Directeur Sociaal en Cultureel Planbureau en universiteitshoogleraar
"Oog hebben voor maatschappelijke ontwikkelingen"
Paul Schnabel is socioloog en sinds 1998 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau in Den Haag. Na diverse hoogleraarsfuncties bekleed te hebben aan de Universiteit Utrecht, werd hij in 2002 universiteitshoogleraar.
“Het is belangrijk dat de Universiteit Utrecht oog heeft voor maatschappelijke ontwikkelingen. Dat onder de aandacht brengen, is een van mijn taken als universiteitshoogleraar.”
Universiteitshoogleraar
“Het universiteitshoogleraarschap, daar zijn er nu acht van, is een erefunctie die je naar eigen inzicht kunt invullen. Ik heb een aanstelling voor één dag per week. Ik geef college, vooral aan studenten bestuurs- en organisatiewetenschap. En ik begeleid promoties op zeer uiteenlopende terreinen. Daarnaast vervul ik nogal wat functies als vertegenwoordiger van de Universiteit Utrecht, bijvoorbeeld bij het Descartes Centre, het Studium Generale en de Vrede van Utrecht.”
Op het snijvlak
“Bij het Sociaal en Cultureel Planbureau opereer ik op het snijvlak van politiek, samenleving, wetenschap en beleid. De samenhang tussen die terreinen is mijn dagelijks werk. In de colleges probeer ik studenten daarvan een beeld te geven. Bijvoorbeeld van de grote maatschappelijke ontwikkelingen, zoals individualisering of het streven naar gelijkheid, maar ik laat ook zien hoe de politiek met onderzoek omgaat en hoe de besluitvorming in het kabinet en het parlement tot stand komt.”
Veertig jaar een band
“Aan de Universiteit Utrecht heb ik veel mogelijkheden gehad om mij te kunnen ontplooien. Ik ben in Utrecht in 1973 afgestudeerd in de sociologie, maar ben in 1986 tot hoogleraar Klinische Psychologie benoemd. Dat was wel opmerkelijk, maar ik heb altijd een brede oriëntatie gehad en ik was toen al jaren werkzaam als hoofd onderzoek van het Trimbos-instituut, dat zich bezighoudt met psychiatrie en psychotherapie.
Utrecht is echt mijn universiteit, nu al veertig jaar geleden als student en meer dan twintig jaar als hoogleraar. Dat schept een band.”