A Brass ButterflyWilliam Golding |
|
Het toneelstuk De Koperen Vlinder telt drie bedrijven. Het verhaal speelt zich af op Capri in het buitenverblijf van de Romeinse Keizer, ergens in de derde eeuw na Chr. In het eerste bedrijf zien we dat keizer Caesar zijn kleinzoon Mamillius te logeren heeft. Deze jongen, op het punt man te worden, is een buitenechtelijk kind van de dochter van de keizer. Tot verdriet van de Caesar, die buitengewoon op hem gesteld is, kan Mamillius hem hierdoor niet opvolgen. De dappere generaal Postumus is benoemd tot Aangewezen Opvolger. Generaal Postumus doet zich trouw en loyaal voor, maar hij hunkert naar macht, is wantrouwend en vreest de familieband van grootvader en kleinzoon. In Mamillius ziet hij een mogelijke troonpretendent De Generaal krijgt de opdracht om de vloot naar Tripoli te leiden, om daar het keizerrijk uit te breiden. Op de morgen van zijn vertrek zijn drie christenen ontsnapt die hij persoonlijk in bewaring had gesteld. Postumus verdenkt Mamillius er openlijk van bij die ontsnapping betrokken te zijn geweest. De keizer komt tussen beiden en Postumus vertrekt met de vloot. De keizer verleent audiëntie aan smekers, Mamillius, die zich toch maar verveelt, staat hem bij. De Griekse broer en zus Phanocles en Euphrosyne verschijnen op het toneel. Phanocles heeft de kracht van stoom ontdekt en toegepast in uitvindingen als: hogedrukpan, stoomschip en explosief. Hij demonstreert het model van zijn stoomschip, noemt en roemt alle voordelen. Graag zou hij dit schip voor de keizer bouwen. Grootvader en kleinzoon hebben echter alleen oog voor de mooie en enigszins mysterieuze, want gesluierde en niet sprekende Euphrosyne. De keizer benoemt Phanocles tot zijn Directeur-generaal van Experimentele Studies.
Het tweede bedrijf speelt een aantal maanden later. Het 'magische schip' is
klaar voor een proefvaart. Phanocles is met hulp van zijn zus inmiddels
bezig met het vervaardigen van een uitvinding die hij 'explosief' noemt. De
proefvaart wordt volgens Phanocles één van de belangrijkste gebeurtenissen
uit de geschiedenis.
Mamillius komt echter vertellen dat de keizer door plotselinge keizerlijke
besognes verhinderd is en dat de proefvaart dus niet door kan gaan.
Mamillius weet met een list de teleurgestelde Phanocles uit de kamer te
krijgen, zodat hij alleen met Euphrosyne is. Als Mamillius naar het
'explosief' loopt en het aan wil raken roept Euphrosyne: 'Nee!', het is haar
eerste woord. Ze waarschuwt Mamillius voor het gevaar van het 'explosief'.
In het gesprek dat volgt tracht Mamillius Euphrosyne's liefde te veroveren.
Zij schenkt hem haar vriendschap.
De Keizer en Phanocles komen op. De Keizer heeft vernomen dat generaal
Postumus met zijn vloot terugkeert naar Capri. Postumus heeft gehoord wat er
zoal in Capri gaande is en heeft één en andere verkeerd geïnterpreteerd. Hij
ziet in Mamillius een bedreiging. De keizer op zijn beurt voelt zich
bedreigd nu Posthumus met opgeheven staart en zijn hele vloot, terug zeilt
naar Capri. Phanocles stelt voor naar Tripoli te varen met de stoomboot.
Iedereen maakt zich klaar voor vertrek. Mamillius heeft een gevechtstenue
laten vervaardigen, om indruk te maken op Euphrosyne, hij trekt het aan voor
de reis, maar het staat hem belachelijk. Caesar kan lachen om die vreemde
uitdossing van Mamillius, maar hij vreest tevens dat het tenue de werkelijke
reden is van Postumus terugkeer. De generaal wantrouwde Mamillius en heeft
om die reden spionnen achtergelaten op Capri.
Nog voordat men aan boord van het stoomschip gaat, komt Postumus het huis
binnen. Met de twee snelste schepen is hij de rest van zijn vloot vooruit
gegaan. Zijn mannen hebben het stoomschip inmiddels in brand gestoken.
Phanocles is ontroostbaar. De explosie die volgde op de brand was echter zo
groot dat veel van Postumus manschappen bij deze actie zijn omgekomen.
