'Als je er goed gebruik van maakt, is het een teamgenoot'

Hoe gaat AI de dierenkliniek veranderen?

Kunstmatige intelligentie (AI) dringt in sneltreinvaart door in ons leven. Wat kan AI voor de dierenartsenpraktijk gaan betekenen? En moeten we daar blij mee zijn?

Als AI bepaalde taken kan overnemen van paravets en dierenartsen, hopen zij meer tijd over te houden voor waar het om draait: contact met patiënt en eigenaar.

“Zelden is een nieuwe techniek zo snel omarmd als AI.” Yannick Bloem zit achter zijn laptop in Sillicon Valley. “ChatGPT ging van nul naar honderd miljoen gebruikers in 2,5 maand. Daar had Facebook bijna twintig jaar geleden nog 4,5 jaar voor nodig.”

Het is zeven uur ’s ochtends en zijn eerste online meeting van de dag. Bloem is CEO van CoVet, een Amerikaans-Canadees bedrijf dat AI-tools voor dierenartsen ontwikkelt. Eerder werkte hij onder meer bij Apple. “Toen de AI-revolutie begon, dacht ik: in welk domein kan dit echt van waarde zijn? Mijn zus is arts. Ik hoorde haar vaak klagen over administratieve last, waardoor ze minder tijd overhield voor patiënten dan haar lief was. Een van mijn mede-oprichters bij CoVet had familie in de veterinaire wereld. Die zei: ‘daar is het probleem minstens zo groot’. Ik dacht: hier moeten we iets mee.”

Ze ontwikkelden onder andere een AI-assistent die na een consult zorgt voor automatische verslagen in het patiënt management systeem – en een korte lekenversie voor de patiënteigenaar. Dit systeem is nu beschikbaar in het Engels, Frans, Spaans en Nederlands. De dierenarts draagt een microfoontje en moet hardop zeggen wat hij doet en bij het dier constateert. “Anders kan de assistent het niet registreren”, zegt Bloem. “Dat blijkt trouwens ook heel nuttig voor de patiënteigenaar, die anders de helft van wat er tijdens het consult gebeurt niet in de gaten heeft.”

De AI-assistent registreert relevante gegevens en laat randzaken buiten beschouwing. “Dat was de grote uitdaging”, zegt Bloem. “Wat van belang is, moet goed gedocumenteerd worden op een manier die voor de dierenarts wérkt – inclusief de juiste medische terminologie en context. Daarom vind ik het belangrijk dat vrijwel iedereen die bij ons werkt een achtergrond heeft in de veterinaire sector. Tegelijk wil je dat er niks wordt vastgelegd over de vakantie van de eigenaar en dat het niet misgaat als een paravet even binnenkomt voor een korte vraag over een ándere patiënt.” Het systeem is volgens Bloem inmiddels zeer accuraat. “Een dierenarts moet natuurlijk altijd een check uitvoeren. In twee procent van de verslagen wordt iets aangepast of aangevuld.”

Duizenden klinieken maken nu gebruik van de diensten van CoVet. “Zeker in de VS gaat het hard”, zegt Bloem. “Diereigenaren blijken er geen moeite mee te hebben. En dierenartsen levert het echt veel tijdswinst op. Die kunnen bezig zijn met waar het om gaat: onderzoek aan het dier en contact met de eigenaar. Daar komt bij: verslaglegging is in de VS erg belangrijk vanwege de claimcultuur. Maar in Nederland en Europa zien we ook een sterke groei. En de rest van de wereld komt er ook aan: Australië, Nieuw Zeeland, we hebben zelfs onze eerste klanten in Dubai!”

Zie AI als een hulpmiddel dat routinewerk overneemt en meer tijd vrijmaakt voor persoonlijke aandacht en communicatie

