Hoe moeten we omgaan met controversiële standbeelden?

Standbeeld van Edward Colston met blinddoek voordat het door demonstranten werd neergehaald, via Shutterstock

Een omvergeworpen Robert E. Lee, een onthoofde Christopher Columbus en een gezonken Edward Colston. Standbeelden van deze historische figuren zijn de afgelopen weken letterlijk van hun voetstuk getrokken. De moord op George Floyd door een witte politieagent heeft tot wereldwijde protesten en demonstraties tegen racisme en politiegeweld geleid. Als gevolg hiervan zijn ook standbeelden van historische figuren nu onderwerp van discussie. In Nederland is de verhitte discussie over het nationale erfgoed van de Gouden Eeuw nieuw leven ingeblazen omdat ook hier de afgelopen dagen beelden zijn beklad. Lee, Columbus en Colston waren het begin, en het einde is nog niet in zicht.

Een breder historisch debat

Volgens Christian Wicke, universitair docent Politieke Geschiedenis, is het debat dat we op dit moment in veel landen voeren een heel gezond debat, omdat het een meer kritische en meer democratische historische cultuur mogelijk maakt. “Wat we nu in korte tijd zien, protesten over monumenten of standbeelden, is in veel opzichten symptomatisch voor een breder historisch debat en controverses die al decennia aan de gang zijn”. De oorsprong ligt de jaren zestig. Collectief geheugen en cultureel erfgoed, en geschiedenis in het algemeen, werden vanaf dat moment in toenemende mate betwist door de burgermaatschappij, wetenschappers en politici. Er ontstonden nieuwe sociale bewegingen, zoals de Provo’s, die een meer kritische kijk op de geschiedenis eisten. Dit veroorzaakte vaak conservatieve tegenreacties in de samenleving, omdat dergelijke acties als een bedreiging voor de nationale identiteit en geschiedenis werden beschouwd.

Provo-aanval op Van Heutsz-monument in Amsterdam, 1966, via Nationaal Archief

“Dit soort activisme wordt geheugenactivisme genoemd”, zegt Ann Rigney, hoogleraar Literatuurwetenschap en hoofd van het ERC-project Remembering Activism’. “Geheugenactivisme gaat over het beschikbaar maken van informatie die verborgen of onzichtbaar was, om op deze manier het dominante verhaal van het verleden te veranderen”, legt Rigney uit. Het bekladden of slopen van een standbeeld is geworteld in de wens om het bewustzijn te vergroten over een donker, onderbelicht deel van de geschiedenis. “Geheugenactivisten willen meer erkenning voor alle delen van de geschiedenis, inclusief slavernij, kolonialisme en racisme”, voegt ze eraan toe. Want zonder een dergelijk erkenning zal het onrecht in het heden in een nieuwe vorm blijven bestaan.

De protesten als gevolg van de moord op George Floyd hebben zich ook gericht op aanstootgevende standbeelden, omdat ze worden gezien als een symbool voor een algemenere en diepgewortelde geschiedenis. Men protesteert niet alleen vanwege de dood van Floyd, maar ook omdat zijn dood deel uitmaakt van een groter verhaal: dat van wereldwijd, systematisch racisme.

Wat we nu in korte tijd zien, is in veel opzichten symptomatisch voor een breder historisch debat en controverses die al decennia aan de gang zijn

Susanne Knittel, cultureel geheugenwetenschapper en universitair docent Literatuurwetenschap, merkt op dat “er een andere belangrijke context is die kan verklaren waarom de protesten deze keer zo wereldwijd en heftig zijn, en dat is de context van de wereldwijde coronaviruspandemie, die in de Verenigde Staten onevenredig veel arme BIPOC (Black, Indigenous, en People of Color) gemeenschappen heeft getroffen.”

Voor Knittel is het geen verassing dat de Black Lives Matter-protesten in de Verenigde Staten ook gericht waren op confederate beelden. “Deze beelden zijn symbolen van witte overheersing en de geschiedenis van racisme in de VS”, merkt ze op. “Je zou denken dat de Amerikaanse regering ze al lang geleden verwijderd zou hebben, maar er was nooit een officieel belang bij om ze weg te halen. Dit laat op zijn beurt weer zien dat er behoefte is aan een bottom-up grassroots basisbeweging. En dit is de reden waarom de verzetsbeweging tegen racisme en witte overheersing zich op deze symbolen richt”, vervolgt ze.

