De gezichten achter de Stolpersteine op het Domplein naast de Universiteit Utrecht
Universiteit Utrecht eert slachtoffers Tweede Wereldoorlog met Stolpersteine
Met Stolpersteine (ook wel bekend als ‘struikelstenen’) herdenkt de Universiteit Utrecht de levens van studenten en medewerkers die tijdens de Tweede Wereldoorlog slachtoffer werden van het naziregime. De Stolpersteine liggen links van het Academiegebouw op het Domplein.
De verhalen achter de Stolpersteine van 2026
Op 4 mei 2026 worden vijf nieuwe Stolpersteine onthuld. Deze herinneren aan Isaac Cohensius, Wim Eggink, Cornelis van Lier, Trui van Lier en Truus van Lier.

Isaac Cohensius
Isaac Cohensius studeerde aan de faculteit Geneeskunde en verloofde zich tijdens zijn studietijd met verpleegkundige Ester van der Hoeden. Zijn wortels lagen op Goeree-Overflakkee, waar hij op 14 november 1910 was geboren in een Joods-Nederlands gezin.
Isaac nam grote risico’s door de anti-Joodse maatregelen te negeren. Hij droeg geen jodenster, at in restaurants en negeerde het reisverbod om bevallingen te blijven begeleiden. In juli 1942 trouwden Ester en hij. Een aantal weken later werden ze vanuit Utrecht naar Westerbork getransporteerd.
Lees verder over Isaac Cohensius
Bij hoge uitzondering kreeg Isaac een verlofpas, om in Utrecht zijn artsenexamen te doen. Op 28 augustus legde hij de eed van Hippocrates af, drie dagen voor zijn transport naar het oosten.
Bij Cosel, ruim 80 kilometer voor Auschwitz, werden de mannen met geweld uit de trein gehaald. Ester reed door naar Auschwitz, waar ze kort na aankomst werd vermoord. Ze werd 28 jaar. Isaac werd als ‘Krankenbehandler’ – het beroep van ‘Arzt’ bleef voorbehouden aan ‘ariërs’ – tewerkgesteld in minstens zeven dwangarbeiderskampen in Opper-Silezië, Polen.
Isaac overleefde de oorlog. Hij hertrouwde, emigreerde naar Israël en overleed op 5 maart 1993.

Willem (Wim) Eggink
Willem Eggink, beter bekend als Wim, werd op 3 mei 1920 geboren in Utrecht en studeerde Sociale Geografie. Toen rector Hugo Kruyt studenten in het najaar van 1940 opriep rustig te blijven na de invoering van de ‘ariërverklaring’ en het ontslag van Joodse hoogleraren, verspreidde hij anoniem een scherp pamflet. Hierin riep hij de Senaat van de universiteit op om zich solidair te verklaren met de verstoten collega’s.
Vanaf 1941 coördineerde Wim vanuit Utrecht een groot deel van het landelijke studentenverzet en sloot hij zich aan bij de verzetsgroep rondom de Utrechtse hispanoloog Johan Brouwer. Wim was medeoprichter en redacteur van verschillende illegale bladen, waaronder Sol Iustitiae (speciaal voor studenten van de Universiteit Utrecht) en Ons Volk.
Lees verder over Wim Eggink
Op 21 januari 1944 arresteerden nationaalsocialisten Wim bij een grote actie tegen Het Parool. Via Kamp Amersfoort werd hij in augustus van dat jaar naar Duitsland gedeporteerd. Net voor zijn 25ste verjaardag, op 1 april 1945, stierf hij in een werkkamp bij Hamelen. Zijn graf ligt op de Erebegraafplaats Bloemendaal in Overveen.
Een zaal in het Bestuursgebouw van de Universiteit Utrecht draagt de namen van Wim, en Trui en Truus van Lier: de Van Lier en Egginkzaal.
Cornelis (Kees) van Lier
Cornelis (Kees) van Lier werd op 5 juni 1912 geboren in Utrecht. Als student Wiskunde en Natuurkunde was hij actief in het universitaire leven. Hij was lid van het Utrechtsch Studenten Corps, schreef voor het Faculteitenblad en was voorzitter van de Algemeene Debating Club. Zijn veelbelovende academische carrière en toekomst werden bruut verstoord door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Lees verder over Cornelis van Lier
Op 19 januari 1940 trouwde Cornelis met Bernardina Daamen. Hij werd opgeroepen voor militaire dienst en diende tot Nederland zich overgaf aan de Duitse bezetter. Toen een poging om met zijn zwangere vrouw en ouders naar Engeland te vluchten mislukte, maakte de familie een drastische beslissing. Gezamenlijk maakten ze een eind aan hun leven. Op 14 mei 1940, in Haarlem, kwam er op slechts 27-jarige leeftijd een einde aan Cornelis’ leven.
Door Cornelis te herdenken, staan we stil bij de verwoestende impact van oorlog op individuele levens. We eren de herinnering aan een veelbelovende academicus, wiens bijdrage aan wetenschap en samenleving bruut werd afgebroken.
- Cornelis’ verhaal werd al in 2025 opgetekend door student Duitse taal en cultuur Sarah Baldassi