Mark Huis in ’t Veld, dierenarts

Kat uit de boom kijken

Sommige dierenartsen kijken liever nog even de kat uit de boom. Dat verbaast Hans Kooistra van de faculteit Diergeneeskunde niet. Lachend: “We zijn een eigenwijze beroepsgroep. Ik ben zelf ook vrij conservatief.” Toch is de hoogleraar Interne Geneeskunde - die veel aanzien geniet in onder dierenartsen - ervan overtuigd dat AI een hoge vlucht gaat nemen. “Minder administratie is één ding – en een belangrijk ding – maar ook andere toepassingen hebben onmiskenbaar veel potentie.” Kooistra wijst op de beoordeling van röntgenfoto’s en andere scans met behulp van AI, waarmee in de humane geneeskunde grote stappen worden gezet. Of neem virtuele assistenten die niet alleen meeluisteren tijdens een consult en verslagen maken, maar die de arts ook realtime advies kunnen geven op basis van de laatste wetenschappelijke studies. “Als wij bij de faculteit de informatie uit consulten op onze beurt weer kunnen benutten, gaan we écht hele mooie stappen maken.” Denk aan onderzoek naar genetische oorzaken van ziekte, monitoring van infectieziekten of bijsturen van antibioticagebruik. “Er komt potentieel een enorme rijkdom aan data beschikbaar.”

Volgens Kooistra is de faculteit soms “best wel goed in aan de zijlijn afwachten”. Maar op het terrein van AI ziet hij een open en nieuwsgierige houding. “Dat vind ik goed. Natuurlijk moeten we kritisch blijven, maar we zijn met ontwikkelaars in gesprek om te kijken hoe we verbindingen kunnen leggen, bijvoorbeeld met ons diagnosesysteem Petscan en in ons onderwijs. We willen een nieuwe generatie dierenartsen opleiden die de kansen en risico’s van kunstmatige intelligentie weet te wegen en de techniek verantwoord inzet.”

De faculteit kan hierbij leren van andere sectoren, constateert Carien Duisterwinkel van de AI Labs van de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht, een samenwerkingsplatform voor onderzoekers en experts uit de praktijk. “Een voorbeeld uit de humane geneeskunde is een project waarbij AI wordt ingezet om formularia voor medicijnen constant te actualiseren op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten. Maar ook voor uitdagingen rond privacy en data-opslag kan AI een uitkomst bieden via  ‘federated learning’. “Het is een beetje technisch, maar waar het op neerkomt is dat je jouw data niet hoeft te delen, maar dat het model naar de data komt. Zo houden organisaties hun vertrouwelijke patiëntgegevens binnen de eigen muren, maar kunnen ze toch profiteren van gezamenlijke kennis en modelverbetering.”

Het is vervolgens niet zo dat professionals door AI verstrekte adviezen altijd opvolgen, merkt Duisterwinkel. Ze wijst op onderzoek met de politie en toezichthoudende instanties naar de interactie tussen mens en AI. “AI gaf advies over waarschijnlijke vluchtroutes van criminelen en locaties waar een inspecteur langs zou moeten gaan. Wat blijkt? Agenten en inspecteurs zijn net mensen: ze nemen het advies van de AI alleen over als het overeenkomt met wat ze tóch al in hun hoofd hadden. En anders niet.” Uitleggen waarom het algoritme tot een bepaald advies komt, bleek ook niet of nauwelijks te helpen. Het succesvol introduceren van zo’n ingrijpende technologie is dus niet alleen technisch, maar heeft heel veel te maken met psychologie, met gewoontes en gedrag. “Je moet heel scherp hebben: welk probleem kan AI ons helpen oplossen? Waar vinden we het waardevol om de techniek in te zetten? En waar ligt de grens; wat willen we absoluut zelf blijven doen?” 

De kern van ons vak is de afweging van de belangen van dier, mens en samenleving. Dat blijft altijd maatwerk en kan je nooit uitbesteden

Sophie Deleu, voorzitter van de KNMvD

Emotie

Het is een vraag die Mark Huis in ’t Veld dagelijks bezighoudt. Hij is dierenarts, heeft twee klinieken, maar werkt op dit moment vooral aan de startup Vetintelligence. Hij houdt kantoor in een vleugel van het historische Anatomiegebouw in Utrecht. Vanuit dat gebouw wil hij bijdragen aan de toekomst van de diergeneeskunde. Met behulp van AI. En ja, kunstmatige intelligentie is omgeven met emotie. Uit een recente internationale opiniepeiling onder 10.000 mensen bleek dat de helft van de respondenten vreest dat de ontwikkelingen te snel gaan en er te weinig controle en tegenwicht is. Huis in ’t Veld sprak pas nog een dierenarts die heel bang was voor grootschalig banenverlies in de sector. Hij begrijpt de zorgen wel. Maar hij ziet vooral de kansen. Digitalisering, automatisering en AI hoeven geen bedreiging te zijn, integendeel: ze kunnen juist een waardevolle bondgenoot worden. “Als je als dierenarts geen gebruik maakt van digitalisering, automatisering en AI, dan word je uiteindelijk vervangen”, zegt Huis in ’t Veld. “Maar als je er goed gebruik van maakt, dan is het een teamgenoot.”

