De Senaatszaal: 185 portretten en een hoop discussie

Blog: Dorsman doet een boekje open

Senaatszaal in 1902
Senaatszaal in 1902

Er bestaan nogal wat misverstanden over de Senaatszaal in het Academiegebouw aan het Domplein. Discussie is er ook altijd geweest, bijvoorbeeld over de 185 portretten van hoogleraren die je vanaf de wanden aankijken. Eind 2026 begint een grote restauratie van het Academiegebouw. Een goed moment om eens aandacht te besteden aan de lange geschiedenis van de zaal en de collectie.

Begonnen als rommelig lokaal voor godsdienstonderwijs

De zaal die wij kennen bestaat pas sinds 1924. De deftige Latijnse naam ‘conclave academicum’ voor de allereerste Senaatskamer kon niet verhullen dat het eigenlijk gewoon een kamer was in het huis van de pedel. Die werd op zondagen ook nog eens gebruikt als catechisatieruimte en vaak vies achtergelaten. Groot was de opluchting van de professoren toen ze in 1686 een eigen gebouwtje in gebruik konden nemen om te vergaderen. Dat zat aan de zijkant van de twee collegezalen in het Groot Kapittelhuis, waar nu de aula van het Academiegebouw is.

Schoorsteenstuk uit Senaatszaal nu te vinden in Zaal 1636
Schoorsteenstuk uit Senaatszaal nu te vinden in Zaal 1636

Ode aan zij die ons voorgingen

Al snel daarna werd besloten de nieuwe Senaatszaal te verlevendigen met portretten van professoren.  Die moesten ze zelf laten maken en vervolgens aan de universiteit schenken. En over schenken gesproken: in 1694 kreeg de Senaatszaal een schoorsteenstuk met daarop de twee burgemeesters die de stichting van de universiteit mogelijk hadden gemaakt. Dat stuk is nu in Zaal 1636 te zien.

Een belangrijke vraag is: waarom zijn deze portretten er en waarom moeten we ze bewaren? Wij hebben in de wetenschap altijd al afbeeldingen van onze voorgangers bewaard om de simpele reden dat we beseffen dat we het niet allemaal zelf hebben uitgevonden. In de Italiaanse Renaissance werd gesproken van ‘ritratti di uomini famosi’: portretten van beroemde mensen. In het Universiteitsmuseum hangt bijvoorbeeld een portret van F.C Donders met op de achtergrond een buste van de door hem bewonderde Hermann von Helmholtz.

We staan op de schouders van anderen, ook als die ideeën hadden die niet helemaal de onze zijn.

Honderden portretten van professoren

In de loop van de eeuwen is het aantal portretten fors uitgebreid tot meer dan 500: geschilderd, getekend, gebeeldhouwd. Toen in de negentiende eeuw het aantal laboratoria en instituten een grote vlucht nam, werden ook daar portretten geplaatst. De Senaatszaal zelf barstte door al die beeltenissen uit haar voegen. 

Omdat de zaal een tongewelf had, was het niet meer mogelijk de portretten recht tegen de muur te hangen. Daardoor functioneerden ze als een soort plafondschildering. Een verbouwing in 1869 hielp ook niet. Na 1900 werden nieuwe portretten weer schuin tegen de zoldering geplaatst. 

Senaatszaal vóór 1869

Het Academiegebouw dat in 1894 werd opgeleverd, bleek al gauw te klein. Daarom werd besloten een stuk aan te bouwen met ruimte voor een nieuwe senaatszaal. Die werd in 1924 in gebruik genomen. Qua omvang kon die ook beter voldoen aan waar een senaatszaal aanvankelijk toe diende: als vergaderruimte voor de gezamenlijke hoogleraren die samen met het College van Curatoren het bestuur van de universiteit vormden. 

De plaats van de portretten in de nieuwe zaal werd op esthetische gronden bepaald door de hoogleraar kunstgeschiedenis Willem Vogelsang. Hij ordende ze wel op eeuw, maar niet op anciënniteit van benoeming of leeftijd. De portretten hangen er tot de dag van vandaag ongeveer in dezelfde volgorde als toen. 

