5 april 2019

Christine Quinan en Marjolein van den Brink over de ‘transgenderban’ in het Amerikaanse leger

Deze wet kan ernstige gevolgen hebben voor alle transgender mensen

© iStockphoto.com

Recentelijk heeft de Eerste Kamer ingestemd met een expliciet verbod op discriminatie jegens transgender personen. Terwijl er in Nederland verdere stappen gezet worden om problemen rond discriminatie tegen transgender mensen aan te pakken zet de V.S. de klok terug. De regering-Trump wil het alleen nog mogelijk maken dat militairen zich presenteren als hun biologische geslacht. Mensen die hormoontherapie of een gender-bevestigende operatie hebben gehad, kunnen niet meer toetreden tot het leger, zonder een verklaring van hogerhand. Trump wil de regeling in laten gaan op 12 april, maar het Huis van Afgevaardigden heeft eind maart een niet-bindende resolutie aangenomen om zich te verzetten tegen het verbod van de regering. Dr. Christine Quinan (Genderstudies) en dr. Marjolein van den Brink (Rechtsgeleerdheid) geven toelichting op de ‘transgenderban’.

Macht bevragen

Volgens Quinan moeten we verder kijken dan de ban alleen, als we structureel problemen rondom discriminatie en ongelijkheid willen oplossen: “In de LGBTQ+-gemeenschap staat men, met reden, ambivalent tegenover zaken als geaccepteerd worden in het leger. Dienst kunnen doen als transgender betekent niet dat structurele problemen rondom ongelijkheid meteen opgelost zijn. Integendeel, veel transactivisten en wetenschappers benadrukken dat in plaats van te vechten voor inclusiviteit, we onderliggende zaken als nationalisme en militair machtsvertoon moeten bevragen. Ondanks die kritische houding naar het leger is het óók noodzakelijk om deze huidige aanval op transgenders en gender-diverse mensen goed te onderzoeken en in de gaten te houden, en te beseffen dat dit soort aanvallen zeker frequenter zijn geworden onder de Trump-regering.”

© iStockphoto.com

Mensenrechten

Druist deze nieuwe voorgestelde wet in tegen internationale mensenrechtenverdragen? Volgens Van den Brink is dit lastig te zeggen: “De VS hebben een aantal mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties geratificeerd, al zijn dat er niet veel. Ratificatie betekent dat ze juridisch gezien vastleggen de rechten in zo’n verdrag na te streven en zich daarop laten toetsen door een toezichthoudend comité. Het voor dit onderwerp meest relevante VN-verdrag is het “Internationaal Verdrag Inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (het IVBPR, in het Engels het ICCPR), maar ze hebben het bijbehorende klachtrecht niet aanvaard. Omdat de VS het klachtrecht niet heeft geaccepteerd, kunnen inwoners van de VS zich niet tot een internationaal comité van de VN wenden. Wel kan een toezichthoudend comité de VS aanspreken op hun verplichtingen, en is de VS verplicht tot periodieke rapportage.”

Complex rechtssysteem

© iStockphoto.com

Daarnaast zit het Amerikaanse rechtssysteem ook relatief complex in elkaar licht Van den Brink toe. “Federale systemen zoals het Amerikaanse zijn extra ingewikkeld: de nationale overheid heeft een beperkt speelveld; veel is overgelaten aan de staten. Wél is de nationale overheid internationaal verantwoordelijk voor de naleving van verdragen, óók op het niveau van de staten. De staten zijn erg verschillend: sommige hebben bijvoorbeeld vergaande wetgeving rond wijziging van juridisch geslacht voor transgenders. Andere, meer conservatieve, staten proberen dat juist tegen te gaan.”

Schaduwrapportage

Mensen die vanwege hun trans-zijn worden geweerd uit militaire dienst kunnen zich dus niet tot het internationale mensenrechtencommité wenden, aldus Van den Brink. Maar er zijn andere mogelijkheden: “Wat belangenorganisaties wel kunnen doen is schaduwrapportages maken over het probleem waarmee ze deze onder de aandacht van het comité brengen voor de periodieke rapportage. NGOs kunnen dan op de zere plekken wijzen, en het comité kan op basis van deze aanvullende informatie vragen stellen over een probleem dat de staat zelf niet als probleem aanmerkt of wil bespreken.”

Legitimatie van discriminatie

© iStockphoto.com

Van den Brink geeft ook aan dat wetgeving maatschappelijke opvattingen tot op zekere hoogte kunnen sturen: “Je zou kunnen betogen dat het bestaan van een bepaalde regel de situatie waarop de regel van toepassing is, legitimeert. Op die manier vervult de regel een symbolische bevestigende rol. Zo was er in één van de Australische deelstaten in 1994  nog steeds een strafrechtelijk sodomieverbod. Daarover ging de rechtszaak Toonen v. Australia. Hoewel het verbod in de praktijk niet werd gehandhaafd, maakte Toonen toch bezwaar omdat het natuurlijk elk moment wél weer kan worden gehandhaafd. Bovendien wekte het bestaan van het verbod de indruk dat het oké is om homo’s te discrimineren. Toonen kreeg gelijk van het Human Rights Commitee, die toeziet op de mensenrechtenverdragen.”

Gevolgen van ‘transgenderban’

Volgens Quinan is de grotere vraag wat er gebeurt als deze wet uiteindelijk ingevoerd wordt:

“Als deze wet constitutioneel wordt bevonden, dan zal dit grote gevolgen hebben voor alle transmensen, niet alleen zij die dienst (willen) doen in het leger. Dit heeft een flinke impact op gender-bevestigende en transitie-gerelateerde gezondheidszorg, ook op grotere schaal. Een van de argumenen van het Ministerie van Defensie is dat deze gezondheidsvoorzieningen erg duur zijn. Dit denken kan overgenomen worden door andere werknemers, bedrijven en verzekeringsmaatschappijen, die zullen betogen dat gezondheidsvoorzieningen voor transitie (waaronder hormonen) niet meer vergoed zouden moeten worden. Belangrijker is dat de ban nog weer een situatie is waarbij transgender en gender-diverse mensen op de korrel worden genomen door de overheid, en hun ervaringen uitvlakken. Dit maakt de ban van transmensen in het Amerikaanse leger een zorgwekkende zaak, niet alleen voor de VS, maar wereldwijd.”

Dr. Christine Quinan
Dr. Christine Quinan

Christine Quinan

Dr. Christine Quinan is Assistant Professor bij Gender Studies. Zij werkt op het snijvlak van queer/trans studies, postkoloniale studies en critical security studies en onderzoekt hoe beveilingsmaatregelen en surveillance gevolgen hebben op transgender en gender-diverse lichamen en levens. 

Dr. Marjolein van den Brink
Dr. Marjolein van den Brink

Marjolein van den Brink

Dr. Marjolein van den Brink is als universitair docent verbonden aan het Netherlands Institute of Human Rights (SIM) en het departement Rechtsgeleerdheid, met een expertise op gebied van gender, gelijkheid en non-discriminatie, mensenrechten en personen- en familierecht. Zij maakt deel uit van het Centre for European Research into Family Law (UCERF).

Van den Brink en Quinan zijn samen verantwoordelijk voor het GIRARE-project (Gender Identity Registration and Human Rights Effects). In dat project onderzoekt men de institionalisatie van binair denken over sex en gender en de interactie met het discours over mensenrechten.