Die virtuele teamgenoot is hij nu aan het trainen. Daar is namelijk veel behoefte aan, merkt hij als praktijkeigenaar. “Zowel onze klanten als medewerkers verwachten andere dingen van ons dan tien jaar geleden. Klanten willen liefst 24/7 bereikbaarheid. ‘De supermarkt is toch ook open op zondag?’, zeggen ze dan. Ze zijn mondiger dan ooit en komen binnen met een bak aan kennis want ze hebben zelf al gegoogled wat er aan de hand zou kunnen zijn. Collega’s willen op hun beurt een goede work-life balance en parttime werken. Prima hoor. Maar daardoor stevenen we wel af op een nog groter tekort aan dierenartsen en paravets. Ook omdat één op de vijf er binnen vijf jaar weer mee ophoudt. Dat moet en kan anders!” 

In plaats van telkens symptomen op te vangen – een overbelaste balie, uitval van collega’s, klachten over bereikbaarheid en kosten – wil Huis in ’t Veld een structurele oplossing bieden. Hij vertelt er aanstekelijk over. En laat op zijn telefoon zien wat de virtuele assistent – “we noemen haar Sophie” - noteert als we de proef op de som nemen en een gesprek tussen dierenarts en patiënteigenaar naspelen. Het resultaat is net als bij CoVet indrukwekkend. 

Betere service

Toch is dit nog maar het begin. Huis in ’t Veld wil bijvoorbeeld de paravet die de telefoon opneemt ontlasten. “Want wanneer bellen de mensen?” Huis in ‘t Veld pakt er een staatje bij. “Ze bellen vooral in de ochtend. En dan komen ze dus in de wacht. Uit onderzoek onder 70 dierenklinieken in Nederland blijkt: 17 procent van de telefoontjes tussen 08.00 en 09.00 wordt überhaupt níet opgenomen. En ook later op de dag is de telefoon heel vaak een stoorzender voor de paravet en een bron van frustratie voor de klant.”

In zijn klinieken in Leidsche Rijn heeft hij AI assistent Sophie daarom geleerd om veelgestelde vragen van klanten via whatsapp te beantwoorden. Klanten maken er gretig gebruik van. “Sophie herkent spoed, stelt wedervragen, en verwijst indien nodig door.“ Het kost wel veel tijd om dat goed in te regelen en de juiste prompts te schrijven. “In feite zeg je voor duizenden vragen: als de klant dit vraagt, dan is dit het antwoord dat je geeft. En dat komt erg nauw. Zo had Sophie geleerd wat spoed is. Daarbij hoorde bijvoorbeeld ook: een bloedende wond die niet gestelpt kan worden. Dan vraagt Sophie om direct te bellen, en in het weekend om contact op te nemen met de spoedkliniek van de universiteit. Een mevrouw belandde hierdoor onnodig op de spoed toen haar hond bloederige poep had. Ze had geappt: ‘er komt bloed uit de anus’. Daarom dacht Sophie: bloedende wond, dus spoed. Nu hebben we het aangepast en stelt ze een aantal vervolgvragen.”

Je moet steeds blijven bijsturen en verbeteren, heeft Huis in ’t Veld gemerkt. “Dat kan ook, want álle communicatie wordt geregistreerd en kan gecontroleerd worden.” Als een onderdeel goed staat, is consistentie gewaarborgd en kan de tijdswinst beginnen. Helemaal sinds het gelukt is om een koppeling te maken met de planningsagenda in een eigen patiënt management systeem. Sophie kan nu afspraken maken en verzetten. Of bijvoorbeeld antwoord geven op vragen als: ‘welke zalf had ik vorig jaar ook alweer gebruikt?’ of ‘wanneer moet mijn hond gevaccineerd worden?’ Dat doet ze dus ook na sluitingstijd, en desgewenst in een andere taal dan Nederlands.