Geertruida Elisabeth (Trui) van Lier
Op 13 november 1914 werd Geertruida Elisabeth van Lier – Trui – geboren in Utrecht, als jongste van drie in een liberaal gezin. Haar Joodse vader was advocaat en directeur van de Utrechtse Hypotheekbank. In 1935 begon Trui de studie Rechten in Utrecht, waar ze later ook voorzitter werd van de Utrechtse Vrouwelijke Studenten Vereeniging.
Al voordat Duitsland Nederland binnenviel besloot Trui iets te doen voor Joodse kinderen als het oorlogsgeweld Nederland zou bereiken. Toen de oorlog uitbrak, brak ze haar studie af en opende ze in november 1940 de Kinderbewaarplaats Kindjeshaven aan de Prins Hendriklaan 4.
Lees verder over Trui van Lier
Trui leidde de crèche samen met haar vriendin Jet Berdenis van Berlekom. Met een dubbele boekhouding vol schuilnamen en verzonnen adressen wisten ze de autoriteiten langdurig te misleiden. Na een nachtelijke inval in 1944 moest Trui onderduiken. Jet hield Kindjeshaven nog tot februari 1945 vol. Naar schatting hebben 150 Joodse kinderen er een veilig onderkomen gevonden. Trui overleed in 2002 in Ede.

Geertruida (Truus) van Lier
Als jongste dochter van advocaat Willem van Lier en chemicus Derkje Wensink werd Geertruida (Truus) van Lier op 22 april 1921 geboren in Utrecht. Ze is vernoemd naar dezelfde grootmoeder als haar nicht Trui van Lier.
Vlak na de Duitse inval begon Truus in Utrecht aan de studie Rechten. Via haar studievrienden raakte ze betrokken bij het georganiseerde verzet. Ze sloot zich aan bij de gewapende Amsterdamse groep CS-6. Hier deed ze koerierswerk, begeleidde ze Joden naar onderduikadressen en smokkelde ze wapens. In 1943 infiltreerde ze in de NSB en de Wehrmacht in Amersfoort, waar ze in het geheim foto’s maakte van vliegbasis Soesterberg.
Lees verder over Truus van Lier
Op 3 september 1943 pleegde Truus haar bekendste verzetsdaad. Weken had ze NSB-hoofdcommissaris Gerardus Kerlen geschaduwd. Hij stuurde een speciale eenheid aan die de jodenvervolging handhaafde. Truus wachtte hem bij zijn huis op en schoot hem dood. Ze ontkwam op de fiets, maar anderhalve week later werd ze in Haarlem gearresteerd en afgevoerd naar concentratiekamp Sachsenhausen. Hier werd ze op 27 oktober 1943 gefusilleerd. Volgens ooggetuigen liep ze zingend naar het vuurpeloton.
Op een muur in de Walsteeg, vlak bij het Willemsplantsoen waar Truus haar laatste verzetsdaad pleegde, is het gedicht Truus te vinden. Het is geschreven door hoogleraar Rechtsstaat en democratie en een van de stadsdichters van Utrecht, Hanneke van Eijken.
De verhalen achter de Stolpersteine van 2025
In maart 2025 zijn de eerste Stolpersteine gelegd naast het Academiegebouw op het Domplein. Dit zijn de verhalen van Marianne Blazer, Jacques Bol, Jacob van Gelderen en Henny de Vries, verzameld en opgetekend door studenten van de opleiding Duitse taal en cultuur.
Marianne Helena (Panny) Blazer
Marianne Helena Blazer, door vrienden en familie liefkozend Panny genoemd, studeerde Geneeskunde toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ze werd op 21 augustus 1917 geboren in een Rotterdams Joods gezin en kwam in 1936 naar Utrecht om te studeren. Als actief lid van de Utrechtse Vrouwelijke Studenten Vereeniging was ze nauw betrokken bij het studentenleven in de Domstad, waar ze ook haar toekomstige man, Leendert Tinus de Jong, leerde kennen.
Lees verder over Marianne Blazer
Mariannes leven en ambities werden abrupt afgebroken door de systematische jodenvervolging tijdens de oorlog. Op 10 november 1942 werd ze samen met haar man gedeporteerd naar Auschwitz, waar ze drie dagen later, op 13 november 1942, op 25-jarige leeftijd werd vermoord.
Meer dan tachtig jaar later krijgt haar naam een blijvende plek op het Domplein. Met haar en de andere Stolpersteine herdenken we Marianne en de honderden andere leden van de universitaire gemeenschap wier levens werden verwoest. Deze verhalen herinneren ons aan de noodzaak om waakzaam te blijven tegen uitsluiting en discriminatie.
- Larissa Bies