Daarnaast merkt Knittel op dat de oprichting van deze monumenten samenviel met de mijlpalen in de emancipatie van zwarte mensen en met momenten van verhoogde activiteit bij de KuKluxKlan (zoals de onderstaande grafiek laat zien). “Deze beelden zijn dus niet bedoeld om mensen voor te lichten over de burgeroorlog, en het zijn evenmin officiële overheidsmonumenten; het zijn duidelijke symbolen van racisme, intimiderend en vijandig tegenover zwarte mensen en antiracisten”.

Confederate monumenten- en standbeeldbouw van 1870 tot 1980, via Mother Jones

Wat moeten we nu doen?

Het is duidelijk dat we goed moeten nadenken over wat we doen met controversiele monumenten. Er zijn verschillende manieren waarop we er anders over na kunnen denken. Het advies van Rigney is om ze een nieuw kader te geven, zodat we ze anders kunnen bekijken. Ze benoemt dat het erg belangrijk is om ‘iets’ te doen met het standbeeld, in plaats van beelden enkel te vernietigen. Een standbeeld vernietigen betekent dat je het vermogen verliest om kritisch na te denken over het verhaal dat bij het standbeeld hoort. “Denk erover na om de betekenis of positie te veranderen, maar bewaar het als een hulpmiddel om een extra laag toe te voegen aan de geschiedenis”, vervolgt ze.

Denk erover na om de betekenis of positie te veranderen, maar bewaar het als een hulpmiddel om een extra laag toe te voegen aan de geschiedenis

“Als je het beeld naar een museum verplaatst, wordt het een tentoonstellingsobject in plaats van een machtsobject”, stelt Rigney. Een museum is volgens Wicke echter nog steeds een geïnstitutionaliseerde ruimte van een selectief verhaal uit het verleden. “Als je het in een openbare ruimte bewaart, integreer je het in ons dagelijks leven, zodat tijd en mensen het kunnen veranderen, met graffiti, een plaquette of andere vormen van geheugenactivisme”, benoemt hij. Dit maakt het debat zo ingewikkeld, er is geen neutrale plek voor dit soort monumenten. En dat is precies waarom we er kritisch over na moeten denken, waar ze ook staan. “Stel je voor”, reageert Knittel op Wicke, “dat het standbeeld van Edward Colston dat in de haven van Bristol door BLM-activisten in het water werd gegooid, daar werd achtergelaten. En dat mensen het konden zien, daar liggend. Dat zou het ultieme vernieuwde kader van het beeld zijn, het zou veranderen in wat James Young een ‘tegenmonument’ noemt”. Wicke, Knittel en Rigney zijn het erover eens: probeer de beelden in de openbare ruimte te houden en ze opnieuw in te kaderen, zodat we ze anders kunnen bekijken.

Het Memento-park in Boedapest huisvest veel communistische beelden die uit hun oorspronkelijke context zijn gehaald om bezoekers via Hongarije te informeren over hun geschiedenis, via HungaryToday

Monumenten zijn artefacten van herinnering en memorisatie. “Deze monumenten zijn niet zoals historische gebouwen, ze dateren niet uit de tijd in kwestie”, legt Knittel uit. Ze vertegenwoordigen wat we als gemeenschap besloten hebben te bewaren in ons cultureel erfgoed, wat onze cultuur viert en waardeert, bewust of niet. Ze gaan over wat voor soort verhaal we huidige en toekomstige generaties willen vertellen, over onszelf en onze geschiedenis. In die zin zijn de Black Lives Matter-protesten ook protesten tegen hoe het verleden is herinnerd en hoe het verhaal zo lang is verteld.

“Op dit moment zijn we gefocust op het verwijderen ervan, maar we moeten er ons van bewust zijn dat het simpelweg verwijderen van standbeelden de geschiedenis kan witwassen,” waarschuwt Rigney. Ze vervolgt: “Ik waardeer de symboliek van het feit dat Colston’s lichaam in zee werd gedumpt, zoals met vele slaven in het verleden is gebeurd, maar we moeten ook nadenken over manieren om beelden een nieuwe betekenis te geven in plaats van ze te laten verdwijnen.” Ook Susanne Knittel benadrukt het belang om onszelf en toekomstige generaties te informeren over de misdaden uit het verleden. “Door de aandacht te vestigen op problematische beelden vindt deze educatie plaats”, vervolgt ze. “Ik zou zeggen dat de activisten die Colston in de haven hebben gedumpt waarschijnlijk meer hebben gedaan om het publiek te informeren over de geschiedenis van de slavernij dan de onbetwiste aanwezigheid van het beeld ooit heeft gedaan.”