur van Animal Sciences, René Kwakkel.”

Harold: “We zijn toen opnieuw bij elkaar gaan zitten om nog een keer te kijken hoe we de samenwerking op het gebied van onderwijs en onderzoek verder konden brengen. Dit resulteerde in de afspraak om op onderwijsgebied de eerste stap te zetten en dat heeft geresulteerd in MAVAS.” 

Een ander type dierenarts

MAVAS leidt niet op tot een vervanger van de huidige landbouwhuisdierenarts, benadrukken beiden. Harold: “Dat is een belangrijke nuance. We hebben ook in de toekomst landbouwhuisdierenartsen nodig die zich richten op diagnostiek en behandeling. Het reguliere programma blijft een sterke opleiding waar de sector veel behoefte aan heeft.”

Gerrit: “Idealiter is de veehouderij in de toekomst zo ingericht, dat we geen dierenartsen meer nodig hebben, omdat dieren niet meer ziek worden. Maar dat is natuurlijk een utopie. Gelukkig zullen er altijd dierenartsen blijven die vooral energie krijgen van het curatieve werk. Veel studenten vinden dat het aantrekkelijkste onderdeel van het vak. Je ziet direct resultaat van wat je doet en je bent vaak lekker hand-on bezig. Preventieve gezondheidszorg werkt anders. Dat gaat over de lange termijn, over communicatie, gedragsverandering, data, samenwerking en systeemdenken. Dat vraagt andere vaardigheden en spreekt ook een ander type student aan.”

Gerrit ziet dat er weel dierenartsen zijn die zich hierop hebben toegelegd: “Maar we willen dit potentieel in de praktijk verder versterken. De MAVAS moet professionals opleiden die juist op dat preventieve vlak het verschil kunnen maken.”

Intensief programma

De opleiding vraagt veel van studenten. Het programma duurt vier jaar en leidt tot twee masterdiploma’s. Harold: “Dat is niet iets wat je er even bij doet. Studenten moeten echt bewust kiezen voor dit traject. Je krijgt uiteindelijk twee diploma’s, maar daar staat ook een stevig programma tegenover.”

Gerrit vult aan: “Studenten moeten preventie, bedrijfsadvisering, communicatie en multidisciplinariteit en onderzoek leuk vinden. De onderzoekscomponent in de MAVAS is veel uitgebreider dan in de reguliere Diergeneeskunde master. Het accent ligt minder op klinische vaardigheden. Wel voldoende om als dierenarts te kunnen werken, maar meer op het begrijpen van systemen en onderliggende oorzaken.”

Harold: “Ik ben zelf afgestudeerd met de differentiatie gezelschapsdieren. Ik ben opgegroeid op de melkveehouderij van mijn grootouders en heb daardoor lang getwijfeld tussen landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren. Als ik opnieuw zou gaan studeren, zou ik MAVAS nu zeker overwegen!”

Meer dan onderwijs alleen

De samenwerking beperkt zich niet tot het onderwijs. Beiden verwachten dat de MAVAS ook nieuwe onderzoeksinitiatieven zal stimuleren. De gezamenlijke onderzoeksstages die onderdeel worden van het programma, spelen daarbij een belangrijke rol. Gerrit: “De onderzoeksstage wordt begeleid door onderzoekers van beide instellingen. Daarmee stimuleren we de samenwerking onderling.”

Harold: “Doordat collega’s van beide instellingen nu gaan samenwerken, leren ze elkaar kennen. Hopelijk zorgt dit niet alleen voor nieuwe samenwerkingen in het onderwijs, maar ook in het onderzoek.”

Gerrit ziet dat proces al op gang komen. “Tijdens een recente docentenbijeenkomst over de MAVAS waarbij collega’s uit Wageningen en Utrecht elkaar ontmoetten ging het al snel ook over onderzoek. Mensen raken met elkaar in gesprek over projecten, subsidieaanvragen en gezamenlijke ideeën. Dat gebeurt nog voordat de eerste studenten zijn gestart.”

Eén plus één is drie

Als Harold één boodschap mag meegeven, hoeft hij niet lang na te denken: “Eén plus één is hier echt drie. Door samen te werken kunnen we meer bereiken dan alleen. Dat geldt voor onderwijs en onderzoek, voor de WUR en voor Diergeneeskunde en uiteindelijk ook voor de maatschappij.”

Gerrit sluit zich daarbij aan en voegt - met plezier in zijn ogen - nog iets toe. “Het is ook gewoon ontzettend leuk! We zijn nu bezig met het verder vormgeven van de gezamenlijke cursus bedrijfsanalyse. Daarvoor zoeken we samenwerkingen met mensen uit andere disciplines. Zo spraken Sylvia Brugman, opleidingsdirecteur van Animal Sciences, en ik recent met het hoofd van de Business Management and Organisation Group in Wageningen. Het is heel leuk om te ontdekken welke expertise daar allemaal aanwezig is en hoe enthousiast zij mee willen werken aan het opleiden van een nieuw soort dierenarts. Dit soort verbindingen gaan mogelijkheden en expertisegebieden creëren die er eerder niet waren. Daar word ik blij van!”