Jacob Johannes (Jacques) Bol
Jacob Johannes Bol, beter bekend als Jacques, was een veelbelovend student Kunstgeschiedenis. Hij werd op 13 augustus 1922 in Dordrecht geboren en groeide op in een liefdevol gezin. In 1941 begon hij zijn studie, en als student-assistent bij professor Willem Vogelsang leek een academische carrière voorbestemd.
In een tijd waarin vrijheid van denken onder zware druk stond, weigerde Jacques zijn principes op te geven. Door in 1943 de loyaliteitsverklaring niet te ondertekenen, belichaamde hij de academische waarden die ten grondslag liggen aan de universitaire gemeenschap: onafhankelijkheid, kritisch denken en intellectuele integriteit.
Lees verder over Jacques Bol
Dit besluit had ingrijpende gevolgen. Jacques werd direct uitgesloten van de universiteit en op 6 mei 1943, samen met duizenden andere studenten, gedeporteerd naar Kamp Ommen en een werkkamp bij Berlijn. Vandaaruit bleef hij zijn familie brieven en tekeningen sturen. Dit werd hem echter fataal: in februari 1944 werd hij verdacht van spionage en gearresteerd.
Jacques overleed op 4 mei 1945, vermoedelijk in het Rode Kruis-hospitaal in Cham, Duitsland.
- Jorja Vorsselman

Jacob (Bob) van Gelderen
Jacob van Gelderen was econoom, politicus en hoogleraar Sociologie. Op 10 maart 1891 werd hij geboren in Amsterdam, waar hij opgroeide in een Joods middenstandsgezin. Hij schreef voor socialistische tijdschriften, werkte bij het Bureau van Statistiek van de Gemeente Amsterdam, was hoogleraar Staathuishoudkunde in Batavia, en adviseur koloniale zaken en economie op het Ministerie van Koloniën.
In 1937 trad Jacob namens de SDAP toe tot de Tweede Kamer en werd hij hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Hij zette zich in voor sociale rechtvaardigheid en de rechten van onderdrukte volken. In zijn colleges benadrukte hij het belang van objectiviteit en feiten, en vond dat dit nooit in strijd hoeft te zijn met persoonlijke overtuigingen.
Lees verder over Jacob van Gelderen
Jacob voorzag de catastrofale gevolgen van de Duitse inval. “Het is uit”, verklaarde hij tegenover zijn mede-SDAP’er Jozef Emanuel Stokvis. Vier dagen daarna pleegde Jacob samen met zijn gezin zelfmoord. Net als bij andere oorlogsslachtoffers verbonden aan onze universiteit toont zijn verhaal hoe de oorlog op verschillende manieren academische carrières en levens verwoestte.
- Mirco Vantangoli

Henny (Mimi) de Vries
Toen de vervolging van Joodse burgers toenam, dook Henny de Vries – bij intimi bekend als Mimi – op 13 juli 1942 onder in Lunteren. Samen met haar zus Meta werd ze ontdekt en gevangengezet in het Oranjehotel in Scheveningen, een beruchte gevangenis waar verzetsstrijders en andere ‘vijanden van het regime’ werden vastgehouden.
Na twaalf dagen, op 12 augustus, werden de zussen overgebracht naar Kamp Westerbork. Op 24 augustus volgde de deportatie naar Auschwitz met transport nummer 74, samen met 963 andere gevangenen. Henny werd direct na aankomst op 3 september 1943 vermoord. Ze was 29 jaar oud – haar toekomst en ambities voortijdig afgebroken.
Lees verder over Henny de Vries
In haar geboorteplaats Amersfoort, waar Henny op 27 september 1913 ter wereld kwam, is al een herdenkingssteen gelegd. Nu sluit ook de Universiteit Utrecht zich aan bij de herdenking van haar leven. Zo is de impact van de Holocaust niet slechts een getal in de geschiedenisboeken, maar tastbaar, als het verlies van echte levens, vol dromen, relaties en onbenut potentieel.
- Kayleigh Dijkerman