Postumus heeft nog slechts een handje vol soldaten achter zich staan. Hij
heeft echter ook gehoord van het 'explosief' dat inmiddels op de kade staat,
zijn mannen hebben het gericht op de villa. Aan de horizon zijn reeds de
andere schepen van de vloot te zien, er zijn negenduizend soldaten aan boord
die allen onder Postumus commando staan. Het keizerlijk gezelschap heeft nog
twee uur te leven.
In het derde bedrijf dat in tijd direct volgt op het tweede, zijn Caesar, Mamillius en Phanocles op gesloten in het huis. Euphrosyne is naar de vrouwenverblijven in de zijvleugel gebracht, daar is zij veilig. Mamillius is wanhopig en prest Phanocles een uitweg te zoeken. De keizer is in de eetkamer en eet zich vol uit de stoompan, hij is verrukt van deze vinding. Weer bij zijn positieve gekomen stelt Caesar voor te onderhandelen. Een kapitein wordt geroepen om een boodschap over te brengen aan generaal Postumus. Om tijd te rekken stelt Caesar Postumus voor de machtsoverdracht in Rome te laten plaatsvinden en in het bij zijn van Mamillius. Op die manier zal het volk zich niet afvragen of de generaal wel op legale wijze op de troon is gekomen. Euphrosyne voegt zich weer bij de mannen, zij zegt dat er iets vreemds met haar gebeurde toen zij van het onheil hoorde. Ze is naar beneden gegaan, naar de kade waar vele dode slachtoffers lagen. Maar het beeld van de dode mannen deed haar niets, ze kon alleen aan Mamillius denken. De kleinzoon gebied zijn grootvader hem en Euphrosyne onmiddellijk te trouwen. Maar Euphrosyne blijkt christelijk te zijn en een gelofte te hebben gedaan. De verliefde Mamillius is bereid haar geloof aan te nemen. Er ontstaat een twist over het 'ware' geloof. In de wanhoop van het laatste uur willen zij bidden, maar tot wie richten zij hun gebed. Euphrosyne aanbidt de enige christelijke god, Mamillius wilt haar daarin steunen. Caesar zou als Jupiters Hogepriester deze god moeten aanroepen, maar hij gelooft niet meer in Jupiter. En Phanocles ziet zijn goden in Recht, Verandering, Redelijkheid en Oorzaak en Gevolg. Dan klinkt een ontploffing, iedereen krimpt ineen, maar de villa blijkt niet geraakt. Het explosief is afgegaan waar het afgeschoten is. Euphrosyne had de vaan (de koperen vlinder) verwijderd. Noch Generaal Postumus, noch één van zijn handlangers hebben de aanslag overleefd. Mamillius en Euphrosyne zijn gelukkig samen, zij worden het eerste christelijke keizerlijk paar van Rome. Maar Caesar maakt zich druk om Phanocles, die een nieuwe vinding heeft gedaan - de boekdrukkunst. Hiermee wil hij het volk verheffen, alle mensen wijzer maken dan ze zijn. De keizer maakt Phanocles tot Buitengewoon Afgezant en Gevolmachtigde in China.
De Engelse schrijver William Golding (1911-1993) studeerde aan het Brasenose College te Oxford en was daarna in het onderwijs werkzaam. Tijdens Wereldoorlog II diende hij bij de marine. In 1945 werd hij benoemd tot hoogleraar in Salisbury. Hij is een knap stilist en een bijzonder boeiend moralistisch schrijver met een sterk metafysische inslag. Zijn beroemdste werk is de roman Lord of the Flies (1954) Golding beschrijft hierin wat er gebeuren kan als een groep jongens, afkomstig uit een hooggeciviliseerde samenleving, na een scheepsramp op een onbewoond eiland aanspoelt. Al snel blijkt dat in de nieuw-gevormde gemeenschap alle spanningen en agressies, alle vormen van bijgeloof en totemisme, die de beschaafde mens overwonnen dacht te hebben, zich opnieuw voordoen. Het boek is twee keer verfilmd, in 1963 door Peter Brook en door Harry Hook in 1990. In 1983 werd William Golding onderscheiden met de Nobelprijs voor de literatuur. Korte tijd later werd hij in de adelstand verheven, hij mocht zich voortaan Sir William Golding noemen. The Brass Butterfly (De Koperen Vlinder) schreef Golding in 1959, het is zijn enige toneelwerk. Voor zover ik heb kunnen nagaan is dit stuk niet eerder in ons land gespeeld, er was tenminste geen vertaling voorhanden. Speciaal voor Parnassos is een vertaling gemaakt door Ellen Wesselingh. De voorstelling beleeft dus een Nederlandse première van dit toneelstuk.