Prof. Cornelis Willem Opzoomer (1821-1892)
Prof. Cornelis Willem Opzoomer (1821-1892)

Censuur en politieke invloed

Al met al vormen de portretten van de Utrechtse universiteit een unieke historische verzameling portretkunst. Niet alle portretten in onze Senaatszaal zijn van even hoge kwaliteit, maar er zijn toch hele mooie bij. Een van mijn favorieten is het portret van de filosoof Opzoomer door Jozef Israëls. En mooi of niet, zo krijgen onze voorgangers een menselijk gezicht en zijn ze niet langer alleen een naam op het titelblad van hun wetenschappelijk werk.

Zoals ik al zei, is er tot op de dag van vandaag altijd controverse geweest rond deze verzameling. Zo is om politieke redenen het portret van de achttiende-eeuwse anti-orangist IJsbrand van Hamelsveld verwijderd, van een afkeurende tekst voorzien en later weer gerestaureerd teruggehangen toen het politieke tij keerde. 

Van links naar rechts de portretten van de vrouwelijke hoogleraren Jacoba Brigitte Louisa Hol, Johanna Westerdijk en Cornelia Johanna de Vogel
Van links naar rechts de portretten van hoogleraren Jacoba Brigitte Louisa Hol, Johanna Westerdijk en Cornelia Johanna de Vogel

Recent zijn er opnieuw discussies met een politieke achtergrond, die soms zo ver gaan dat sommigen van de zaal af willen. Ze beschouwen de verzameling een uitdrukking van het patriarchaat en een belediging voor het werk dat vrouwen aan de universiteit verrichten. Daar is in 2012 al iets aan gedaan toen collegevoorzitter Yvonne van Rooy besloot drie postume portretten te laten schilderen van prominente vrouwelijke hoogleraren: Cornelia de Vogel, Jacoba Hol en Johanna Westerdijk. Ook is een fotoreeks gemaakt van vrouwelijke hoogleraren, die in Zaal 1636 te zien is. 

Zo krijgen onze voorgangers een menselijk gezicht en zijn ze niet langer alleen een naam op het titelblad van hun wetenschappelijk werk.

Radicale restauraties

Ook over de vormgeving van de zaal is discussie. Al bij de ingebruikneming van de huidige Senaatszaal in 1924 klonken er protesten, onder meer van de dichter Jan Engelman, over de historiserende inrichting van de zaal. Er werd gewezen op de bizarre stijlbreuk van de moderne art-deco en Amsterdamse school-achtige architectuur van het trappenhuis (later ook wel oneerbiedig “de badkuip” genoemd) met de Senaatszaal. 

De collectie zelf is niet ongeschonden door de tijd gekomen. Er zijn in de loop van de eeuwen niet altijd even zorgvuldige restauraties uitgevoerd. En rond 1960 is besloten de schilderijen te ‘maroufleren’. Dat betekent dat ze onder druk op hardboard zijn gelijmd, waardoor de structuur van de verf als het ware is platgedrukt. Kunsthistorisch is hier wel wat op af te dingen, maar zonder die behandeling is het onmogelijk een collectie als de onze te bewaren en tegelijkertijd dagelijks voor grote aantallen gebruikers zichtbaar te maken.

We staan op de schouders van anderen, ook als die ideeën hadden die niet helemaal de onze zijn. Je kunt de Senaatszaal zien als een vorm van machismo, van ‘kijk ons eens’, maar, en dat klinkt paradoxaal, ook als een vorm van bescheidenheid. En dat kun je gewoon uitleggen en van een historische context voorzien.

Een deel van de portretten uit de Senaatszaal
Een deel van de portretten uit de Senaatszaal

Dorsman doet een boekje open

Van de duizenden mensen die bij de Universiteit Utrecht werken en studeren, weten steeds minder iets over de geschiedenis van deze instelling. Dat kan beter. Leen Dorsman was tot 1 augustus 2022 hoogleraar Universiteitsgeschiedenis. Op UU.nl vertelt hij maandelijks iets wat je wilt of moet weten over de lange geschiedenis van de universiteit.