Een masteropleiding in het hart van het klimaatonderzoek

'Het geeft een goed beeld van hoe een loopbaan in de wetenschap er straks uit kan zien'

Bij de masteropleiding Climate Physics aan de Universiteit Utrecht gaan onderwijs en onderzoek hand in hand. Binnen het Instituut voor Mariene en Atmosferisch Onderzoek Utrecht (IMAU) werken studenten, promovendi en onderzoekers dagelijks samen aan actuele vraagstukken over het klimaatsysteem, van oceaanstromingen tot ijskappen en atmosferische processen. Het is een mooie kruisbestuiving die inspirerend en nuttig is voor beide partijen.

Willem Jan van de Berg, Emma Smolders, Elena Gianotten
Programmaleider Willem Jan van de Berg, promovendus Emma Smolders en student Elena Gianotten

"De tweejarige onderzoeksmaster Climate Physics is in de eerste plaats bijzonder omdat we het klimaatsysteem als één geheel benaderen,” vertelt Willem Jan van de Berg, universitair hoofddocent en programmaleider van de opleiding. “Alle onderdelen, van oceaan tot atmosfeer, beïnvloeden elkaar. Om het systeem echt te begrijpen, moet je die samenhang zien.”

Je zit letterlijk dicht bij het vuur

Willem Jan van de Berg, programmaleider Climate Physics

Daarnaast wordt de opleiding continu geactualiseerd. “Er gebeurt heel veel op het gebied van klimaatonderzoek en dat nemen we mee in het onderwijs”, aldus Van de Berg. De stand van zaken rondom de meest actuele thema’s bespreken studenten direct in het vak Current Themes in Climate Change. Dat doen ze aan de hand van het meest recente IPCC-rapport. “Ook in mijn cursus Ice and Climate pas ik elk jaar de stof aan op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten, bijvoorbeeld over het afsmelten van West-Antarctica,” zegt Van de Berg.

Echte vraagstukken

Studenten krijgen volop de kans om aan te haken bij lopend onderzoek binnen het IMAU. “Wie wil werken aan de Atlantische Meridionale Overturning Circulatie (AMOC), kan zo bij postdoc René van Westen aankloppen, die internationaal belangstelling wekt met zijn baanbrekende onderzoek naar deze Golfstroom,” zegt Van de Berg. “Je zit letterlijk dicht bij het vuur.”

We schreven onze scripties vaak over echte vraagstukken

Emma Smolders, promovendus en oud-student

Dat gold ook voor Emma Smolders, die in 2022 afstudeerde en inmiddels promoveert bij het IMAU in de groep van Henk Dijkstra, hoogleraar Dynamische Oceanografie. Zij onderzoekt vroege waarschuwingssignalen voor een mogelijk instorten van de AMOC. “We proberen te begrijpen wanneer en hoe dat zou kunnen gebeuren,” vertelt ze. “Mijn simulaties laten bijvoorbeeld zien dat bepaalde veranderingen in het zoutgehalte op 34 graden zuiderbreedte een belangrijk signaal kunnen zijn.”

Tijdens haar master ontdekte ze hoe sterk studenten worden betrokken bij het onderzoek. “We schreven onze scripties vaak over echte vraagstukken. Je werkt samen met promovendi en postdocs en kunt soms zelfs bijdragen aan een publicatie.”

Volledig meedraaien

Ook Elena Gianotten, huidige masterstudent Climate Physics, ervaart die nauwe verwevenheid van onderwijs en onderzoek. Voor haar scriptie bestudeert ze hoe het zeewier Sargassum zich door de Atlantische Oceaan verplaatst. Sinds 2011 spoelt er veel van dit zeewier aan in het Caribisch gebied. Het vormt een bedreiging voor lokale ecosystemen en toeristen blijven weg vanwege de stank die het veroorzaakt.

Het geeft een goed beeld van hoe een loopbaan in de wetenschap er straks uit kan zien

Elena Gianotten, student Climate Physics

“Ik onderzoek echt iets nieuws,” zegt Gianotten. “Dat is soms lastig, maar ook ontzettend spannend. Ik heb veel contact met onderzoekers, bijvoorbeeld met postdoc Meike Bos, die me heeft geleerd hoe ik met het oceaanmodel moet werken.” Maar ook met onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek op Zee (NIOZ) voor biologische kennis over Sargassum. “Ik wil een biologische groeimodel meenemen in het oceaanmodel en bekijken hoe die informatie het transport van het zeewier verandert.”

Het scriptieonderzoek van Gianotten is onderdeel van het Parcels-project, een samenwerking onder leiding van hoogleraar Erik van Sebille, waarin publiek toegankelijke software wordt ontwikkeld om virtuele deeltjes in de oceaan te volgen. En ook al is ze student, ze wordt overal nauw bij betrokken. “Het is inspirerend om wekelijks met onderzoekers mee te denken en te horen waar iedereen aan werkt”, stelt de student. “Het geeft een goed beeld van hoe een loopbaan in de wetenschap er straks uit kan zien.”