12e-17e eeuw: Oprichting van de Universiteit Utrecht
In de late middeleeuwen kwamen andere scholen van de grond in Utrecht. Terwijl de Domschool haar glans zag verbleken, trok vooral de Hieronymusschool veel leerlingen. Deze was in 1474 opgericht door de Broeders van het Gemene Leven. Hiermee deed het humanisme zijn intrede in het Utrechtse onderwijs.
Een besluit van de Utrechtse raad uit 1470 om de mogelijkheid tot de oprichting van een eigen Universiteit Utrecht te bestuderen leverde niets op. Voor hun verdere opleiding als jurist, theoloog of medicus moesten de jonge mannen naar universiteiten in het buitenland.
Toen in 1580 Utrecht gereformeerd werd, confisqueerde de stedelijke overheid het rijke boekenbezit van het bisschoppelijk Domkapittel. De boeken werden overgebracht naar de stadsbibliotheek, later de universiteitsbibliotheek.
In 1634 stelde het stadsbestuur een 'Illustre School' in. Deze werd in 1636 officieel verheven tot Universiteit Utrecht met het recht tot het verlenen van academische graden. De opening vond plaats op 26 maart 1636, tot op heden de verjaardag van de Universiteit Utrecht, de Dies Natalis. De universiteit telde niet meer dan enkele tientallen studenten en er werkten zeven hoogleraren aan vier faculteiten: de filosofische, die een propedeutische opleiding aan alle studenten bood, en de drie hogere faculteiten: de theologische, de juridische en de medische.
Studeren was in deze tijd bijna uitsluitend een mannenzaak. Anna Maria van Schurman (1607-1678) was de eerste vrouw in de Nederlanden die bij uitzondering colleges mocht bijwonen. Zij volgde haar colleges Godgeleerdheid bij hoogleraar Gisbertus Voetius vanuit een nis, afgesloten door een gordijn…