De verjaardag van de universiteit door de eeuwen heen: feest met een randje

Blog: Dorsman doet een boekje open

1786, Logement plaats Royaal, Minrebroederstraat
1786, Logement plaats Royaal, Minrebroederstraat

Op 26 maart viert de Universiteit Utrecht haar verjaardag, de 390ste dies natalis. Door de eeuwen heen pakten donkere wolken zich regelmatig samen boven de universiteit. Toch was er altijd ook wel weer reden voor een feestje. Misschien als bezwering van die donkere wolken. Aan de lustrumvieringen zat dan ook vaak een randje. Er schuurde altijd wel wat.

De universiteit had het rampjaar 1672 overleefd

Neem nu het vijftigjarig bestaan in 1686. Enerzijds werd er, weliswaar bescheiden, feest gevierd. En niet alleen met toespraken in de Domkerk. Naast de traditioneel geworden maaltijd klonk er muziek vanaf de Domtoren en was er twee dagen vuurwerk net buiten de stadspoorten. De blijdschap betrof vooral de gedachte dat de universiteit het had overleefd. Daar zag het een paar jaar eerder in het rampjaar 1672 namelijk niet naar uit, toen Utrecht bezet was door het Franse leger.

Toch schuurde het ook, want de eerste vijftig jaar stonden vooral in het teken van de heftige strijd om de moderne filosofie van Descartes, die van alle kanten bestreden werd. De in Utrecht sterk vertegenwoordigde orthodoxe theologen vreesden dat zijn twijfel als voorwaarde voor wetenschappelijke vooruitgang, uiteindelijk zou leiden tot kritiek op de godsdienst zelf. 

In een feestgedicht besprak de dichteres Annet van der Schuer de professoren. Voor de toon van het debat is haar lofdicht op de conservatieve theoloog Petrus van Mastricht typerend: “Dees man beschouwt men best in Cartes-kancker-schrift / Daer hy voor nieuwe leer ons schenckt een tegengift.” Zo werd Van Mastricht als remedie ingezet tegen de veronderstelde giftige leer van Descartes, die door sommige van zijn collega’s werd verdedigd.

Ter verhoging van de feestvreugde werden twaalf kanonnen afgeschoten.

Feest ondanks teruglopende studentenaantallen

De eerste eeuw werd in 1736 uitbundig gevierd, al was het alleen maar om te verhullen dat het met de studentenaantallen niet zo best ging. Het was wel een mooi schouwspel. Uit alle bolwerken van de macht – van het stadhuis aan de Oudegracht tot de statenkamer aan het Janskerkhof – trokken hoogwaardigheidsbekleders in vol ornaat naar de Domkerk voor een feestelijke herdenking. Ter verhoging van de feestvreugde werden twaalf kanonnen afgeschoten. 

‘De Gekroonde Utrechtsche Schenk-kan’, 1736
‘De Gekroonde Utrechtsche Schenk-kan’, 1736

De studenten lieten een prent maken: ‘De Gekroonde Utrechtsche Schenk-kan’, waarmee ze een symbolische heildronk uitbrachten. Op het handvat was de volgende heilwens te lezen: “Kom vat my aen op dezen voet, dat God deez stadt nog lang behoet” en op de tuit: “Loop vlijtig uit op ’t goed geluk, van Utrecht by dat gaet! Kluk, kluk, kluk.”

Feestmaal met politieke spanningen

Politieke spanningen speelden de viering van het 150-jarig bestaan in 1786 parten. De inmiddels jarenlange strijd tussen de orangisten: de aanhangers van stadhouder Willem V en de zogenoemde patriotten of democraten, begon steeds intenser te worden. Daarbij lieten ook studenten en enkele hoogleraren zich niet onbetuigd. In maart 1786 werd de situatie dreigend en het leek niet raadzaam om op de 26ste een feestje te vieren, dus werd het feest uitgesteld tot juni. Wel werden er grote maaltijden gehouden, door professoren én studenten.

Zorgelozer ging het er een halve eeuw later aan toe in 1836, al werd ook toen niet vergeten dat het voortbestaan van de universiteit nooit vanzelfsprekend was. Het was immers nog maar 25 jaar geleden dat Napoleon besloot dat alle universiteiten van zijn keizerrijk onder die van Parijs moesten vallen. Utrecht werd nu een ‘École secondaire’: een tweederangs universiteit en zonder promotiebevoegdheid.