Futuristisch

Huis in ’t Velds ideaalbeeld is een AI assistent die nog veel meer doet. Die triage ondersteunt en afspraken plant. Maar die ook de dierenartsen inroostert, zorgt dat de dierenarts goed gebriefd aan een consult kan beginnen, desgewenst tips geeft op basis van de laatste wetenschappelijke literatuur, na het consult zorgt dat de juiste medicijnen en bijsluiters klaar gelegd kunnen worden bij de balie, dat er een factuur verstuurd wordt, de voorraad bijgewerkt, en die ook nog eens zelfstandig een dag later per whatsapp aan het baasje vraagt hoe het gaat met de patiënt of om een foto van de wond. “Zie het als een extra collega,’ zegt Huis in ’t Veld. ‘Geen vervanger van de paraveterinair, maar een hulpmiddel dat routinewerk overneemt en meer tijd vrijmaakt voor persoonlijke aandacht, communicatie en het toepassen van vakkennis — precies de dingen die een computer nooit kan vervangen.”

Het klinkt misschien futuristisch, maar het ligt volgens Huis in ’t Veld binnen handbereik. “We hebben nu negen ambassadeur-klinieken die met Sophie werken. Dit najaar gaan we uitbreiden met minimaal veertig klinieken, de early adopters. Van hen willen we graag feedback en zien hoe zij het systeem personaliseren. Zullen er dingen mis gaan? Zeker! Maar dan zeg ik: fouten zijn in het verleden ook gemaakt bij de triage. Alleen konden we er toen veel minder goed van leren.”

Cruciale vraag is: hoe zorg je ervoor dat de adviezen die de AI-assistent geeft, kloppen? “Sophie is géén vorm van Open AI, zoals ChatGPT, die het internet afgraast voor informatie. We zijn heel precies over de informatie die meegenomen wordt. Als ik bijvoorbeeld een koppeling kan maken met het formularium of het Petscan-systeem van de faculteit, weet ik dat de informatie valide en actueel is. Ik kan bij het stellen van een diagnose dan rekening houden met de laatste informatie over aandoeningen die bij bepaalde rassen meer en minder voorkomen. Geen dierenarts heeft dat allemaal in het hoofd.”

“Mijn droom”, zegt Huis in ’t Veld, “ is dat Sophie de opleiding diergeneeskunde kan gaan doorlopen. Niet omdat een virtuele assistent de dierenarts gaat vervangen. Maar om hem of haar te ondersteunen met de nieuwste kennis en inzichten. En om de assistent een mentor te laten zijn voor studenten tijdens het laatste jaar van de opleiding en de eerste jaren in de kliniek. Zodat de zorg voor dier én eigenaar nog beter wordt. Daar ga ik voor.”

En daarin staat Huis in ’t Veld niet alleen. Meer dierenartsen zien potentiële voordelen, zoals tijdswinst, meer ruimte voor ontmoeting, meer werkplezier, en consistentere Good Veterinary Practice. Zo kijkt voorzitter Sophie Deleu van de KNMvD er ook naar. “Ik ben heel enthousiast over de kansen die de nieuwe technologie biedt. Om die te verzilveren moeten we durven experimenteren. Hierbij moeten we echter niet naïef zijn.” De vraag naar kwaliteitscontrole is cruciaal, vindt Deleu. “AI is zelflerend. Maar de kwaliteit valt of staat met de informatie die je wel en niet meegeeft. En je kan niet zonder controle achteraf. Dat vergt ook regelgeving.”

Daaronder liggen volgens Deleu nog wezenlijker vragen. Wat betekent het voor het beroep dierenarts en paraveterinair? Gaan we de tijd die we winnen gebruiken voor betere diergeneeskundige zorg door meer aandacht voor de patiënt? Welke nieuwe ethische vragen gaan we tegenkomen? Gaat gemak leiden tot gemakzucht? Hoe ziet goede zorg er überhaupt uit in de tijd van AI? “De kern van ons prachtige vak is de autonome afweging van de belangen van dier, mens en samenleving. Dat blijft altijd maatwerk. Dat kan en mag je nooit uitbesteden. Hoe we de juiste balans vinden nu AI de samenleving verandert, moeten we samen uitvinden. Terwijl de trein doordendert. Het is een spannende tijd.”

Dialoog over toekomst AI in gezelschapsdierenpraktijk

Op 6 november organiseren het AI & Animal Welfare Lab en CenSAS een bijeenkomst met experts uit praktijk, beleid en wetenschap. Benieuwd naar de uitkomsten? Stuur een mail naar ai-labs@uu.nl om het verslag te ontvangen.

Dit is een verhaal uit:

Vetscience nr.20