De onzichtbare kracht van burgerwetenschap

Rob is één van de bijna vijfhonderd Nederlanders die deelnemen aan de Exposoom Panelstudie. Waarom doet hij dat? Het antwoord vertelt iets over een onzichtbare kracht in de wetenschap: citizen science. Daarbij verzamelen burgers belangeloos data voor onderzoek.

Rob zit aan zijn keukentafel in de Betuwe en vult een vragenlijst in. Op tafel liggen twee apparaatjes: een sensor voor fijnstof en een GPS-tracker. Straks, als hij met zijn vrouw gaat fietsen, gaan ze mee. Aan zijn raam hangt al bijna twee weken een sensor die continu de luchtkwaliteit meet. Om zijn pols draagt hij dag en nacht een siliconen bandje dat chemicaliën opvangt. Ook heeft hij een Garmin-horloge dat zijn hartslag, beweging en slaap registreert.

We krijgen meer inzicht in onze eigen leefomgeving én dragen bij aan kennis die op grotere schaal is in te zetten.

Van verkeersveiligheid naar leefbaarheid

Robs deelname aan de Exposoom Panelstudie komt voort uit een groter verhaal. Samen met een groep bewoners buigt hij zich over de verkeersveiligheid in hun stad. "In gesprekken met de gemeente werd al snel duidelijk dat de zaak complexer lag dan we dachten", vertelt hij. "Meerdere factoren spelen mee, zoals geluid en luchtkwaliteit. We besloten om het breder aan te pakken en ons te richten op de leefbaarheid in onze stad. Toen deze studie in beeld kwam, sloot dat perfect aan bij onze lokale ambities. Via dit onderzoek krijgen we meer inzicht in onze eigen leefomgeving én dragen we bij aan kennis die uiteindelijk op grotere schaal is in te zetten.

Zichtbaar en onzichtbaar

Maar meedoen vraagt geduld. Twee weken lang eisen de metingen dagelijks Robs aandacht. Als Rob voor het eerst aan een meetronde meedoet, is het zomer. Dat vraagt om lichte kleding en lange dagen buiten. Maar wie sensoren draagt, trekt blikken. "Je wordt een wandelend onderzoekslaboratorium", zegt Rob met een glimlach. "In de winter onttrekken lagen kleding de sensoren aan het zicht. Maar in de zomer? Dan hangen ze duidelijk zichtbaar aan je broek of tas. Dat nodigt uit tot gesprek – soms inspirerend, soms ongemakkelijk. Je bent ineens zichtbaar met iets dat normaal onzichtbaar is." Ook de sensor aan zijn raam roept vragen op. Buren vragen zich af of het een camera is en wat hij van plan is.

Als er houtkachels in de buurt branden, zie je dat direct terug in de metingen.

Verbanden zien

Ondanks de nieuwsgierige blikken is het juist de zichtbaarheid van de data die Rob motiveert. Deelnemers kunnen metingen van de sensoren volgen via een website. "In het begin was het belangrijk dat ik zag wat ik deed", legt hij uit. "Je leert zo verbanden zien." 

Neem een fietstocht op een vroege zomerse ochtend. Op de website kan hij de afgelegde fietsroute terugzien, inclusief de waarden voor luchtkwaliteit. Rob legt uit: “Ik zag dat de waarden op een bepaald stuk van mijn fietstocht enorm hoog waren. Op de kaart zag ik dat ik langs een landweggetje met een opslagplaats was gefietst. Ik kon het niet plaatsen en liet het rusten.” Tot hij een maand later in de krant leest dat de politie daar een drugslab heeft opgerold. "Door de sterke oostenwind ving mijn sensor wellicht de uitstoot van dit lab op en kleurden de waarden rood."

Aan de keukentafel verdiept Rob zich in de meetinstructies. Met een fijnstofsensor en GPS-tracker draagt hij bij aan onderzoek naar de leefomgeving.
Wat normaal onzichtbaar blijft, maakt Rob meetbaar. Met een fijnstofsensor en GPS-tracker draagt hij bij aan onderzoek naar luchtkwaliteit en de leefomgeving.

Via de website leren deelnemers hoe wisselend luchtkwaliteit kan zijn. "Als er houtkachels in de buurt branden, zie je dat direct terug in de metingen. Dat geldt ook als je tijdens je fietstocht langs een drukke weg met veel verkeer fietst. Ook het weer en dagdeel spelen een rol." Maar de waarden van de sensoren vertellen niet het hele verhaal. Rob wil begrijpen hoe onderzoekers met de data aan de slag gaan. Hij heeft geduld voor de zorgvuldige uitwerking, maar merkt wel een verschil: "Wetenschappers zijn opgeleid om data te verzamelen en te analyseren, niet om deelnemers dagelijks te ondersteunen. Die menselijke kant - het antwoord op de vraag 'doe ik het goed?' of 'wat merken jullie al?' - is minstens zo belangrijk om mensen gemotiveerd te houden.

Meer onderzoeken met burgers

Robs ervaringen staan niet op zichzelf. Aan de faculteit Diergeneeskunde lopen meer onderzoeken met burgers. Het varieert van onderzoek naar de effecten van straling van mobiele telefoons, tot onderzoek naar de gevolgen van vuurwerk voor huisdieren. Aan het vuurwerkonderzoek deden ruim 3500 eigenaren van huisdieren mee. 

Of neem onderzoek naar het patroon waarin puppy’s hun tanden wisselen. Eigenaren van honderden puppy’s stuurden op twee vaste dagen per week een foto van het gebit van hun pup, totdat de gebitswisseling compleet was. De nieuwe inzichten zetten dierenartsen onder meer in bij gezondheidsbegeleiding, zoals het plannen van vaccinaties.

Kracht van collectief 

"Meedoen aan dit soort studies is een persoonlijke overweging, maar het is de kracht van het collectief dat telt", zegt Rob. "Je moet ervan overtuigd zijn dat onderzoekers dit onderzoek alleen op grote schaal kunnen doen met de hulp van vele burgers. Je doet het uiteindelijk niet voor jezelf, maar om de wetenschap verder te brengen." Deze combinatie van geduld, nieuwsgierigheid en maatschappelijke betrokkenheid maakt burgerwetenschap mogelijk. De onzichtbare kracht achter zichtbare resultaten.

Tekst: Martje Ebberink | Beeld: Thijs Rooimans

Dit is een verhaal uit:

Vetscience 21