Gerardus 't Hooft (1946)
Gerardus 't Hooft studeerde wiskunde en natuurkunde in Utrecht. Op 1 maart 1972 promoveerde hij met een proefschrift dat hem al beroemd maakte. In 1977 werd hij professor bij het Instituut voor Theoretische Natuurkunde van de Universiteit Utrecht en daar werkt hij nu nog.
Gerard 't Hooft en zijn promotor Veltman kregen samen de Nobelprijs in 1999. Iedereen op de universiteit, studenten en medewerkers, kreeg taart en deelde in de feestvreugde. Er volgden vele uitnodigingen voor interviews, tv-optredens, voordrachten en ontvangsten. 'Je kunt van Nobelprijswinnaar makkelijk je beroep maken' zei 't Hooft later spottend.
Veltman en 't Hooft kregen hun Nobelprijs voor hun onderzoek naar de zwakke kracht, een van de vier fundamentele natuurkrachten (naast zwaartekracht, elektromagnetische kracht en sterke kracht). 't Hooft zoekt nu naar de sleutel van de 'theorie van alles' die de vier krachten aan elkaar koppelt. Het antwoord moet volgens 't Hooft niet in de snaartheorie gezocht worden maar in de 'zwarte gaten' die niet alleen in het heelal maar ook op het microscopische kleine niveau van de elementaire deeltjes bestaan.
Als die 'theorie van alles' gevonden is, is de deeltjesfysica dan af? Nee, meent 't Hooft, dan kunnen we berekenen wat nu nog ver buiten ons bereik ligt.