Maskerade 1836
Maskerade 1836

Aan de lustrumvieringen zat vaak een randje. Er schuurde altijd wel wat.

In haar Vreugde-zang bij het tweede eeuwfeest verwees ook de bekende Utrechtse blinde dichteres Petronella Moens naar die gebeurtenissen: “Toen Frankrijks dwingland, de trotsche Korsikaan / voor heel Europpa ‘t licht der vreugd deed ondergaan / Toen zag ook Utrecht, lang om kunde en deugd geroemd / Haar leerschool smadlijk tot vernietiging gedoemd.” 

Studentenoptochten waren er al veel langer, maar nu werd voor het eerst een, zoals het heette, ‘echt-historische’ maskeradeoptocht gehouden. Een bij de stad gevestigde legerafdeling hielp met het houden van een nachtelijke optocht met fakkels in zeventiende-eeuwse kledij, compleet met paarden. De tocht begon vanaf Achter de Dom. Bij kunsthandel Caramelli kon na afloop een prachtige vouwkaart gekocht worden met alle personages uit de optocht.

Een Academiegebouw als cadeau

Bleef de actuele politiek in 1836 achterwege, weer vijftig jaar later beheerste die wel het 250-jarig bestaan. Het katholieke tweede kamerlid Schaepman had gezegd dat Nederland wel met een rijksuniversiteit minder kon. 

Utrecht was bang de klos te worden en bedacht een list. De jarige universiteit kreeg van de burgerij een nieuw Academiegebouw. Het idee was: opheffen van de universiteit zou met zo’n nieuw gebouw meteen ook een grote kapitaalsvernietiging zijn. Het in 1894 geopende Academiegebouw aan het Domplein is daarmee een blijvende herinnering aan het 250-jarig bestaan.

Toespraak met een schaduwrandje

En weer zat er een scherp randje aan de verjaardag van de universiteit, toen in 1936 het derde eeuwfeest groots werd gevierd met veel muziek en alweer een schitterende maskeradeoptocht. Vertegenwoordigers van zo’n driehonderd universiteiten van over heel de wereld gaven acte de présence. Met hun eigen vaak kleurrijke academische dracht vormden die een bezienswaardigheid tijdens de grote feestweek. 

Het schaduwrandje was de toespraak van rector C.W. Vollgraff in de Domkerk. Die kreeg het voor elkaar om uit te leggen dat vooral het protestantisme de basis had gelegd voor de bloei van Nederland: “de Hervorming, wier zonen wij zijn, en onder wier hoede deze Universiteit is gegroeid”.  Zoiets zei je niet bij zo’n gelegenheid.

Lustrum Universiteit Utrecht met buitenlandse gasten, 1936
Lustrum Universiteit Utrecht met buitenlandse gasten, 1936

Van grijs imago naar kleurrijke universiteit 

Een dergelijke uitglijder was er niet in 1986. Wel was dat lustrum gericht op het opkrikken van het grijze imago van de Utrechtse universiteit. In lijn met de tijdgeest werd dat gedaan met een grote wetenschapsmanifestatie in de Jaarbeurs. Of dat lustrum er de oorzaak van was lijkt wat overdreven, maar feit is dat de Rijksuniversiteit Utrecht een paar jaar later als Universiteit Utrecht ondanks grote bezuinigingen opnieuw tot bloei kwam.

We naderen 2036. Niemand weet hoe de wereld er dan uit ziet. Sommigen twijfelen aan het voortbestaan van de universiteit in de huidige vorm. Maar welke vorm zij dan ook heeft, het zal de moeite waard zijn om terug te kijken op vier eeuwen geschiedenis. Die vierhonderd jaar alleen al lijken me een groots feest waard. Er schijnt al over nagedacht te worden.

389e Dies Natalis Universiteit Utrecht, 2025
389e Dies Natalis Universiteit Utrecht, 2025

Dorsman doet een boekje open

Van de duizenden mensen die bij de Universiteit Utrecht werken en studeren, weten steeds minder iets over de geschiedenis van deze instelling. Dat kan beter. Leen Dorsman was tot 1 augustus 2022 hoogleraar Universiteitsgeschiedenis. Op UU.nl vertelt hij maandelijks iets wat je wilt of moet weten over de lange geschiedenis van de universiteit.